Zeven op de tien academici kunnen zich indenken een stem uit te brengen op Groen, zo bleek in september uit een rondvraag van De Standaard bij de Vlaamse universiteiten. Dat is zes keer meer dan het resultaat dat die partij behaalde in mei. Slechts 5 procent kan zich voorstellen ooit voor het Vlaams Belang te kiezen. Dat is vijf keer minder dan de steun die deze partij geniet bij het volk in zijn geheel, zo leert ons de jongste peiling.

De poging van De Standaard om deze resultaten in een begeleidend commentaar te relativeren, waren niet echt overtuigend. De krant ziet in het gegeven dat “ruim een kwart van de medisch geschoolde academici zelfs gewonnen is voor een onverkorte handhaving van het verbod op de productie en de verkoop van alle drugs” een bewijs dat de universiteiten niet echt de linkse bastions zijn waarvoor ze soms versleten worden. Serieus? Slechts een kwart?

De dictatuur der sneeuwvlokjes

De situatie in de Verenigde Staten is een verontrustend voorbeeld van de waardenkloof die kan ontstaan tussen de samenleving en het hoger onderwijs. Eerder deze maand werd daarover nogmaals de noodklok geluid door de krant Wall Street Journal. Uit onderzoek blijkt dat 75 procent van de docenten van topuniversiteit Yale zichzelf als links beschouwt, tegen minder dan 10 procent conservatieven. Dat is bijna 10 tegen 1, terwijl recent onderzoek uitwijst dat slechts 26 procent van de Amerikanen zichzelf progressief noemt, tegenover 35 procent die zich als conservatief ziet.

In de praktijk is de situatie nog erger. De dominantie van de progressieve ideologie is zo verstikkend en de tolerantie voor afwijkende meningen zo klein dat zelfs de weinige rechtse professoren niets anders rest dan te zwijgen. Het besluit van één van hen, professor Gelernter, is gelaten: “De politieke diversiteit op Yale is eigenlijk 0 procent.” Yale is geen uitzondering. Dezelfde wanverhouding is merkbaar aan de andere Amerikaanse universiteiten.

Het ideologische isolement van Amerikaanse universiteiten heeft ook zware gevolgen op het intellectuele leven en de debatcultuur op de campus. ‘Sneeuwvlokjes’ – een spottende maar veel te lieve term voor professoren en studenten die voortdurend in verhoogde staat van politieke verontwaardiging verkeren, extreemlinkse ideeën koesteren en zich gedragen als een meute bloedhonden tegen andersdenkenden – versmachten elk debat.

Pontius Van de Walle

Ik hoopte dat we in Vlaanderen nog niet zover waren, maar recente gebeurtenissen lijken mij ongelijk te geven. Vorig jaar werd Dries Van Langenhove de toegang tot de universiteitsgebouwen ontzegd op basis van een gekleurde nieuwsreportage over opiniefeiten die geen betrekking hadden op zijn activiteiten als student. Rector Van De Walle overwoog zelfs hem helemaal het recht op onderwijs aan zijn universiteit te ontzeggen. In augustus werd elk debat met dezelfde Van Langenhove, hoewel reeds volksvertegenwoordiger, verboden aan de UGent.

Vorige week ging men nog een stapje verder. Ik heb geen affiniteit met de vulgaire en vrouwonvriendelijke cafépraat van Jeff Hoeyberghs, maar ik dacht dat na mei ’68 affronten tegen de goede smaak en ‘épater les bourgeois’ geen redenen meer waren om repressief op te treden, nog het minst aan de universiteit. Dat het KVHV, de vereniging die de lezing van Hoeyberghs organiseerde (om redenen die alleen bij het bestuur gekend zijn), nu twee maanden wordt geschorst door het bestuur van de Gentse universiteit omwille van de uitspraken van deze man, is beangstigend.

Het KVHV moet bovendien publiekelijk zijn zonden bekennen en afstand nemen van de uitspraken van de plastische chirurg, zo niet zal de schorsing verlengd worden. Ook intolerante godsdienststrijders geven ketters meestal de kans om zich publiekelijk te bekeren.

De Pontius Pilatus die rector Van de Walle deed, door te verwijzen naar het voorafgaande advies van de links-activistische studentenkoepel, was laf. Zijn voorgeschiedenis met Schild & Vrienden zegt genoeg over de zeer beperkte invulling die deze man geeft aan het begrip vrijheid van meningsuiting.

Diversiteit of kwaliteit?

Van de Walle – u weet wel, de rector die acht stemrondes nodig had om verkozen te geraken – is een goed voorbeeld van de ideologische verzieking die het hoger onderwijs aantast. Door Radio 1 gevraagd naar zijn beleidsvisie, hij noemde “diversiteit” als eerste prioriteit. Diversiteit, in de praktijk meestal een eufemisme voor het in diskrediet geraakte woord ‘multiculturaliteit’, is echter een bij uitstek ideologische waarde, een politieke keuze die niets doet voor de kwaliteit van het onderwijs. Integendeel, de dalende kwaliteit van het Vlaamse onderwijs, zoals begin deze maand gemeten in het PISA-onderzoek, is in grote mate het gevolg van de ‘diversiteit’ in talen en cultuur van de nieuwkomers.

Zijn collega Herman Van Goethem van de Universiteit Antwerpen maakte begin dit jaar ook al een diversiteitsplan bekend, met als hoofdlijnen het “identificeren van vakken die een struikelsteen vormen” voor allochtonen, het “afstemmen van de lesinhoud” op andere culturen en het invoeren van vakken rond “actief pluralisme, interculturaliteit, zingeving en maatschappelijk engagement”. Samengevat: het niveau laten dalen, onze samenleving aanpassen aan de nieuwkomers en een lessenpakket “ideologisch correct tijdverdrijf” invoeren.

Met welk recht bepalen deze mensen, betaald door de gemeenschap en belast met een opdracht van de gemeenschap, dat diversiteit de eerste opdracht van het hoger onderwijs moet zijn en dat dit desnoods de kwaliteit van het onderricht mag aantasten? Als men die gemeenschap daarover zou bevragen, zouden Van Goethem en Van de Walle vaststellen dat zij de opinie van een kleine minderheid vertegenwoordigen. Waarom duldt de samenleving dit?

Eilanden van onderdrukking

In het onderwijs wordt niet alleen aan overdracht van kennis, maar ook van waarden gedaan. Dat het onderwijzend personeel steeds meer bestaat uit mensen met een linkse overtuiging is een zorgwekkende ontwikkeling, maar wel iets waar we nog een flinke tijd moeten leren mee leven, omdat geen eenvoudige of aanvaardbare middelen bestaan om die evolutie tegen te gaan. Dat betekent niet dat de samenleving zich ooit mag schikken in het opdringen van politieke opvattingen via het onderwijs, waarvan het prediken van ongenuanceerde klimaatangst slechts het meest recente en meest in het oog springende voorbeeld is. En al helemaal onaanvaardbaar is elke vorm van repressie tegen andere opvattingen. Diversiteit moet ook diversiteit van opinies betekenen.

Vlaanderen moet zich beraden of het wil afglijden naar Amerikaanse toestanden, met een zeer ongezonde kloof tussen academie en samenleving. Willen we dat ook Vlaamse universiteiten “eilanden van onderdrukking in een zee van vrijheid” worden, zoals politieke wetenschapper Abigail Thernstrom de Amerikaanse campussen omschreef? Indien het antwoord neen is, moeten we dat ook eens aan de feodale heersers van die enclaves duidelijk maken.