Hoewel nog een relatief jonge partij, scheert het rechts-conservatieve Forum voor Democratie (FvD) hoge toppen in Nederland. Bij de provinciale verkiezingen van 2019 werd de partij zelfs de grootste. Een van de meest opvallende persoonlijkheden in de partij is Tweede Kamerlid en voormalig strafpleiter Theo Hiddema. SCEPTR-redacteur Pieter Van Berkel ging met hem in gesprek.

Vroeger genoot u vooral bekendheid als strafpleiter. Vanwaar kwam de keuze om in de politiek te gaan?

Mijn hele leven had ik grote politieke interesses. Aanvankelijk een beetje uit ergernis of minachting, maar dat was voor de zogenoemde Pim Fortuynrevolutie. Hij beroerde thema’s die de rest het liefst verzweeg op een onbeschaamde en luchtige manier. Er was geen grip op te krijgen, dus werd hij maar neergezet als iemand die geen inhoud had. Dat is een beetje absurd, want dat hadden zijn tegenstanders zelf in mindere mate. Hij was hoogleraar en hij had boeken geschreven. Omdat zijn volgelingen daar niet intrapten, begonnen ze hem maar als racist te bestempelen. Dan wordt het link, zoals je weet. Want dan kom je in een verdedigende positie, terwijl je daar zelf helemaal niet schuldig aan bent. Rechtse opvattingen hebben op thema’s als immigratie en integratie, vanuit de zorg dat het helemaal misliep als het zo doorging, dat is geen racisme. Helemaal niet, het is gewoon een verlangen om een beetje sociale cohesie in acht te houden. Het was heel pragmatisch, maar het werd met een gitzwarte saus overgoten. ‘Hitler’, ‘Himmler’, alles heeft hij gehad. Dat irriteerde mij mateloos. Maar ik kon ook wel voorzien dat het zo mis zou lopen. Het zijn de politici die hem slachtrijp hebben gemaakt. En dan krijg je zwakbegaafden die het heft in eigen hand nemen, met de voorgestelde gedachte dat het land daarmee gered wordt. Zo is het misgelopen.

“Wie met rechtse standpunten het politieke speelterrein betreedt, krijgt te maken met kwaadaardigheid”

Dat heeft me erg getriggerd. Dat was in 2002, toen ik nog volop advocaat was. Ik was toen totaal nog niet bezig met in de politiek te gaan. Maar in 2016, onder meer door persoonlijke omstandigheden – ik was plots weduwnaar – merkte ik dat de motor stilaan stukliep. Ik had niet meer de energie om me volop op mijn strafpraktijk te storten. En toen begon Thierry Baudet aan mijn mouw te trekken. Ik heb lang geaarzeld en heb in december 2016 op tweede kerstdag toegezegd, drie maanden voor de verkiezingen. Daarna werd ik gelijk ingezet aan het front, dus toen moest ik het hele land afleggen. Dat was een mooie tijd, want het leidde veel af. En ik vind het leuk om zaaltjes toe te spreken, mensen te begeesteren en met hen in debat te gaan. Ik merkte dat er een brede stuwende kracht uitging van al dat publiek. Die zaaltjes zaten allemaal vol. We waren nog maar een partijtje van niks, we bestonden nog maar net, maar het liep storm. Dat stimuleert natuurlijk. En pardoes zat ik na drie maanden al in de Kamer.

U heeft uitgebreid verwezen naar Pim Fortuyn. Heeft u de indruk dat men jullie ook op die manier probeert te demoniseren?

Men probeert het nog steeds, maar het heeft niet meer die hele venijnige kanten waar Fortuyn mee te maken kreeg. Dezelfde types die de neiging zouden hebben om ons ook in die richting te duwen, die durven dat denk ik niet meer aan. Want het is al een keer geprobeerd en het resultaat is bekend. Dus je zet je meteen erg in de kijker als je weer die toer opgaat. Maar de onderstroom is er nog wel hoor. Dat intense verlangen om ons weg te zetten als het gevaar voor de democratie. Terwijl wij juist een uitstekende democratische partij van hier tot ginder zijn. Wij willen juist een versterking van het democratische proces. Wij willen helemaal geen sterke man, wij willen helemaal geen laarzen door de straten, geen optochten en geen groepsdwang, helemaal niet. We zijn eerder een libertijnse partij, dus het tegendeel van wat men beweert.

De laatste tijd zijn er veel voorvallen in Nederland en Vlaanderen waarbij rechters en internationale verdragen het beleid lijken te bepalen.

