Als columnist moet je sterk zijn. Een dikke huid hebben. Als columnist moet je niet alleen aanvaarden dat anno 2020 mensen een mening hebben, maar ook dat ze die mening uitbraken op het internet. Als columnist moet je daar blij mee zijn: je wordt gelezen, het bestaansrecht van de columnist.

Er zijn columnisten die leven van complimenten. De sneeuwvlokjesgeneratie die jankt om de minste kritiek, is het drama van deze tijd. Hoe kweek je ruggengraat bij mensen, jongens en meisjes, als ze denken, geleerd hebben dat iedereen applaudisseert bij elk scheetje dat ze laten? Dat zijn geen columnisten, maar kolomvullers.

Van complimenten leer je weinig. Van de kritiek echter des te meer. Je krijgt inzicht in je lezers, misschien leer je ervan. In een enkel geval heb je begrip voor andermans standpunt. De bijvangst is dat je leert hoe columns scoren: welke onderwerpen lokken de meeste reacties uit? Het is altijd verrassend. Waar je de klok gelijk op kunt stellen, is dat columns die gaan over de multiculturele samenleving steevast reacties uitlokken van kansenparels. Dat zijn de sujetten waarmee de Westerse samenleving is opgezadeld en die zullen uitgroeien tot frustratie van ons justitiële systeem. Als het dat nog niet is natuurlijk.

Bedreigingen en vrijheidsberoving

Voor de Nederlandse omroep Powned schreef ik op de website over een bedreiging die ik onderga van een IS-strijdster: Xaviera S. Deze vrouw besloot haar veilige thuisland Nederland te verlaten om met haar man te gaan vechten voor Islamitische Staat. Het kalifaat was beter voor haar, haar kinderen en haar huwelijk, had dit licht besloten. Terwijl haar man terroristje speelde en moordde en verkrachtte uit naam van de islam, baarde zij kinderen – terroristen in spe – ook in naam van de islam. Ondertussen vond ze tijd om onder andere mij vanuit het kalifaat online te bedreigen.

Of het een rechtstreekse bedreiging op straat is of online: ik haal er mijn schouders over op. Publiekelijk dan. Binnenskamers heeft het invloed. Is het niet op mijn leefstijl – wonen in de betere buurt, een “state of the art”-beveiliging van mijn woning, geen roekeloze dingen doen -, dan is het wel op mijn geest. De ergste bedreiging was wel dat Nederlandse Turken (Nederturken, zoals ik ze noem), meenden dat het nodig was om mij in 2016 aan te geven in Turkije, waardoor ik landarrest kreeg in Turkije en niet meer naar Nederland kon terugkeren. Althans, pas na zeventien dagen werd mijn uitreisverbod opgeheven. Vrijheidsberoving is de ergste vorm van bedreiging.

Vrijheidsberoving omdat je bent wie je bent, zegt wat je zegt, schrijft wat je schrijft, doet wat je doet, leeft zoals je leeft. Alles wat normaal is, het dagelijkse leven dus, is opeens niet meer mogelijk. Je past je aan, telt je zegeningen en vecht voor een verandering van de situatie. Je staat met recht opgeheven hoofd tegenover je bedreigers, ze zullen je niet klein krijgen. Maar binnenskamers, in je hoofd, heeft het een vernietigende uitwerking. Als de situatie verandert, je weer ‘vrij’ bent, ben jij ook veranderd. Je hebt ervaren wat vrijheidsberoving betekent. Je gaat terug naar je leven, zelfs terug naar je leven als columnist. En terwijl alles veranderd is, is er één ding gelijk gebleven: de commentaren en reacties op je columns. De kansenparels zijn er nog steeds, ze leven zich uit online, onder je columns.

‘Onze jeugd’

En zo kan het gebeuren dat als je de IS-terroristen toewenst wat ze jou toewensen, wat ze ons toewensen, de kansenparels vanachter hun laptops, uit de krochten van hun armzalige hersenen, niet zo verrassende teksten weten te produceren: “Ik ging stuk toen jij vastzat in Turkije, ik heb genoten!” en nog meer van dat soort teksten. Fascinerend vind ik ze. Fascinerend. Het zijn landgenoten. Jongens en meisjes die in vrijheid in Nederland zijn opgegroeid, die ervan genoten dat ik vast zat. Die ervan genieten dat ik bedreigd word.

Als ik nou een IS-terrorist zou zijn, of de moordenaar van Pim Fortuyn dan wel Theo Van Gogh, zou ik het nog enigszins kunnen begrijpen. Maar ik ben columnist. Een vrouw die geen vlieg kwaad doet en enkel en alleen benoemt wat zich afspeelt in de samenleving. Een samenleving waarin sujetten wonen die genieten van andermans lijden. Ik noteer het. Ik haal mijn schouders op. En ondertussen denk ik: als dit ‘onze jeugd’ is, komt het nooit meer goed in Europa.