Boris Johnson wil de ‘license fee’ (de Britse versie van het kijk- en luistergeld, dat bij ons tot 2002 bestond) afschaffen. Nu betaalt elke Brit met een televisietoestel meer dan 200 euro per jaar, geld dat via een omweg 75 procent van de werkingskosten van de BBC betaalt. De eerste minister overweegt over te gaan tot een abonnementssysteem: enkel wie Auntie Beeb, zoals Britten hun openbare omroep soms noemen, echt wil bekijken, moet nog betalen.

Het snel evoluerende medialandschap speelt een belangrijke rol in de plannen van Johnson. Aan jonge mensen van de Netflix-generatie valt nog moeilijk uit te leggen waarom zij moeten betalen voor een traditionele televisiezender die zij niet meer bekijken. Ook in Vlaanderen beweegt alles snel op dit terrein, zoals vorige week nog bleek uit het plan van Telenet en DPG-media om een Vlaamse versie van Netflix te lanceren. ‘Streaming’ (het digitaal aanbieden van visuele producties die de kijker kan bekijken wanneer hij wil) is duidelijk de toekomst.

De BBC tegen de Brexit

De plannen van Johnson leiden uiteraard tot protest. Net als onze VRT heeft de corporatief ingestelde BBC geen zin in betekenisvolle besparingen. Zowel bij de omroep als de linkse tegenstanders van de premier leeft ook het idee dat niet alleen evoluties in het medialandschap hem naar de afschaffing van de licence fee brengen, maar dat er ook een element van politieke afrekening is.

Sommigen suggereren dat Johnson eigenlijk wraak wil nemen voor de houding van de BBC bij de Brexit en de jongste verkiezingen. De Britse openbare omroep heeft inderdaad steeds meer moeite om zijn imago van politieke neutraliteit te handhaven. Nergens bleek dat duidelijker dan bij de berichtgeving over de Brexit. Denktank Civitas berekende dat bij de 4.275 gasten die de BBC sinds 2002 had uitgenodigd om over de EU te praten, minder dan 2 procent een pro-Brexit-visie hadden, nochtans een meerderheidsopinie in het land.

Dat wordt ook bevestigd door de memoires van voormalig presentator John Humphrys. Hoewel Humphrys zelf tegen Brexit had gestemd, was ook hij verbaasd over de grote en algemene vijandigheid die er bij de openbare omroep heerste tegenover de keuze van het volk. De politieke opinies van de redactie staan ver verwijderd van de samenleving, was zijn besluit: “Bij de BBC had men geen idee van wat er inzake de EU leefde bij het volk.”

Het is niet dat er bewuste en gecoördineerde pogingen worden gedaan om het nieuws te manipuleren. Maar de bedrijfscultuur van de Britse omroep is zo doordrongen van linkse opvattingen (Humphrys: “institutional liberal bias”), dat de berichtgeving er noodzakelijk door gekleurd en vertekend wordt.

Politiek correcte fictie

Niet enkel de nieuwsredacties zijn ziek bij de BBC. De fictie lijdt zo mogelijk nog meer onder een cultus van sectaire opvattingen. De recentste verfilming van de literaire klassieker “War of The Worlds” kreeg een militante vrouw als hoofdrolspeler, geassisteerd door een waarschijnlijk homoseksuele wetenschapper, in een verhaal waarin een achterlijke, nationalistische, racistische, militaristische Victoriaanse samenleving terecht een pandoering krijgt van buitenaardse wezens. Zelfs de linkse krant The Independent vond de politieke actualisering van HG Wells’ boek irritant.

In de recente remake van het Engelse jeugdverhaal “Watership Down” duiken een feministisch konijn en een zwart konijn met een Bronx-accent op. Het traditionele kerstverhaal “A Christmas Caroll” van Charles Dickens werd door de BBC herschreven als een aanklacht tegen het kapitalisme. Humor moet nu alle minderheidsgevoelens respecteren en blijk geven van diversiteit: de verantwoordelijke van BBC-Comedy verklaarde dat hij vandaag geen humoristische series zou aanvaarden van alleen blanke mannen zoals Monthy Python. Het doet er mij aan denken: wanneer zag ik laatst een goede komedie van de BBC?

De kijkcijfers lijden onder de weinig subtiele politieke drammerigheid die in alle series binnendringt. De laatste serie van “Doctor Who” is zo onverteerbaar politiek correct dat de kijkers massaal afhaken. “De letters BBC waren ooit een keurmerk voor kwaliteit,” schrijft James Delingpole in The Spectator, “maar vandaag zijn ze een waarschuwing voor de kijker geworden.”

De ongegeneerdheid waarmee delen van de BBC hun ideologische voorkeur tentoonspreiden leidt tot toenemende ergernis in conservatieve middens. De snelle veranderingen in het medialandschap zijn voor sommigen dan ook een goede aanleiding om eindelijk eens orde op zaken te stellen. Ze hebben trouwens overschot van gelijk. Traditionele televisie geraakt wel degelijk voorbijgestreefd, hoezeer we dat ook kunnen betreuren. Maar als een openbare omroep dan ook nog eens verschrompeld is tot het instrument van een sociale en politieke minderheidsgroep, en de aansluiting bij het volk heeft verloren, dan zijn er genoeg redenen om er serieus in te snoeien.

Het is nog niet zeker dat de abonnementsplannen zullen doorgedrukt worden, want ook binnen de Conservatieve Partij zijn er die bang zijn voor een oorlog met de machtige BBC.

Een idee voor de VRT

Veel Vlamingen zal het verhaal van de BBC vertrouwd voorkomen. Ook wij zitten met een openbare omroep die zich als voornaamste taak gesteld heeft zichzelf in stand te houden, als verdienmodel voor iedereen die er nu werkt. Een zender die vindt dat hij zelf zijn koers moet kunnen varen, zonder inmenging van de politici die zijn aangesteld door de kiezer die de rekening moet betalen. Een staatsinstelling die bevolkt wordt door mensen met maatschappelijke opvattingen die niet representatief zijn voor de bevolking en die te vaak als platform fungeert voor de verspreiding van die opvattingen.

Ik denk dat we de illusie moeten opgeven dat van de VRT ooit nog een waarlijk neutrale zender kan gemaakt worden. Privatisering is ook niet het beste idee: de instelling sleept teveel bagage mee van haar bedrijfscultuur en haar personeelsbestand. Een systeem van abonnementstelevisie kan misschien wel een interessante optie zijn.

Momenteel betalen we wel geen kijk- en luistergeld meer, maar via de belastingen krijgen we evengoed de rekening, of je de VRT goed vindt of niet, of je kijkt of niet. Een abonnementsformule kan dat oplossen: wie de VRT nog op het scherm wil, kan daar voor betalen. Een vergoeding die dan meteen ook de enige bron van inkomsten van de omroep wordt. Eventueel kan met een apart abonnement gewerkt worden voor de programma’s van de nieuwsdienst.

Er zou meer dan één voordeel aan dergelijk systeem zijn. Het zou niet alleen een grote besparing voor de gemeenschap inhouden. De Vlaamse mediawereld zou in zijn geheel beter voorbereid worden op de nieuwe, digitale tijden. En het zou de openbare omroep misschien aanmoedigen om wat representatiever voor gans Vlaanderen te worden.