Voor wie het zich niet meer zou herinneren: de communautaire polemiek tussen noord en zuid in dit land is anderhalve eeuw oud. De meeste Vlaamse scholieren en studenten zullen hierover in het hedendaagse geschiedenisonderwijs vermoedelijk niet al te veel informatie hebben gekregen. Zouden die van vandaag zo een beetje kunnen volgen waarom de formateurs het vandaag zo moeilijk hebben?

Bij de jongste verkiezingen (mei 2019) werden de verschillen in kiesgedrag zo groot dat nu zelfs een ongeschoolde kleuter begrijpt dat Vlaanderen geel-oranje en Wallonië paars-groen kleurt. Met aan beide zijden van de taalgrens nog radicalere spelers die deze politieke kloof nog vergroten. Men mag het anders proberen liegen, maar ook vandaag zijn we al meer dan 200 dagen op zoek naar communautaire lijm, die vermoedelijk niet meer te vinden is.

Vandaag staan we andermaal stil. Het is zeer de vraag of de Belgische motor nog kan aanslaan. In Vlaanderen is er hiervoor te weinig (paars-groene) brandstof. CD&V aarzelt in het midden.

Thema’s

Het wordt met de dag moeilijker om thema’s te vinden waarover Vlamingen en Franstaligen het wél eens kunnen worden, of het nu gaat over sociaal-economische hervormingen, over mobiliteit, over klimaat, over energie, over de rol van de overheid, over levensbeschouwelijke zaken, over fiscaliteit, werk en jobs, pensioenen, gezondheidszorg, de geldstromen, over migratie en veiligheid, vergrijzingskosten…

“Surrealisme is in België behalve een kunstvorm ook een politieke stijl”, schrijft Jasper D’Hoore in De Tijd. Maar de gekunstelde en niet zelden door Vlaanderen gesponsorde ‘oplossingen’ blijken achteraf bekeken ‘vooral lapmiddelen om voort te kunnen’. Buizen bijsteken in plaats van de oorzaken van de lekken te zoeken.

Die ‘split’ in het land is niet meer op te lossen binnen het oude kader van de Belgische staat. De compromissencultuur blijft steken in ‘half werk’. In die optiek zijn er de facto weinig andere oplossingen dan een confederale, waarbij de meeste bevoegdheden worden gesplitst. Neem een wit blad en noteer wat de politieke entiteiten nog samen willen doen.

Hierbij is er – zo weten ‘volgers’ al lang – maar één groot obstakel: de centen. Het eeuwige taboe van de transfers. Die zijn al vaak becijferd, met zachte en met scherpe toets. De Franstaligen ontkennen ze niet, maar doen verontwaardigd over elke kritiek. Halfweg het volgende decennium komt Wallonië in ademnood (financieringswet).

Veruit de grootste geldstroom loopt echter via de Sociale Zekerheid. De sociaal-economische klok van Wallonië loopt achterop. De Vlamingen kennen al duizend politieke liedjes waarin de snelle verbetering werd aangekondigd, maar iedere nieuwe federale statistiek met gewestelijke cijfers bewijst het tegenovergestelde. Waalse werkloosheidscijfers daalden in crisistijd, maar de verklaringen zijn weinig hoopgevend: het ging vooral om overheidstewerkstelling en er wordt zedig gezwegen over de leeflooncijfers, dat schiereiland van de Belgische arbeidsmarktstatistiek.

Geen grijze compromissen

Vlaanderen heeft geen zin meer in grijze compromissen. Almaar meer Vlaamse kiezers keren zich af van de verloederde bouwwerf van de traditionele partijen. Tot in de jaren negentig hadden de christendemocraten, de socialisten en de liberalen samen meer dan 80 procent van de Vlaamse Kamerzetels. Vandaag is dat nog maar goed 30 procent.

Het zijn niet alleen de flamingante radicalen die deze communautaire situatie goed inschatten. Yves Leterme, lijdend voorwerp van de formatie van 2007, getuigt hierover in De tijd: “De Franstalige partijen weigerden een akkoord met mij te sluiten. Ik heb hen gezegd dat ze, als ze zo zouden verder doen, geconfronteerd zouden worden met mensen die zelfs niet meer geïnteresseerd zouden zijn om met hen te praten. Daar zijn we nu kort bij.”

Bart De Wever tekende de contouren van de Belgische kloof: “Vlaanderen, dat eerder centrumrechts stemt, krijgt door de almacht van de Franstalige socialisten van de PS al jaren niet het beleid waarvoor het kiest.”

En onze politicologen dan?

“We zitten in een vicieuze cirkel, wat aantoont dat het huidige systeem eindig is”, zegt Carl Devos. Hij wil het evenredig kiessysteem herzien, omdat het huidige voor versnippering zorgt, meer dan het meerderheidssysteem. Maar hij slaagt er niet in dit aan iemand verstaanbaar en geloofwaardig uit te leggen. Dave Sinardet spreekt in Le Figaro over de ‘apathie’ van de Belgen voor het binnenlands politiek gebeuren. In een paar Franstalige kranten roept hij om ‘sereniteit’.

Stefaan Walgrave (UA) meent te kunnen stellen dat “de slaagkansen van een paars-gele coalitie kleiner zijn dan die van een regenboogcoalitie”, en dit – even opletten! – aan de hand van de miserabele Stemtest van De Standaard en de VRT en een ‘panel’ van Vlaamse en Waalse kiezers aan wie overlappingspunten werden voorgelegd. Dringend aan vakantie toe, die heren. Dan kwam Bart Maddens toch iets concreter uit de hoek: “Mocht er een referendum over gehouden worden, dan zouden vooral kiezers van N-VA (65 procent) en Vlaams Belang (60 procent) voor de splitsing van België stemmen – dat hoeft niet te verbazen. Toch is er ook bij de achterban van CD&V (16 procent) en Open Vld (17 procent) een onderstroom van separatistische gevoelens.” “Die cijfers wijzen op een fundamentele grote onverschilligheid ten opzicht van België”, meent Maddens.

Centrum?

De informateurs Coens en Bouchez zeggen de oplossing te zullen zoeken “niet links of rechts, maar in het centrum”. Rond die as zouden een pak formules mogelijk zijn. Het gewicht van de twee partijen van de beide heren is beperkt tot elk twaalf Kamerzetels. Dat maakt 24 in totaal. Nog een dikke vijftig te gaan. Op 13 januari ten laatste brengen ze opnieuw verslag uit bij de koning. We zijn alvast benieuwd wat die laatste gaat vertellen in zijn nieuwjaarsspeech… We kunnen het al raden: iedereen moet zijn verantwoordelijkheid nemen en opgelet voor de jaren ’30. Ook daar verwachten we weinig nieuws onder de zon…