De Veiligheid van de Staat (Staatsveiligheid of kortweg VSSE) heeft in 2018 in het kader van de opvolging van het islamitisch extremisme liefst 72 imams, 55 moskeeën en 39 vzw’s opgevolgd in België.

Het antwoord werd onlangs in De Kamer gegeven door minister Koen Geens op een schriftelijke vraag van Katleen Bury (Vlaams Belang). Omwille van de lokale gevoeligheid van sommige onderzoeken en om deze lopende onderzoeken niet in het gedrang te brengen, kunnen er van de minister van Justitie (bevoegd voor de VSSE) geen cijfers per provincie verkregen worden. Geens: “In 57 van de gevallen werd wel een of meerdere keren informatie uitgewisseld met buitenlandse partnerdiensten (lees: inlichtingendiensten).”

Wettelijk kader

De VSSE volgt binnen het kader van zijn wettelijke bevoegdheden bepaalde extremistische fenomenen (artikel 8 van de organieke wet met betrekking tot inlichtingendiensten), waaronder het islamitisch extremisme. Dit houdt in dat personen en verenigingen die – in ruime zin – kunnen worden geplaatst binnen een extremistische strekking (zoals bijvoorbeeld het salafisme), worden opgevolgd door de dienst. In het geval van bijvoorbeeld moskeeën wordt daarbij meer specifiek gekeken naar het profiel van het moskeebestuur, de imam(s), de bezoekers en gastpredikers, de strekking van de prediking, religieuze lessen en lezingen.

De Staatsveiligheid stelt het zelf op de webstek (vsse.be): “Salafisme vormt een probleem voor de Belgische samenleving.” Een belangrijk concept is ‘Al-Wala wal-Bara’ (letterlijk: liefde en haat omwille van Allah). Dat concept verwijst naar het salafistische concept van de alliantie en de afwijzing. “Een moslim die God op een correcte manier wenst te dienen, moet loyaal zijn tegenover medegelovigen die dezelfde lezing van de islam delen. Hij moet de invloed van niet-moslims afblokken en hen zelfs als vijanden beschouwen. Sommigen gebruiken dit concept om de gewapende jihad te rechtvaardigen.”

Besluit

De cijfers van Geens over het aantal door de VSSE in België gevolgde imams zou de ogen moeten open van de laatste Vlamingen die (nog) niet beseffen hoe gevaarlijk en ontwrichtend sommige imams zijn. Bovendien betalen we twee keer: een keer voor de imam en een keer voor de spion(nen) die deze imam in de gaten moet houden. Dergelijke imams hebben bovendien een groot bereik. We hebben uiteraard vertrouwen in de spionnen van de VSSE, maar we zouden ons toch beter als samenleving de vraag stellen of een salafistische imam die gevolgd wordt door een inlichtingendienst wel een plaats verdient in onze samenleving. Mijn antwoord kent u ondertussen.