We hebben de Urgenda-kwestie gehad. Volgens het Nederlandse burgerwetboek kunnen mensen zich als eisende partij tegen de staat in een proces voegen, als ze zich opwerpen als vertegenwoordigers van het algemeen belang. Terwijl die Urgenda-stichting maar een heel klein clubje is, zonder mandaat of kiezers. Maar ze krijgen wel heel veel geld uit de Postcode Loterij en uit belastingen. Ze worden dus door de staat gefinancierd om te procederen tegen de staat. Toch ‘vertegenwoordigen’ ze mij ook, zogezegd. Op die manier wordt de staat in mijn naam verplicht om de broeikasgassen tegen eind 2020 minimaal met 25 procent terug te dringen. Ze hebben de truc toegepast door het Klimaatverdrag, dat niet bindend is en uitkomt op een percentage van 25 procent vermindering van broeikasgassen, te koppelen aan het Europese Mensenrechtenverdrag, dat wel bindend is. Dat verdrag stelt dat de staat moet instaan voor de veiligheid van de burger. En de staat heeft zelf gezegd, harstikke stom, dat met het niet bereiken van die 25 procentnorm de gezondheid van bevolking in het geding is. Dan is het dus een ‘fait accompli’.

“Sommige moslims worden opgevoed met vijandigheid tegen de autochtone bevolking”

Ik denk dat de regering het helemaal niet zo erg vindt, want ze hebben in dat proces nauwelijks gericht verweer gevoerd tegen Urgenda. Ik denk dat ze, omwille van de politieke belangen die spelen in de coalitie, het wel prettig vinden om te zeggen tegen het volk: “Het komt niet van ons, het moet van de rechter.” Als ze echt verweer zouden hebben gevoerd, dan zou het trammelant binnen de linkse coalitie hebben gegeven.

Hoe wil u voorkomen dat dit zich in de toekomst herhaalt?

Wij willen dat artikel zo snel mogelijk uit het burgerlijk wetboek, want dat is de bron van alle onheil. Maar dan gaat mijn strafpleitershart opspelen. Want ik betrap mezelf ook wel op een listigheidje om zichtbaar te maken hoe anti-democratisch dit is. Dus wat kan ik doen? Een stichting beginnen, dat is zo gepiept. De volgende stap is dat ik een politiek doel nastreef. Dat zou weleens beperking van de immigratie kunnen zijn, want daarmee is de volksgezondheid en het recht op huisvesting natuurlijk ook ernstig in het geding. Dat is Europees recht en dat is dwingend, het recht op een ongestoord privéleven en huisvesting. Dan kan ik het Marrakeshpact er nog bijhalen. Dat is niet bindend, zeggen ze, maar dat is dat Klimaatpact waar Urgenda mee zwaait ook niet. Het Marrakeshpact bepaalt dat landen onderling verplicht moeten worden om die mensen terug te nemen, maar dat gebeurt dus helemaal niet. De staat doet niks om die landen daartoe te verplichten. Tegelijkertijd is tomeloze migratie een bedreiging voor de huisvesting. Met die combinatie kan ik naar de rechter lopen, zolang dat wetsartikel mij de mogelijkheid biedt. Is toch harstikke leuk?

De laatste tijd lees je het ene na het andere artikel over de Mocro-maffia en geweld in het drugsmilieu. Is Nederland een narcostaat geworden?

Dat is niks nieuws. Die Mocro-maffia is de derde generatie die een beetje primitief te werk gaat, laat me het zo zeggen. Maar het zijn niet die jongens die al jarenlang aan de touwtjes trekken, want die gaan een beetje berekender te werk. Deze jongens zijn vaak mentaal niet erg begaafd. Ze zijn zeer impulsgericht, uit op onmiddellijke behoeftebevrediging, wraaklustig en verstandelijk vaak nogal beperkt. Sluit inteelt maar niet uit, gezien hun psychisch danig verknipte karakters. Maar een pistool, daar kom je zo aan. In dat milieu is een jongetje van vijftien niet erg onderlegd als hij niet weet hoe een Kalasjnikov werkt. Toen ik in de strafpraktijk werkte was een Glock nog een statuswapen. Wat is een Glock tegenwoordig nog? Nu vliegen de Kalasjnikovs je om de oren.

Dan is er ook nog het falend integratiebeleid. Lees Theodore Dalrymple maar. Die beschrijft dat heel precies. Je kweekt een hele generatie van antisociale persoonlijkheden. Die komen uit een nest waar ook een religieuze component speelt. Als je uit een gezin komt waar de hele dag de Arabische televisie opstaat, dan word je niet opgevoed met grote liefdevolle gedachten voor de Staat der Nederlanden, eerder met vijandigheid.

U denkt dat religie ook een rol speelt?

