In Maleisië is een nieuwe regering gevormd, waarvan ook de fundamentalistische partij PAS deel uitmaakt. Het is een nieuwe en gevaarlijke stap in het langzame proces van islamisering van het land. Een proces dat nog explosiever is doordat het gepaard gaat met het brute racisme van de etnische Maleiers tegen de Chinese en Indische minderheden die andere religies belijden. Maleisië is een heel ander land dan Vlaanderen, maar toch zijn er onrustwekkende parallellen met onze situatie… “Maleisisch” verwijst naar de staat en de nationaliteit. De Maleisiërs zijn verdeeld in drie etnisch-culturele groepen: Chinezen, Indiërs en Maleiers, de oorspronkelijke bevolking.

Officieel zijn 62 procent van de Maleisiërs moslims, maar dat is klaarblijkelijk genoeg om de islam tot staatsgodsdienst uit te roepen. Op papier zijn alle etnische Maleiers ook automatisch moslims, maar niemand gelooft dat. Daarnaast zijn er 20 procent Chinezen en 6 procent Indiërs. De meeste Chinezen in Maleisië zijn boeddhisten, en de meeste Indiërs hindoes, maar in beide groepen zijn er ook christelijke minderheden. Minderheden binnen een minderheid.

Een keurig land

Meer dan dertig jaar geleden maakte ik op mijn eentje een rondreis doorheen Maleisië. Na de vuiligheid en de armoede die ik kort tevoren in China had gezien, leek Maleisië mij een vriendelijk, beschaafd, goed georganiseerd land, met nette straten. Zelfs in de dorpen zag ik nergens de smerigheid die zoveel landen in de Derde Wereld ontsiert. Ik wist dat de oorspronkelijke bewoners Maleiers waren, maar het was duidelijk dat het land draaiende werd gehouden door Chinezen en Indiërs. Mijn indruk was dat heel het land in enkele jaren tijd opnieuw door het oerwoud overwoekerd zou worden als het aan de islamitische Maleiers werd overgelaten.

Bijna iedereen sprak over hen zoals wij over de Walen of de islamitische ‘jongeren’ spreken: ze parasiteren op ons, ze zijn lui, ze werken niet, ge kunt niet op hen rekenen. Dat zou bevestigd worden door mijn ervaringen met gidsen, chauffeurs, hotelpersoneel. Er was nog iets dat aan de Walen en de ‘jongeren’ herinnerde: “We moeten altijd meer betalen om hen koest te houden. Maar zolang we daarmee de vrede kunnen afkopen.” Die uitspraak hoorde ik ettelijke keren, in verschillende vormen.

Vrijwel iedereen maakte zich toen al zorgen over de groeiende invloed van de islam, maar dat leek toch vooral een probleem op lange termijn. Voorlopig ging alles nog zijn oude gangetje. “Het zal onze tijd nog wel duren.” Maar nu, drie decennia later, lijkt het einde van “onze tijd”, de tijd van de beschaving, met rasse schreden te naderen.

Beloning voor pogrom

Dat “koest houden” heeft alles te maken met de “rassenrellen” van 1969, die waren ontketend door islamitische Maleiers die moordden, plunderden en branden stichtten in Chinese wijken. De eerste uren waren alle dodelijke slachtoffers Chinezen. Na korte tijd brachten de Chinezen en ook de Indiërs gewapende zelfverdedigingsgroepen op de been. Sommigen hadden de bui al zien hangen en zij hadden zich voorbereid, onder andere door wapens te verzamelen. Dank zij die verstandige voorzorgmaatregelen werden ze niet allemaal afgeslacht. Ze konden terugvechten. Pas toen vielen er ook doden aan de kant van de Maleiers. En toen… stuurde de regering islamitische legereenheden om “het geweld te beteugelen”. Maar die schoten dikwijls ook naar hartenlust op Chinezen, zelfs als die gewoon in de deuropening van hun winkel stonden. Of zelfs in hun winkel.

In totaal werden volgens officiële cijfers 25 Maleiers en 145 Chinezen gedood. Westerse diplomaten schatten het aantal gedode Chinezen op 600. De politieke nasleep van die “rassenrellen” – in werkelijkheid islamitische pogroms – zou voor de hedendaagse blanke Amerikanen en Europeanen heel herkenbaar zijn: de moordende moslims werden beloond met een grootschalige “affirmative action” die hen moest helpen hun achterstand op de Chinezen en de Indiërs in te halen. Niemand zegde natuurlijk hardop dat de achterstand te wijten was aan hun eigen gebrek aan ijver, initiatief, studiegeest en aan de onwil om zich ook seculiere kennis eigen te maken. Dezelfde oorzaken die de achterstand van islamitische bevolkingsgroepen in de rest van de wereld verklaren. Die “affirmative action” kwam in praktijk ook neer op een massale transfer van geld dat verdiend was door hard werkende Chinezen en Indiërs naar Maleiers die… iets minder ijverig en verstandig waren. Ik druk mij zoals altijd heel voorzichtig en gematigd uit, UNIA leest misschien mee. Verder kregen de moslims ook een voorkeursbehandeling bij het toelatingsbeleid van universiteiten en zelfs kortingen (!) bij de aankoop van auto’s en onroerend goed.

Naast de “affirmative action” was er nog een andere factor die zorgde voor een voortdurende versterking van de islamitische macht, en dat was dit keer niet immigratie. Het percentage moslims in Maleisië steeg de voorbije dertig jaar ononderbroken doordat de Maleiers op één punt wel ijveriger zijn dan de Indiërs en de Chinezen: ze hebben een veel hoger geboortecijfer. Maleisië is een federaal land, maar in de ene deelstaat na de andere kwamen moslimmeerderheden aan de macht en dat had langzaam, maar onstuitbaar ook zijn invloed op federaal niveau. De islam, die in Maleisië traditioneel heel losjes werd toepast, werd machtiger, strenger en bekrompener. De islamitische greep op politiek, wetgeving en justitie werd sterker.

Geselingen en doodstraffen

De deelname van de partij PAS, de Pan-Malaysian Islamic Party, aan de federale regering opent angstwekkende perspectieven. Die partij ijvert al sinds jaren openlijk voor de invoering van de sharia. De nieuwe regering was nog maar één dag geïnstalleerd of leden van PAS publiceerden op Facebook al een lijst met tweeëntwintig eisen die recht uit het programma van de Taliban hadden kunnen komen. Geen disco’s meer, geen ‘sexy’ kledij voor vrouwen – wat dat ook mag betekenen -, alleen nog films met islamitische thema’s, arrestatie en geseling van transgenders en holebi’s… Ze eisen een verbod op alcoholverkoop, iets waar ook vele moslims daar heimelijk op zullen vloeken, en de doodstraf voor dronkenschap achter het stuur. Hopelijk brengt dat de Groenen niet op ideeën.

Momenteel wordt het Malay, de moedertaal van de etnische Maleiers, zowel in ons Latijns alfabet geschreven als in het Arabische, maar PAS wil het Latijnse verbieden. En dan is er natuurlijk de eis RUU 355 goed te keuren, een wetsvoorstel dat PAS al in 2016 heeft ingediend en dat de bedoeling heeft de macht van de shariarechtbanken aanzienlijk uit te breiden. Tot nu toe werd RUU 355 altijd weggestemd. Maar tot nu toe was PAS nog geen regeringspartij. Nu wel. En zonder PAS heeft de huidige coalitie geen meerderheid meer…