Vorige week schreven we over de burgerschapswetten in India, waardoor vervolgde hindoes in de buurlanden de Indische nationaliteit kunnen krijgen. Een heel logische wet. Natuurlijk werd daar op vele plaatsen heftig tegen geprotesteerd, vooral door moslims.

In New Delhi gingen vooral studenten van de Jamia Millia Islamia en Aligarh Muslim University er met de gebruikelijke brutaliteit op los, plunderend en brandstichtend dus. Zij vinden dat hier gediscrimineerd wordt op basis van religie, en dat dat ingaat tegen het ‘seculiere’ karakter van de Indische staat. Dat officiële ‘secularisme’ is al heel lang volkomen fictief: voor moslims gelden ook in India andere regels en andere wetten, vooral inzake familierecht.

Als moslims plots het ‘secularisme’ beginnen te verdedigen, dan kan men er zeker van zijn dat zij liegen. En wat de beschuldiging van discriminatie betreft… natuurlijk, die is juist. Die nieuwe wet is heel duidelijk discriminerend ten gunste van de slachtoffers en ten nadele van de moordenaars, de verkrachters en de vervolgers. Zo moeten wetten toch zijn? Merk op hoe moslims en linksen in India identiek dezelfde retoriek hanteren als bij ons in het Westen.

Eerlijkheidshalve vermelden we ook dat er in deelstaat de Assam ook hindoes tegen die wet geprotesteerd hebben. Zij vrezen een toevloed van hindoevluchtelingen uit het aangrenzende Bangladesh, en dat zijn Bengali, geen Assamieten. De Assamieten vrezen dat zij daardoor cultureel en numeriek in de verdrukking zullen komen. Begrijpelijk, maar ook kortzichtig. Dat probleem zou opgelost kunnen worden door de Bengali te hervestigen in andere deelstaten. West-Bengalen lijkt op het eerste gezicht de meest logische keuze. Daar spreekt 86 procent van de inwoners Bengali.