Het is geen geheim dat Fedasil de jongste tijd op zoek was (en nog steeds is) naar gebouwen om de asielzoekers te huisvesten. De reden hiervoor is dat de ‘eigen’ opvangcapaciteit verzadigd is.

In Terlanen (Overijse) zal het voormalig woonzorgcentrum De Lasne binnenkort opnieuw niet-begeleide minderjarige asielzoekers huisvesten. Of deze jongens (bijna nooit meisjes) echt minderjarig zijn, is twijfelachtig. Medisch onderzoek wijst immers uit dat dit niet altijd het geval is. Het gebouw De Lasne is eigendom van een privépersoon. Aangezien Fedasil zelf het huurcontract publiceerde, kunnen we lezen dat deze persoon een maandelijkse huur van 7.000 euro ontvangt.

Tot 60.000 euro huur per maand

Ook in Gent worden asielzoekers opgevangen. De eerste bewoners van het tijdelijke opvangcentrum Reno zijn op donderdag 6 februari 2020 toegekomen. Het gaat om een vijftigtal personen die hun asielaanvraag hebben geregistreerd in België. Fedasil zal hen opvangen zolang het onderzoek van hun asielaanvraag loopt.

Het opvangcentrum van Gent is gelegen op een drijvend ponton aan de Rigakaai, waar tijdens de asielcrisis van 2015 ook al opvang voor asielzoekers werd voorzien door een privépartner. Het gaat om een tijdelijk opvangcentrum dat maximaal 250 personen zal kunnen opvangen, zowel families als alleenstaande personen (volwassenen of minderjarigen). De maandelijkse huurprijs van de opvangponton Reno in Gent bedraagt 60.000 euro, zoals in het huurcontract te lezen is.

Het opvangcentrum van Fedasil in Deurne kost de burger dan weer 30.000 euro aan huur per maand. In Couvin is het bedrag 25.000 euro per maand. En de maandelijkse huurprijs voor het tijdelijke opvangcentrum van Fedasil in Zoutleeuw (Dormaal) bedraagt 14.250 euro. Voor Saint-Vincent betaalt Fedasil dan weer 30.386 euro huur per maand.

Geen alternatief?

Fedasil zal wel schermen met het argument dat er geen alternatief is, een beetje zoals Thatcher met haar TINA (There is No Alternative). Er is uiteraard altijd een alternatief (Theresa of There’s Always an Alternative), maar de framing gebiedt dat nu eenmaal voor te stellen als de enige (dure) optie.

Naast de fenomenale kostprijs van deze nieuwe asielcrisis, is er een ander element. Daarvoor moeten we even naar het verleden. Sinds enkele weken staan de notulen van de ministerraad van het jaar 1989 online. Dat jaar is Wilfried Martens premier van zijn regering-Martens VIII. Louis Tobback is minister van Binnenlandse Zaken, Modernisering van de Openbare Diensten en Culturele en Wetenschappelijke Nationale Instellingen. Op 17 november 1989 komt de ministerraad bijeen. Er is een hevige discussie over het asielprobleem (letterlijk: vluchtelingenprobleem) op dat moment.

Minister Tobback merkt op dat de beste voedingsbodem voor het Vlaams Blok de vroeger besliste maatregel is ‘om aan de gemeenten de verplichting op te leggen een aantal vreemdelingen op te nemen’. Tobback zal gelijk krijgen. En vandaag herhaalt de geschiedenis zich. Sommige politici zullen het nooit leren.