Profeten zijn we niet en een glazen bol bezitten we evenmin. Desondanks kon u op deze plaats in ons vorig nummer dit lezen: “Het is ver van zeker dat het coronavirus van het huidige lijstje afgelaste sportwedstrijden geen lijst zal maken om u tegen te zeggen. Zo ja valt in een moeite de vraag naar plaatsvervangende data weg.”

Die toen nog denkbeeldige lijst is vandaag, helaas, realiteit. En, nog vandaag, kan niemand voorspellen wanneer precies dat verdomde coronavirus de rode kaart krijgt en het wereldschouwtoneel moet verlaten. Die simpele vaststelling belet niet dat de belangengroepen in en rond de professionele sport daar voorlopig te weinig rekening mee houden. Integendeel zoeken ze zich suf naar alternatieve data voor uitgestelde – zeg eerder gesneuvelde – manifestaties allerhande.

Het zou eenvoudiger en tegelijk realistischer zijn om zich neer te leggen bij het wijze gezegde “gedane zaken nemen geen keer”, rekening houdend met de onberekenbaarheid van het coronavirus. Mogelijk bakt het zijn biezen in april., maar voor hetzelfde geld zitten we er eind mei nog altijd mee opgescheept. Om maar te zeggen dat alle huidige speculaties in topsportoperatie “redden wat nog te redden valt” weinig zinvol zijn. Internationale en nationale topsportkalenders zijn door op geldgewin beluste belangengroepen zo propvol gestompt, dat echte uitwijkmogelijkheden quasi ondenkbaar zijn. Zoals het voor al de daarvoor verantwoordelijken blijkbaar ondenkbaar was dat een onzichtbare vijand de doldraaiende poendans rond het professionele topsportcircus zowaar voor een tijd(je) kan stilleggen.

Onmogelijk? Onzin!

In die samenhang lijkt een verregaande pragmatische aanpak geen synoniem voor verregaande onzin. De wereld zal stellig rond zijn as blijven draaien in een jaar zonder Ronde van Vlaanderen, zonder Giro, zelfs zonder Tour de France, mocht het coronavirus ook tegen dan blijven weigeren om in te binden. Toen we deze regels uit het klavier tikten, wisten we nog niet of het EK voetbal al dan niet naar volgend jaar wordt doorgesluisd. Dinsdag moest daar een ja of neen over vallen. Ja was nodig om de nationale competities proberen te redden.

Bij neen werd dat door volgepropte kalenders onmogelijk, aldus de clubleiders van de Pro League. Onmogelijk? Onzin! Tenzij men door de hoger vermelde pragmatische aanpak niet eens een vervangdatum zou kunnen vinden om de laatste speeldag van de reguliere competitie in 1A af te werken. En evenmin eentje vinden voor de terugmatch voor promotie naar 1A tussen OH Leuven en Beerschot, én voor de bekerfinale tussen Club Brugge en Antwerp.

Wat zou, behalve gebrek aan solidariteit tussen de clubs, de beslissing nog in de weg kunnen staan om na de slotdag van de reguliere competitie Club Brugge tot landskampioen te kronen, Europese tickets toe te kennen aan de clubs in verdere volgorde in de eindstand én aan de bekerwinnaar, terwijl de laatst geklasseerde degradeert? Wat in basket en volleybal kan, moet toch ook in het voetbal kunnen?

Theoretisch staat niks in de weg, in de praktijk duidelijk “eigen belang eerst”, zoals voor de clubbestuurders die uitstel van het EK willen. En vooral de daardoor gecreëerde ruimte om mogelijk het play-offgedoe nog te kunnen afhaspelen. Niet voor de sportieve toegevoegde waarde ervan, wel voor het geldgewin, verzekerd door volle tribunes bij elke thuismatch in play-off 1 voor de zes bevoorrechte clubs. Maar clubbesturen in Gent, Luik, Brugge, Charleroi, Antwerpen, Genk, Mechelen, mogelijk zelfs nog in Anderlecht mogen ons “verontwaardigd” tegenspreken. Terwijl ons voorstel om de naam reguliere competitie te veranderen in zwanscompetitie ernstig genomen kan worden.