We hebben geleerd hoe breekbaar onze samenleving is. Ik behoor tot een generatie die geen echte oorlog heeft meegemaakt. We hadden wel nog de Koude Oorlog, de communistische dreiging en het nucleaire zwaard van Damocles om er ons aan te herinneren dat niets vanzelfsprekend is. De huidige generatie heeft zelfs dat niet. Tot voor kort, tenminste.

We zagen het niet aankomen. Iemand helemaal aan de andere kant van de wereld maakte een onverstandige maaltijd van een schubdier of vleermuis. Enkele maanden later is de gehele planeet in de greep van een besmettelijke ziekte die evenveel schade aanricht door angst als door besmetting.

Niets is vanzelfsprekend

Onze vrijheden zijn beperkt, onze economie krijgt zware klappen, het onderwijs wordt opgeschort en in Italiaanse ziekenhuizen ziet men zich al verplicht om een keuze te maken tussen de patiënten die men nog gaat verzorgen. Dat allemaal in een samenleving waarvan we dachten dat het de rijkste, meest geavanceerde, veiligste ter wereld was. En we hebben zelfs geen idee hoe lang deze situatie zal duren.

Ik hoop dat het coronavirus snel wordt ingedijkt. Maar ik hoop ook, op het gevaar te klinken als de oude zagevent die ik ongetwijfeld ben, dat de jongere generaties heel even het besef zullen opdoen dat niets vanzelfsprekend is. Integendeel, deze lange periode van vrede en snel stijgende welvaart, in een wereld zonder grenzen, is in een zeer uitzonderlijk gegeven in de geschiedenis van de mensheid.

China en de globalisering

We hebben nu ook geleerd wat de nadelen van globalisering zijn. Onze economie en onze samenleving zijn afhankelijk van ononderbroken import- en exportlijnen. Dat wisten we eigenlijk al. Maar toch negeerden we de waarschuwingen tegen doorgeslagen globalisering en gigantisme vanwege economen als Geert Noels en Ivan Van de Cloot, die voor het overige zeker niet kunnen beschuldigd worden van vijandigheid tegenover vrijhandel. Dit abstracte debat wordt plots heel concreet als we op een crisismoment zelfs niet aan een relatief eenvoudig product als mondmaskers raken. Leo Neels heeft gelijk: “We beseffen het nog niet, maar die globalisering is voorbij.”

We hebben geleerd dat China geen vriend is. De Chinese overheid heeft wekenlang alle waarschuwende stemmen, zoals dokter Li Wenliang, het zwijgen opgelegd om propagandistische redenen. Het heeft ook zolang mogelijk de buitenwereld in het ongewisse gelaten over de aard van de virale storm die op ons afkwam. Wie meer details wil over de misdadige houding van het Chinese regime, verwijs ik graag naar het opinieartikel dat ik daarover schreef op de webstek SCEPTR.net (“Chinese verantwoordelijkheid voor coronacrisis mag niet zonder gevolgen blijven”).

Ideologie is een slechte raadgever

We hebben hopelijk ook geleerd dat ideologie verblindt en verlamt. De ideologische ingebakken afkeer voor grenzen bij de EU heeft ons parten gespeeld op het ogenblik dat doortastende actie nodig was. Het besluit om buitengrenzen te gaan controleren kwam véél te laat. Het bewaken van de binnengrenzen, als nuttige tussenschotten, kwam er enkel op ongecoördineerd initiatief van de lidstaten.

Giorgio Palù, professor virologie aan de universiteit van Padua en de voormalige voorzitter van van de Europese Vereniging van Virologen, vertelde aan CNN dat, na de eerste vaststelling van covid-19 in Italië, door experten een voorstel werd geformuleerd om mensen die recent uit China waren gekomen in quarantaine te plaatsen. De Italiaanse regering veegde het idee van tafel omwille van de schijn van racisme die zou ontstaan. Voor Palù zijn de gevolgen duidelijk: “Deze beslissing leidde tot de huidige, catastrofale toestand.” De burgemeester van Florence organiseerde zelfs nog een “knuffel-een-Chinees-actie” om het racisme te bestrijden. Hoe zijn we in een toestand beland waarin de angst voor de schijn van racisme zwaarder weegt dan mensenlevens?

