Het conflict tussen Catalanen en Spanjaarden rond onafhankelijkheid wordt ook online uitgevochten. Vanuit het Catalaanse kamp kwam een geslaagde zet: ze maakten richting een Vlaams publiek bekend dat er in Spanje ‘festiviteiten’ zouden plaatsvinden ter ere van de ‘Tercios’, de Spaanse troepen die tijdens de 80-jarige oorlog in de Nederlanden vochten.

Er zou met name in de hoofdstad Madrid op een plein een ‘re-enactment-kamp’ opgericht worden, met Spanjaarden die het leven in dat leger zouden naspelen. “Dat zijn de troepen die ook verantwoordelijk waren voor de Spaanse Furie”, voegden de Catalanen eraan toe. De Spaanse Furie ging in Antwerpen tekeer op 4 november 1576. De Spaanse staat was failliet, de soldaten kregen geen soldij en besloten dan maar te nemen wat ze wilden.

N-VA-burgemeester Bart De Wever reageerde als door een wesp gestoken en stuurde een boze protestbrief naar de burgemeester van Madrid. “Het stadsbestuur van Antwerpen heeft uiteraard respect voor de geschiedenis van Spanje en voor de vrijheid van meningsuiting”, schrijft Antwerps burgemeester Bart De Wever (N-VA) in een brief aan zijn collega in Madrid. “Maar de verheerlijking van dit verleden getuigt volgens ons van een totaal gebrek aan het meest elementaire respect. In herinnering aan de talloze slachtoffers willen wij dit gebeuren dan ook krachtig veroordelen.”

Het opzet van de Catalanen is dus geslaagd: 1-0 voor hen. Maar mogen we in dit geval toch een paar bedenkingen plaatsen?

Geschiedenis naspelen, een ‘verheerlijking’?

In gans Europa is er een hernieuwde belangstelling voor de eigen geschiedenis. Een van de voorbeelden daarvan is de groeiende populariteit van wat ‘re-enactment’ genoemd wordt: mensen kiezen een historische periode uit en verdiepen zich dan in kleding, uniformen, wapens, veldslagen,… Een volwaardig Nederlands woord lijkt voorlopig niet te bestaan, helaas. Alleszins is er voor elk wat wils: sommigen kopen zich een volledige uitrusting en nemen enkele keren per jaar deel aan grote veldslagen, zoals de jaarlijkse ‘Slag van Waterloo’ met duizenden deelnemers. Anderen maken er echte toegepaste archeologie van: er zijn in Vlaanderen bv. groepen Vikings, die tot in de kleinste details met naalden gemaakt van dierenbeenderen hun eigen kleding naaien. Op die manier ontdek je zelf wat werkt en wat niet. De re-enactmentgolf is in gans Europa te zien: van de Scandinavische Vikingmarkten over de riddervendels in Duitse burchten over de Nederlandse geuzenvendels tot de Napoleon-soldaten bij Waterloo.

De vraag is dan: is zo’n re-enactment een ‘verheerlijking’? Verheerlijken de soldaten in Waterloo elk jaar de wandaden van Napoleon? Maken de Viking-spelers zich schuldig aan het verheerlijken van het plunderen en doden van onze voorouders? Om nog maar te zwijgen over de groepen van de Duitse Wehrmacht en Waffen SS die recent een deel van het Ardennenoffensief naspeelden?

Het antwoord is nee. De mensen die historische personen en veldslagen naspelen, beleven daar veel plezier aan, krijgen interesse voor geschiedenis en moedigen dat ook aan bij een breed publiek, zeker bij kinderen. Voor het onderwijs is deze evolutie een zegen: welk boek of les kan op tegen een levende mens in passende kledij die de geschiedenis zichtbaar maakt? Moet een nationalist daar tegen zijn? Dat valt toch moeilijk te begrijpen.

‘Ja maar,’ klinkt het dan, ‘in Spanje zit de re-enactment in de sfeer van de rechts-nationalistische partij VOX.’ Wel, het re-enactment-gebeuren is strikt a-politiek en de groepen waken er ook over dat dat zo blijft. Het wordt gezien als toneel spelen, als een rol aannemen: het is niet omdat je een uniform van een Duitse generaal draagt, dat je daarom echt een nazi bent. Het is natuurlijk wel zo dat mensen met veel belangstelling voor geschiedenis, uniformen en veldslagen nu doorgaans niet bekend staan om hun (extreem)linkse opvattingen. Dat je in deze middens dus gemiddeld wat meer nationalisten dan liberalen vindt, is mogelijk en dat zal ook in Spanje wel zo zijn. Maar als argument om een re-enactment te ‘veroordelen’ is dat toch wat mager.

Fit magna caedes

Is het overigens op het met bloed doordrenkte Europese continent geen doodlopend straatje dat de ene aanstoot neemt aan de re-enactments van de andere? Neem nu de Romeinen: die hebben onder valse voorwendsels onze gewesten aangevallen, terwijl daar op dat ogenblik al een bloeiende Keltisch-Gallische beschaving was. De Eburonen werden vanwege hun verzet zo grondig uitgeroeid dat vrijwel elk spoor van dat volk uit de geschiedenis verdwenen is. “Fit magna caedes”, schreef Caesar verschillende malen in zijn “De bello Gallico”. Dat betekent zoveel als: het werd een grote slachting…

Als mensen vandaag dus Romeinse legioenen naspelen en die bij Velzeke of Bavay over oude heirwegen laten marcheren, dan zou wie van kwade wil is dus perfect de woorden van Bart De Wever kunnen toepassen: “De verheerlijking van dit verleden getuigt volgens ons van een totaal gebrek aan het meest elementaire respect. In herinnering aan de talloze slachtoffers willen wij dit gebeuren dan ook krachtig veroordelen.”

In werkelijkheid is het voor al wie van geschiedenis houdt prachtig om een ‘cohorte’ in Romeinse wapenrusting en met loodzwaar schild in een authentieke Romeinse omgeving pakweg de Testudo-formatie te zien uitvoeren, met schilden en speren naar alle kanten. Laten we over de Spaanse re-enactors dus maar beter geen ‘Vlaamse furie’ afroepen. Er zijn vele zaken om ons druk over te maken, maar dit is er geen van.