“Ik ga een coalitie kleuren!”

Thuiswerken is het ordewoord van de dag. Maar combineer dat maar eens met je gezinsleven en kinderen die zich lopen te vervelen en niet hun dagelijkse bezigheden hebben. Hoe overleef je acht weken in een toestand waarin je voortdurend op mekaars lip zit en geen kant op kunt? Wij vroegen het aan de vrouw die misschien wel het hardst getroffen werd door de coronacrisis. Martine, mama van Kristof Calvo: “Corona mag dan wel levensbedreigend zijn, maar onze Kristof is dat ook.”

We spreken Martine via een conference call op de computer. En meteen wordt duidelijk hoe moeilijk het is om dat in alle rust te kunnen doen. Nauwelijks zijn we aan het gesprek begonnen of Kristof komt in beeld. Of mama Monopoly komt spelen, wil kleine Kristof weten. “Ik heb alles klaargezet mama. Kom je spelen? Ik ben de bank. Kooooom!” Martine zucht en legt Kristof beheerst uit dat mama nu even moet werken. En dat hij steeds vals speelt. Kristof druipt pas af wanneer hij een stapel kleurpotloden en een groot blad papier in de hand heeft gekregen. “Ik ga een coalitie kleuren,” roept hij enthousiast. De stilte keert terug.

Martine kijkt nog even over haar schouder of hij echt weg is en richt zich daarna terug naar het scherm. “Zo is het dus de hele dag. Monopoly met Kristof is vreselijk. Hij doet alsof Mechelen Bruul de duurste straat is van het bord en als ik hem dan op de echte cijfers wijs, wordt hij heel erg boos. Het realiteitsbesef dat hij van die Bart Somers leert, is bij momenten echt tragisch hoor. En ik weet niet eens hoe hij het doet, maar als Kristof ‘de bank’ is bij Monopoly, is die binnen de kortste keren failliet. Theoretisch is het onmogelijk, maar Kristof slaagt daar moeiteloos in. En dan heb ik nog niks gezegd over de windmolens die hij iedere keer bouwt op de Groenplaats.”

Dat valt niet mee.

Martine: “Ach meneer Pallieter, het is vreselijk. Die corona is nog erger dan de coalitievorming. Toen kon hij af en toe nog eens gaan spelen met Conner of het woord vragen in het parlement. Of ze kwamen hem eens halen van Terzake ofzo. Maar nu is hij de hele dag thuis. En maar coalities tekenen. En applaudisseren voor de verplegers. Ook geen pretje hoor. De dochter van de buurvrouw heeft klacht ingediend. Dat kind is verpleegster en iedere avond staat Kristof onder haar vensterraam met potten te rammelen en ‘merci’ te roepen. De hele buurt doet geen oog dicht.”

Op de achtergrond: “Mamaaaaa! Ik heb per ongeluk geel gebruikt in mijn coalitie. Mag ik een nieuw blad?”

Martine: (trekt zich een paar haren uit) “Hoe vaak nog Kristof?! Leg die gele stift dan weg voor je je coalitie begint te tekenen, verdorie. En wat heb ik je gisteren geleerd? Als je over je geel gaat met je blauwe stift, wat krijg je dan? (‘Groen!,’ roept Kristof op de achtergrond) Juist ja, groen.”

“Ik heb al eens gebeld met de papa van Conner. Die heeft ook een jonge beloftevolle politicus in huis, maar die heeft dat probleem veel minder. Conner heeft veel ‘matekes’ waarmee hij kan spelen en gamen. Ze maken samen plannen en via Facetime houden zich bezig met de échte problemen van de mensen. Dat is natuurlijk makkelijker. Kristof maakt niet zo makkelijk vriendjes. Mensen vinden altijd dat hij hen een beetje raar aankijkt en ze zijn een beetje bang van hem. En dat is natuurlijk zo. Hij heeft zijn hoofdje niet mee. Maar als je hem beter leert kennen? Ik bedoel echt leert kennen, he. Nee, ik moet niet liegen, dan is het nog steeds een raar mannetje. Maar ik zie hem graag. Iemand moet het doen.”

Kristof op de achtergrond: “Mama, welke kleur zijn die van DéFi weer?”

Martine bijt op haar lip en zet dan zo kalm mogelijk: “Fuchsia Kristofje.”

“Wat!? Als je zo gaat doen! ‘Fuck you’ dan ook mama. Ik ga wel in quarantaine op mijn kamer.” Een huilende Kristof rent voorbij en slaat met de deuren.

Martine: “Het spijt me, meneer Pallieter. Hij heeft het weer verkeerd begrepen. Dat heeft hij soms. Ik ga u moeten laten. Ik hoop zo dat dat online parlement er nu heel snel komt. Dan is hij toch even bezig. Tot nog eens…”

Op de achtergrond: “Kristofje, doe die deur open. Fuchsia is echt een kleurtje. Mama heeft niet ‘fuck you’ gezegd…”