Er was een tijd dat Turkije over een ‘zero problem’-beleid in de regio sprak. Goede relaties onderhouden met ongeveer iedereen, om zo groeiende invloed uit te oefenen en zich terug wat Ottomaans te voelen. Het omgekeerde gebeurde. Onhandige inmenging zorgde ervoor dat de Turken op zowat alle fronten net wel ‘problems’ hebben, wat de positie van Erdogan danig verzwakt.

De ontmoeting tussen de Russische president Poetin en zijn Turkse collega Erdogan, waar het akkoord rond het getormenteerde Idlib bereikt werd (inmiddels is het staakt-het-vuren al verschillende keren geschonden), was een topdag voor wie van symboliek houdt. Om te beginnen liet men de Turken vernederend lang wachten. Als een schoolmeester die een groep kinderen beveelt, liet Poetin vervolgens elk Turks delegatielid hem keurig en nederig de hand komen schudden. Ondertussen moest Erdogan blijven zitten en wachten. Hij leek wel de gestrafte kleuter in het verhaal. Wat wellicht het hardst aankwam, was echter dat de Turkse delegatie diende te poseren voor een reusachtig beeld van Catharina De Grote, niet toevallig de Tsarina die de Ottomanen stevig aanpakte en de Krim op hen veroverde.

De manier waarop de ontmoeting ingekleed werd, zegt iets over de relatie en vooral de machtsverhouding tussen beide heren. Analist Dimitri Trenin omschrijft die als volgt: “Poetin is de Russische Tsaar en Erdogan zou maar wat graag de Turkse Sultan zijn, maar dat is hij niet. Hij voelt zich onzeker en krijgt af te rekenen met steeds meer oppositie in zijn eigen land. Poetin van zijn kant staat steviger in zijn presidentiële schoenen.”

“Assad of we leggen het land in as”

Die complexe relatie tussen ‘Tsaar’ en ‘Sultan’ wordt in belangrijke mate bepaald door wat zich al jaren op Syrisch grondgebied afspeelt, met als (voorlopig) hoogtepunt het drama in Idlib. In grote lijnen willen Moskou en Ankara hetzelfde voor dat gebied: er een bufferzone van maken en escalatie vermijden. Alleen lopen de meningen uiteen over de afbakening en vooral bestemming van die zone. Erdogan ziet het als een plek waar die miljoenen vluchtelingen, die zich thans op Turks grondgebied bevinden, in gestopt moeten worden. Maar dat ziet Poetin, die rekening houdt met bondgenoot Assad, wel anders. De ambitie van deze laatste laat aan duidelijkheid niets te wensen over: het hele grondgebied heroveren en die lui die de opstand tegen zijn regime vorm gaven buiten de grenzen houden, in Turkije of elders. “Assad of we leggen het land in as” is het opschrift dat het presidentiële leger aanbrengt wanneer ze nog maar eens een verwoesting uitgevoerd hebben.

Reservoir vol jihadisten

Er zijn natuurlijk verschillende manieren om naar Idlib te kijken. De humanitaire dimensie is onmiskenbaar, maar de provincie is ook “het grootste reservoir aan jihadisten ter wereld”, zoals de Franse onderzoeker Alexandre del Valle het onlangs in een interview omschreef. Want vergis u niet: wat als het ‘verzet’ tegen Assad omschreven wordt, zijn vaak niet meer dan al-Qaida-achtige groeperingen, al dan niet versterkt door IS-recyclage. Regelmatig duiken ook steeds andere namen op, een soort herverkaveling die onduidelijkheid moet creëren. In het akkoord tussen Rusland en Turkije is sprake van het ontmantelen van alle terreurgroepen. Alleen, zo merkt professor Internationale Relaties David Criekemans op zijn YouTube-kanaal op, dreigen de meningen wel eens te verschillen over wat al dan niet onder de noemer ‘terreur’ valt.

Libisch theater

De beelden zijn overvloedig aanwezig. Een provocerend Turkije laat ‘vluchtelingen’ toe aan de grens, dreigend dat ze wel ergens een bres zullen kunnen slaan. Erdogan mag dan al provoceren – wellicht is het geld dat hij door de eerdere deal met de EU kreeg opgesoupeerd -, maar hij doet meer. Minder gekend is de Turkse betrokkenheid in het conflict in Libië. Ankara kiest partij voor de officiële regering in Tripoli, en dus tegen Generaal Haftar, die dan weer op Russische steun kan rekenen. Dat ook Assad uitdrukkelijk de Generaal steunt, toont aan dat beide conflicten steeds meer in mekaars buurt komen. Zopas opende Haftar nog een ambassade in Damascus, net zoals enkele Arabische landen dat eerder deden.

Ondertussen stuurt Erdogan ook troepen naar Libië. Net zoals hij ook radicale Islamisten rekruteert, opleidt en richting Noord-Afrika stuurt. Volgens bepaalde berichten zou de kaap van de 5.000 al bereikt zijn. Het is een demarche die moet bijdragen tot een relatie met Rusland, vergelijkbaar met wat rond Syrië is gebeurd. Er zit een aspect samenwerking, maar ook tegenstelling in. Moskou lijkt dat echter anders te zien. Met de Wagner-groep, een zogenaamde ‘private military company’, gaan ze vol voor Haftar. Net zoals de Verenigde Arabische Emiraten of Egypte dat doen. De Generaal Tripoli binnenloodsen en de macht volledig in handen krijgen, daar is het om te doen. Niet om een of ander akkoord te sluiten met Turkije.

Ottomaanse drijfveer

Er zijn een aantal duidelijke economische motieven die de Turkse betrokkenheid in Libië verklaren, maar er is ook meer. Voor Erdogan is de Ottomaanse geschiedenis tot een soort van obsessie uitgegroeid. Men mag niet vergeten, zoals – nog maar eens – Alexandre del Valle benadrukt, dat hij af wil van het Verdrag van Lausanne uit 1923 dat aan de basis van de (seculiere) Turkse Republiek ligt. Hij claimt Griekse eilanden in de Egeïsche Zee, net als stukken van die zee. Ook aan de Zuidgrens wil hij grenscorrecties die lijnrecht tegen het internationaal recht ingaan. Hij zorgt voor agitatie aan, zeg maar, de rafelranden van wat ooit het Ottomaanse Rijk was. Gelukkig is de Sultan iets te licht gekleed om zijn ambitie in een succesvol beleid om te zetten. Dat mocht hij vorige week in Moskou nog maar eens ondervinden.