Het zijn sombere tijden voor wat het ‘politieke centrum’ heet in West-Europa. In Nederland zagen de traditionele partijen zich wegsmelten tot relatief kleine spelers. In Vlaanderen halen alle traditionele partijen samen zelfs geen 50 procent meer. In Frankrijk veegde Macron met ‘En Marche’ zowat alle andere traditionelen van de kaart.

Duitsland leek tot voor kort de grote uitzondering. Vooral de CDU, de christendemocratische machtspartij die samen met de Beierse zusterpartij CSU de ‘Union’ vormt, bleef als rots in de branding overeind. Ook na de immigratie-invasie van 2015 haalden CDU/CSU en Merkel bij de verkiezingen voor de Bundestag in 2017 bijna 33 procent van de stemmen. Men kon niet om de vaststelling heen: ook al trokken massa’s boze rechtse Duitsers van de CDU richting AfD, de CDU zélf bleef met een score van boven de 30 procent bij de Duitsers toch overeind als hét symbool van ernst en degelijkheid.

Maar nu lijkt er toch iets aan de hand. In het federale land Duitsland zijn er altijd wel ergens verkiezingen, die niet altijd representatief zijn voor de nationale verhoudingen, maar die vanuit de hoofdkwartieren in Berlijn natuurlijk wel met argusogen gevolgd worden. Bij de ‘Union’ van CDU en CSU staan de knipperlichten nu duidelijk op rood.

Klap in Hamburg

Onlangs trok de stad Hamburg naar de stembus. Hamburg is een speciaal geval: als oude Hanzestad met 1,8 miljoen inwoners maakt de stad geen deel uit van een deelstaat, een ‘Bundesland’, maar is het er zelf één. Elke vier jaar kiezen de burgers hun parlement, de ‘Hamburgische Bürgerschaft’, met 121 zetels. Hamburg is een linkse stad, omdat de vervreemding er heel sterk is: meer dan 40 procent van de inwoners zijn van allochtone herkomst.

(Ik heb overigens ruime ervaring in het leven in grootsteden met veel immigranten, maar heb me in mijn leven maar één keer onveilig gevoeld: toen ik met mijn gezin rondwandelde in de buurt rond het hoofdtreinstation van Hamburg. De onwaarschijnlijke opeenstapeling van immigranten, illegalen, druggebruikers onder invloed en openlijke dealers daar is hallucinant.)

Dat de linkse partijen met wat onderlinge verschuivingen bij de meest recente verkiezing in Hamburg dus wonnen, is geen verrassing: 39 procent voor de SPD, 24 procent voor de Groenen, 9 procent voor Die Linke. Wat wel een verrassing was, was de dreun voor de CDU: van 15,9 procent naar 11,2 procent. En dat zonder noemenswaardige winst voor de AfD, die licht achteruitging naar 5,3 procent, en de FDP, die zakte naar 4,96 procent. De kiezers voor de CDU verschuiven dus niet: ze sterven uit, vluchten de stad uit of verspreiden zich over zowat alle anderen. Een nachtmerrie voor elke partij.

Voor Hamburg waren er al de deelstaatverkiezingen geweest in het oosten, in Thüringen en Brandenburg, waar de CDU het erg slecht deed met 21,7 procent (-11,8%) en 15,6 procent (-7,4%). We spreken dan nog niet over de talloze opiniepeilingen in Duitsland: momenteel geeft geen enkel peilingsbureau de CDU/CSU nog boven de 30 procent. De meeste geven de CDU/CSU nog 25 tot 27 procent. De positie van de ‘Union’ als onbetwiste spelverdeler, die ‘incontournable’ is, staat dus op instorten.

Tweede poging voor Friedrich Merz

Angela Merkel ziet het probleem niet: zij deed haar gewenste opvolger Annegret Kramp-Karrenbauer (AKK) in 2018 tot voorzitter van de CDU kiezen en kondigde aan dat ze bondskanselier wilde blijven tot 2021. Maar AKK struikelde over de afwikkeling van de nederlaag in Thüringen en gooide de handdoek in de ring. De CDU heeft nu de procedure opgestart om een nieuwe voorzitter te verkiezen: dat moet gebeuren op 25 april 2020 op een Congres in Berlijn.

Er zijn intussen drie kandidaturen bekend. Twee ervan lijken de centrum-linkse koers van Merkel te willen voortzetten: Norbert Röttgen, een 55-jarige West-Duitser die minister is onder Merkel en Armin Laschet, de 59-jarige minister-president van Noordrijn-Westfalen. Maar de échte uitdager is de 65-jarige Friedrich Merz die na een politieke carrière in de CDU door Merkel rond 2002 op een zijspoor werd gezet. Daarna bouwde hij een succesvolle loopbaan als jurist en zakenman op, om in 2018 terug politiek actief te worden. De inzet: de CDU weghalen uit de klauwen van Merkel.

Bij de verkiezing van een nieuwe voorzitter van de CDU op 7 december 2018 kon het niet spannender zijn. Merz behaalde van de zowat 1000 afgevaardigden 48 procent, AKK haalde het echter met de steun van Merkel nipt met 52 procent. De ster van Merkel is sindsdien echter danig getaand. Slaagt Merz er deze keer wél in het partijvoorzitterschap van de CDU in handen te krijgen? Eist hij dan ook meteen het bondskanselierschap op, zoals tot nog toe gebruikelijk? En stuurt hij de CDU opnieuw naar rechts? De toekomst zal het ons leren…