Van onze hofdichter

Van Sint-Niklaas en andere koek

Het mateke dat in de rode gloed der branding staat,
het gaat de kameraden op de weg voor naar de bron.
Al is hij jong, het zelfvertrouwen straalt van zijn gelaat
en blikt de kameraden toe: “Na regen schijnt de zon!”

Hij is van Sint-Niklaas en al vertrok alweer de Sint
naar Spanje, waar de Catalanen erg non grata zijn,
voor Conner is de rode roos een teken dat verbindt,
zodat ’t in vierentwintig vast weer koekenbak zal zijn!

En die Van Grieken die niet meer de jongste leider is,
dat die met heel zijn eigen volk maar op zijn ganzen let,
want eer hij ’t in de smiezen krijgt, loopt er iets mis
en raakt zijn naam besmet in een of andere gazet.

De stembusgang van morgen schrikt ons mateke niet af.
Ging hij niet op z’n sloffen bij de koning op bezoek?
Je zal het zien: in vierentwintig staat de wereld paf,
want dan komt rood weer aan de bak en eet het Connerkoek.