Het wordt nog pingelen over de kloof tussen Vlamingen en Franstaligen als het gaat over de gezondheidsverstrekking van de toekomst. De Franse Gemeenschap, ondanks haar oververtegenwoordiging van 30 procent in vergelijking met de Vlaamse, is niet geneigd om de instroom van toekomstige artsen op een sluitende wijze te beperken.

Er zijn zo van die dossiers die in de marge van het communautaire debat blijven hangen. Neem nu de gezondheidszorg en in het bijzonder het debat over het aantal huisartsen en specialisten. Professor Eric Ponette had het er al vaker over in Periodiek, het tijdschrift van het Vlaams Artsenverbond, waarin hij aandacht blijft vragen voor de scheef gegroeide artsendensiteit tussen gewesten en gemeenschappen.

Het gaat vooral over aantallen huisartsen en specialisten. Daarover bestaan cijfers per gewest en per gemeenschap. Die cijfers dateren van 2016, maar er is geen reden om ervan uit te gaan dat daar nu de jongste drie jaar verandering in zou gekomen zijn. Integendeel.

Huisartsen en specialisten

Uit de officiële cijfers blijkt dat er in de Vlaamse gemeenschap 7.020 huisartsen actief waren in de gezondheidszorg (10,4 per 10.000 inwoners), tegenover 5.335 in de Franse Gemeenschap (11,7 per 10.000 inwoners). Het verschil lijkt hier nog beperkt, al is dat relatief. Wordt de densiteit voor huisartsen in de Vlaamse Gemeenschap gelijkgesteld aan 100, dan zien we dat die in de Franse Gemeenschap oploopt tot 113.

Diezelfde oefening kan worden herhaald voor de specialisten. Daar is het verschil méér dan opvallend.

Tegenover 10.061 specialisten actief in de gezondheidszorg in de Vlaamse Gemeenschap (14,9 per 10.000 inwoners), staan er niet minder dan 9.712 in de Franse Gemeenschap (21,3 per 10.000 inwoners)

Wordt de densiteit voor specialisten in de Vlaamse Gemeenschap gelijkgesteld aan 100, dan zien we dat die in de Franse Gemeenschap oploopt tot 143.

Voor de totaliteit van huisartsen en specialisten vanzelfsprekend een gelijkaardig beeld. De densiteit van de totale groep is in de Franse Gemeenschap 30 procent hoger dan in de Vlaamse Gemeenschap.

Besluiten

Het voordeel van de berekening van de artsendensiteit per Gemeenschap is dat die het best aansluit bij de cijfers die gehanteerd worden bij de berekeningen van de contingentering, die eveneens op de taalrol gebaseerd zijn.

Ponette trekt uit de cijfers ook conclusies over de algemene taalsituatie. Ondanks het overwicht in de Belgische bevolking van 60 procent Nederlandstaligen t.o.v. 40 procent  Franstaligen, is er in België een belangrijke oververtegenwoordiging van 30  procent Franstalige artsen t.o.v. de Nederlandstalige artsen.

“Die Franstalige oververtegenwoordiging contrasteert sterk met de onwil van de Franse Gemeenschap om de instroom van toekomstige artsen op een sluitende wijze te beperken”, aldus Ponette.

Bevoegheidsverschuiving

Ponette verbindt ook politieke conclusies aan zijn vaststellingen: “Het ganse gezondheidsbeleid, met inbegrip van de normering, de uitvoering en de financiering, moet – zoals reeds bepaald in de resoluties van het Vlaams

Parlement van 3 maart 1999 – dringend een bevoegdheid worden van de Vlaamse en Franse Gemeenschap.  Dat geldt ook voor de bevoegdheid voor toegang tot het beroep van arts.” Tot zover Ponette.

En nu?

Minister van Sociale Zaken Maggie De Block (Open Vld) zorgde eind januari 2019 voor hoogspanning door aan te kondigen dat ze zonder efficiënte filter geen Riziv-nummers meer zou vrijmaken voor overtollige Franstalige geneeskundestudenten.

Toch vroeg ze een jaar geleden de FOD Volksgezondheid een nieuw protocol van contingentering uit te werken dat rekening zou houden met de realiteit in Wallonië en Brussel. Op Waalse banken werd nog maar eens herhaald dat daar “meerdere gemeenten met een tekort aan artsen kampen”. Waals minister van Volksgezondheid Alda Greoli (cdH) en Minister van het Franstalige Hoger Onderwijs Jean-Claude Marcourt (PS), verantwoordelijk voor de artsenopleiding in de Franse gemeenschap, zeiden te hopen op “respect voor de studenten in opleiding en voor de kwaliteit van de gezondheidszorg”.

Naar de rechter

In het najaar 2019 werd het oventje van de gezondheidszorg opnieuw opengetrokken. 286 studenten die slaagden voor het toelatingsexamen arts mochten niet beginnen aan hun studies omdat Vlaanderen zich netjes houdt aan de federale quota (contingentering). In Wallonië trekken ze zich van die quota niets aan. In de Franse Gemeenschap mogen álle geslaagden – quota of niet – beginnen aan de opleiding.

Felix De Crem was een van de ongelukkigen die vorige zomer wel slaagde in de toelatingsproef maar niet mocht beginnen. Zijn vader Karel, de broer van Pieter De Crem, stapte naar de rechtbank  “omdat het systeem niet eerlijk is”.

In De Specialist (26 nov.) vraagt Karel De Crem een decreetswijziging waarbij alle geslaagden van 2019 mogen starten en de Vlaamse student zijn gelijke ‘faire’ kansen krijgt. Het quotum voor Vlaanderen moet niet gewijzigd worden, dus géén extra Riziv-nummers. Maar het Vlaams Parlement zou het vastgelegde federale quotum voor 2020 voor Vlaanderen éénmalig kunnen verhogen. Iets was Wallonië al jaren eenzijdig doet en zonder de minste contestatie, zelfs “met hulp van de federale overheid”, aldus De Crem.

Vlaanderen gaat zich ook niet meer aan die federale quota houden, zegt minister van Onderwijs Ben Weyts (N-VA). “We gaan een eigen commissie de nood aan artsen in kaart laten brengen”, zegt hij. “Het kan niet dat wij in Vlaanderen de enigen zijn die braaf de regels volgen.” (Gazet van Antwerpen, 13 november).

Federaal Minister van Volksgezondheid Maggie De Block (Open Vld), reageerde warm en koud. Ze gaf toe dat er ‘bijsturing’ nodig is om het teveel aan Franstalige studenten in te dijken.  Maar… de quota in Vlaanderen nu ook (eenmalig?) loslaten, vond ze niet ok omdat bij stijgende aantallen de omkadering onvoldoende zou zijn en omdat meer afgestudeerden geen werk zouden vinden. Een eigen Vlaamse Commissie oprichten was voor haar dan weer ‘verspilling’. “Dat wordt een aandachtspunt bij de vorming van de volgende federale regering”, voegde ze daaraan toe.

Voortgaand op uitspraken van de Waalse en francofone politici wijst niets erop dat ze hun politiek in 2020 zullen veranderen.

Quid CD&V? De volgende regering, als die er al zou komen, kan geen staatshervorming doorvoeren, maar CD&V eiste wel dat er al nieuwe communautaire stappen zouden worden voorbereid, zodat er tegen 2024 al een blauwdruk klaarligt om oplossingen uit te werken, onder meer voor concrete dossiers zoals de geluidsnormen in Brussel en de contingentering van artsen.

Als de Vlamingen van één ziekte niet te genezen zijn, is het dan niet hun naïviteit?