Ideologie was ook vooraf een slechte raadgever. In september 2019 bracht de Global Preparedness Monitoring Board (een initiatief van de Wereldbank en de Wereldgezondheidsorganisatie) een rapport uit dat niet misverstaan kon worden: “Er is een zeer reële dreiging van een snel verspreidende, zeer dodelijke pandemie van een respiratoir pathogeen dat 50 tot 80 miljoen mensen kan doden en 5 procent van de economie kan vernietigen.” Het was niet de eerste of enige waarschuwing vanuit wetenschappelijke hoek voor het gevaar uitgaande van coronavirussen als SARS en MERS. We moeten ons afvragen waarom politici en pers, die nochtans graag grossieren in doemvoorspellingen, zo weinig aandacht hadden voor deze dreiging. Hoe komt het dat elk zwak gefundeerd alarmisme in de ecologistische sfeer (cfr. de kruistocht tegen plastic verpakkingen, de onzin van “earth overshoot day”, de campagnes tegen GGO’s, de schrille kreten over de komende uitroeiing van de mensheid door klimaatverandering,…) wordt uitvergroot en dat een grote en zeer reële dreiging, die het nadeel had niet bruikbaar te zijn in enige ideologische agenda, werd genegeerd?

De handicaps van de democratie

We hebben geleerd dat autoritaire regimes, zoals China, de noodlottige neiging hebben om alarmsignalen te negeren en problemen te verzwijgen. Maar we hebben ook geleerd dat de besluitvorming van democratieën in het aanschijn van een crisis aarzelend is en dat zeer drastische maatregelen, die sommige Aziatische landen wel kunnen nemen, bij ons niet mogelijk zijn. Hier vereist elke strategie de steun en medewerking van de bevolking, of het nu gaat over het vrijwillig respecteren van de ‘sociale afstand’ of over het vereiste democratisch draagvlak voor meer dwingende maatregelen.

Er bereiken ons in dat verband steeds meer verontrustende berichten dat delen van de allochtone bevolking in Europa niet voldoende doordrongen zijn van de ernst van de bedreiging of van de noodzaak van de maatregelen. “Het coronavirus legt vandaag jammer genoeg de eilanden in onze samenleving bloot. Eilanden die elk hun eigen benadering hebben van wat ons allen overkomt.” Dat stelde Zuhal Demir naar aanleiding van de vaststelling dat meer dan de helft van de coronapatiënten in het ziekenhuis Oost-Limburg van Turkse afkomst zijn.

Niet dat de Vlamingen zich allemaal van hun beste kant hebben laten zien. Overal zijn er zichtbare en onzichtbare daden van solidariteit, maar de feestvierders in Zeeland en de hamsteraars in onze supermarkten toonden een weinig fraai beeld van een meute die evengoed Vlaams is.

De zwarte zwaan

We hebben geleerd hoe walgelijk het politieke bedrijf kan zijn. De manier waarop een zwakke en onbekwame coronaregering werd afgedwongen, heeft zelfs gepokt en gemazelde wetstraatvolgers met afkeer vervuld. De uitsluiting van het Vlaams Belang bij het overleg tussen de politieke partijen (Wilmès had beloofd dat alle partijen zouden betrokken worden) is slechts de laatste episode in deze wansmakelijke vertoning.

We hebben geleerd dat Nassim Nicholas Taleb gelijk had met zijn theorie over ‘zwarte zwanen’: de mensheid wordt regelmatig verrast door grote gebeurtenissen die ze niet ziet aankomen. En, wat vaak wordt vergeten in de analyse van Taleb, precies omdat men ze niet ziet aankomen, is de impact van die gebeurtenissen zwaar.

In dit geval was er ook onwil om te zien. China heeft, omwille van het belang van partij en staat, de uitbraak van het virus lang verborgen gehouden, zowel voor de buitenwereld als voor de eigen bevolking. Het Westen werd door ideologische obsessies gehinderd in zowel het waarnemen van de dreiging als in zijn respons.

Ik heb in mijn leven twee scharniermoment in de wereldgeschiedenis beleefd: de val van de Berlijnse muur en de aanslagen van 9/11. Dit is het derde. Onze wereld gaat veranderen. Hopelijk zal de verandering gestuurd worden door de lessen die we nu kunnen trekken.