In Jette, naast het huis waar René Magritte jarenlang woonde en werkte, opende het Museum voor Abstracte Kunst.

In december 1930, na de sluiting van de Parijse galeries die René Magritte (1898-1967) steunden, keerde de kunstenaar terug naar Brussel. Hij woonde tot 1954 op de benedenverdieping van een doodgewoon huis in de Esseghemstraat in Jette. Hier, in een piepkleine achterkamer, schilderde Magritte ongeveer de helft van zijn oeuvre gedurende zijn meest vruchtbare surrealistische periode. In dit huis opende in 1999 het René Magritte Museum. Anders dan het Magritte Museum op het Brusselse Koningsplein, dat sinds 2009 de grootste collectie werken van deze kunstenaar toont, is het museum in Jette een intieme kennismaking met het leven van Magritte. De bezieler van dit museum is André Garitte, een Antwerpse kunstverzamelaar.

Begin jaren 1990 kon Garitte, samen met galeriehouder Ronny Van de Velde, het Magritte-huis in Jette aankopen. Het kostte vele jaren tijd om het pand te restaureren en heel wat authentieke stukken uit het interieur van de schilder terug te vinden. Zo staan ze weer samen: Magritte’s piano en pendule, zijn schaakbord en de postuurtjes van zijn vrouw, de kachels en de vierpitter… Boeiend in het Magritte-huis is op zoek te gaan naar elementen die in het werk van de kunstenaar opduiken. In het salon, bijvoorbeeld, zie je het aan de bovenkant afgebogen raam en de schoorsteenmantel, die beide op tal van schilderijen van Magritte opduiken. Ook de dubbele deur tussen het salon en de slaapkamer en de smalle trap in de gang zijn gegeerde motieven in zijn oeuvre.

Puur surrealisme is het tentoonstellen van 26 werken van Magritte die zijn verdwenen. De meeste, negentien stuks, gingen verloren bij een bombardement tijdens de Blitz in 1940 in Londen. André Garitte zocht alles bij elkaar wat er over deze vernielde werken te vinden is en liet getrouwe replica’s maken.

Privécollectie wordt museum

Ondertussen had Garitte 750 abstracte kunstwerken verzameld die hij graag aan het publiek wou tonen. Hij dacht er aan om dat in Antwerpen te doen, een stad die van meet af aan een belangrijk centrum was voor de abstracte kunst in ons land. Toen het huis naast het René Magritte Museum te koop kwam, heeft Garitte niet getwijfeld om daar zijn Museum voor Abstracte Kunst in onder te brengen. Beide huizen zijn met elkaar verbonden als herinnering aan het feit dat Magritte, voordat hij een sleutelfiguur van het surrealisme werd, een pioniersrol heeft gespeeld in de abstracte kunst.

In het nieuwe museum zijn beurtelings een tweehonderdtal werken uit de Garitte-verzameling te zien. De tweede verdieping bevat de historische avant-garde uit de jaren 1920, met belangrijke kunstenaars zoals Victor Servranckx, Georges Vantongerloo, Jozef Peeters (zie afbeelding) en Piere-Louis Flouquet. Magritte was bevriend met de meeste van deze kunstenaars. Naast deze schilderijen toont het museum in de achterkamer modernistisch meubilair.

De beneden- en de derde verdieping herbergen de tweede generatie abstracten (van 1950 tot vandaag). Blikvangers zijn onder andere lyrisch en kleurrijk werk van Jo Delahaut, een van de spilfiguren van de geometrische abstractie in ons land, een graffiti-achtig schilderij van René Guiette en een monochrome Pierre Alechinsky. Nog heel wat andere interessante kunstenaars zijn present, zoals Christian Dotremont van de Cobra-beweging. Het museum toont eveneens mooie avant-gardesculpturen en keramiek.

In de ruimte voor tijdelijke exposities zal het Museum voor Abstracte Kunst regelmatig focussen op één kunstenaar. Bij de opening is dat Francine Holley, een honderdjarige Luikse die nog steeds schildert, met werken, zoals “Jazz”, die baden in een muzikale sfeer.

Museum voor Abstracte Kunst en René Magritte Museum, Jette, www.abstractartmuseum.be en www.magrittemuseum.be