Het droeve nieuws van zijn heengaan op 14 november jongstleden kwam als een verrassing, al had Herman de gezegende leeftijd van 93 jaar.

Nadat het Sint-Maartensfonds zich wegens ‘vergrijzingsproblemen’ verplicht zag een punt te zetten achter zijn werking, bleef Herman een graag geziene gast bij de herdenkingen op het Erepark in Stekene, maar niet alleen dáár. Ook in het Bormshuis en op de IJzerwake wist men de aanwezigheid en, als het erop aankwam, de hand- en spandiensten van deze trouwe man van eer, naar waarde te schatten.

Overal waar er aan Vlaamse beweging werd gedaan, kon op Herman te allen tijde een beroep worden gedaan, al durfde deze geharde Vlaams-nationalist wel enige wederkerigheid verwachten: Vlaamse beweging, graag, maar voor Herman moest het een eerlijke en oprechte Vlaamse beweging zijn en anders hoefde het voor hem niet, want het was niét voor schone schijn en valse idealen dat hij als jonge gast in dat verre en barre oosten voor Outer en Heerd was gaan vechten, met heel de bittere nasleep die hem, naar het dichterlijke woord van Anton van Wilderode, stond te wachten “ná het gevang”.

Al was Herman geen man van grote en hoge woorden, hij stond als overtuigde Vlaming wél op zijn strepen en minimalisme of halfheid waren in zijn woordenboek niet te vinden. Hij was, naar het vers van die andere dichter, Jan Celliers van Zuid-Afrika, “’n man wat sy man kan staan” en ik maak mij sterk dat elke Vlaming die hem op zijn levenspad heeft mogen ontmoeten, hem als zo’n man zal herinneren. Ik ben er alvast sterk van overtuigd dat velen in ons huis met vele kamers dat Vlaanderen heet, Herman zullen missen.

De afscheidsdienst gaat door op vrijdag 22 november (voor lezers van dit blad morgen dus) in de kerk van Kalmthout, Max Temmermanlaan, om 11.00 uur.