Natuurlijk. Cultuur heeft alles te maken met religie. Dat is met mekaar verweven. Je hebt natuurlijk bovenste beste brave moslims, om het maar zo te noemen, die heel braaf op hun stoel zitten en de Koran lezen en zich helemaal verlustigen op hun prachtige unieke band met Allah. Niks aan de hand, zolang je op je stoel blijft zitten. Maar als dat religieuze aspect zich manifesteert in vijandigheid jegens de autochtone bevolking, de gestelde machten en de politie, dan ga je van kwaad naar erger. Zo’n milieu waar die kinderen uit voortkomen, uit liefde geboren voor het loket van de bijstand, daar kun je je ook ernstige vragen bij stellen. Die zijn niet opgevoed met de waarden dat je je moet schikken naar de gestelde machten, totaal niet. Daar proeven ze thuis zelfs afkeer van. Dan voel je je natuurlijk niet gebonden aan je omgeving.

“De hinder van wapens komt van diegenen die een illegaal wapen hebben.”

U heeft ook ooit gepleit voor wapenbezit voor burgers?

Toen brak de pleuris uit. Alsof ik zou zeggen dat iedereen die een wapenwinkel binnenloopt met cash zomaar meteen een wapen moest kunnen kopen. Wapenbezit is goed geregeld in Nederland. Je moet een psychologische test doen en een verklaring van goed gedrag voorleggen. Dat wil ik ook.

In de grensgebieden vonden in die tijd vaak gruwelijke overvallen plaats. Dat waren dan Marokkaanse bendes die uit Noord-Frankrijk kwamen, de grens overtrokken naar bosrijke gebieden met villa’s, met goede uitvalswegen en weinig grensbewaking. Ideaal voor overvallen. Ik heb die jongens vaak verdedigd, maar je zag ook wel wat er met die bewoners was gebeurd. Men zocht natuurlijk naar de kluis, zelfs al was die er niet. Als de bewoner zei dat hij geen kluis had, kreeg de vrouw eerst een paar klappen. Vervolgens werden de dochters naar boven getrokken – je weet wel wat er gebeurt – en dan werden zijn nagels eruit getrokken. Dan denk ik, als ik in die omstandigheden zou wonen en ik wist wat mij daar mogelijkerwijs te wachten stond, dat ik een wapen in huis zou nemen om mijn goederen en mijn gezin te beschermen. Het duurt daar mogelijk een halfuur voor de politie er is. Als je in zo’n gebied woont zul je sowieso wel het onderwerp van beraad zijn geweest van zo’n groepering. Dan ben je gek als je geen wapen in huis haalt. Toen stond ik te boek als iemand die riep: “Te wapen! Te wapen!”

Wat is dat trouwens voor een discussie? Want de hinder die we van wapens ondervinden komt van diegenen die gewoon een illegaal wapen hebben. En die geven dat echt niet terug en die gaan echt geen verklaring van goed gedrag kunnen voorleggen.

Hoe schat u de toekomst in voor uw partij?

Daar moet je nou een politiek instinct voor hebben. Ik weet niet of ik dat heb. Ik ben meer een man van de praktijk. Maar het kan raar lopen. We weten wel hoe we moeten winnen. Bij de provinciale verkiezingen waren we de grootste partij van het land. Tot nu toe is het een sprookje natuurlijk. We bestonden nog maar drie jaar.

“Redactieleden van praatprogramma’s worden geselecteerd op hun linksigheid”

Dan hadden we ineens zogezegd interne ruzie. Dan gebruikt Thierry het woord ‘boreaal’ op de verkiezingsavond en daarna speelde die kwestie van de partijkas en Henk Otten. En dan breekt opeens de pleuris uit. Men gaf er een richtingenstrijd aan, ‘boreale politiek’. Toen ging Otten, vanwege zijn ‘boreale’ strapatsen, in de pers zijn beklag doen. We hebben met Otten twee jaar lang alle moties, dat zijn er duizenden, moeten bespreken. Dat is altijd in harmonie verlopen. Er heeft nooit iemand op de inhoud gezegd: “Dat is een tikkeltje te boreaal” of “Nou zullen we dit probleem eens boreaal aanpakken.” Een boreaal vreemdelingenbeleid, een boreale belastingenpolitiek, een boreale landbouwpolitiek, hoe ziet dat eruit? Dat bestaat helemaal niet, het is gewoon een filosofisch begrip. Maar je bent heel kwetsbaar. Want als je je met rechts getinte standpunten op het politieke speelterrein begeeft, krijg je niet alleen met afkeurende of kritische reacties te maken, maar ook met kwaadaardigheid. Dat vind ik heel frustrerend.

De mediawereld zit heel lang gebakken in een sfeer van ‘rechts is een beetje bedenkelijk’. Daar zijn ze ook allemaal op geselecteerd in de redacties van die praatprogramma’s. Ze zijn allemaal links hoor, allemaal. Ze hebben allemaal hun positie te danken aan die veronderstelde kritische linksigheid. Als ze opeens tot dat inzicht komen dat er wel wat in dat rechtse standpunt zit, dan krijgen ze problemen met de familie en de collega’s.