U krijgt voorgeschoteld dat het samenleven met moslims een zonnige zomer is. Wie twijfelt, wordt gewezen op de vredige, hoofse en cultureel rijke gemeenschap die de drie godsdiensten – christendom, jodendom en islam – opbouwden in Andaloesië. Luk Corluy bestudeert al-Andalus veertig jaar en weet dat de ‘convivencia’ van moslims, christenen en joden een totale vervorming van de werkelijkheid is. Slechts de jongste jaren wordt die onwaarheid doorprikt. Zijn omvangrijk boek over zuidelijk Spanje van 711 tot 1492 draagt niet zomaar de ondertitel “Acht eeuwen godsdienststrijd in Spanje”.

Geen enkele moslim leerde Grieks en wat wij vandaag weten over Plato, Herodotos, Aristophanes, Euripides en honderden andere denkers, historici, schrijvers en dichters uit het antieke Griekenland, is het werk van Syrische christenen, die Syriaaks en Grieks spraken en zodoende toegang hadden tot de wetenschap, de letterkunde en de geleerdheid van Constantinopel, de erfgenaam van de Grieks-Romeinse kennis.

Luk Corluy: “Het vriendelijke verhaal dat wij moslims moeten danken omdat zij voor ons de kennis van de Griekse beschaving hebben geopenbaard, is fout. Zij hadden en hebben geen belangstelling voor de culturele voorgeschiedenis van de Westerse maatschappij en interesseerden zich uitsluitend voor nuttige kundigheid zoals de astronomie – om onder meer de start van de ramadan te becijferen -, de wiskunde, de rechten, de geneeskunde. De Griekse cultuur is tot ons gekomen in het Westen langs de christenen van Byzantium, Edessa, Antiochië, Jundisjapur, Bagdad en zo terug naar Toledo. Zij hadden een open geest, waren nieuwsgierig en zorgden voor onze kennis van de Griekse traditie en cultuur. Wat er gebeurde voor 610, de openbaring aan de profeet Mohammed van het woord van Allah, interesseert moslims totaal niet. Zij hebben tot vandaag een eenzijdig tot krom inzicht van de wereldgeschiedenis. De Arabieren zijn de kern van de islam en zij ageren als een Herrenvolk ook, zie de geschiedenis, tegen hun geloofsgenoten, onder meer de Berbers.”

‘t Pallieterke: Godsdienststrijd, u gebruikt het woord op de omslag van uw boek?

Inderdaad. Gedurende acht eeuwen is er bestendig gevochten tussen moslims en christenen in Spanje. De joden kozen daarbij meestal partij voor de moslims, want zij waren in de ogen van de christenen Godsmoordenaars en werden daarom vervolgd. Als je de kronieken leest van die achthonderd jaar, dan stoot je op gruwelijkheden langs de beide kanten. De kruisiging van honderden overwonnenen, het uitsteken van de ogen van de tegenstander, de brandstapels en het afhakken van hoofden waren routine in die oorlogjes. Bekijk nooit de geschiedenis met de ogen van vandaag, met de mentaliteit van 2020, in de wereld van nu. De legers van de moslims en de christenen waren klein, de steden telden slechts enkele duizenden inwoners, de ridder-monniken van de Tempeliers opereerden op de slagvelden met hun paarden vooraan en op de flanken en deze voorhoeden omvatten meestal hoogstens vijftig ruiters, de tanks van toen.

De verovering van Spanje door de moslims, de Conquista, gebeurde in drie jaar?

Ja, de Conquista liep van 711 tot 714, onvoorstelbaar kort. De Reconquista, het weze in den beginne bescheiden, door christelijke soldaten, begon echter vijwel meteen na de Conquista en zij duurde op- en neergaand tot de val van Granada in 1492. Om voornamelijk twee redenen verliep de verovering van Spanje uiterst snel. Ten eerste legden de Romeinen in die kolonie een voortreffelijk netwerk van heirbanen aan en ten tweede hielpen de joden de moslims om hun christelijke buren te overwinnen. Een belangrijke bedenking is dat Spanje nooit helemaal bezet is geweest door de mohammedanen. Het noordelijke Spanje, de regio Cantabrië met het berggebied van de Picos de Europa, bleef christelijk. De moslimgeneraals waren sterker geïnteresseerd in de gebieden over de Pyreneeën die zij makkelijker konden binnentrekken. Zo zijn zij doorgestoten tot in Sens, en werden zij verslagen dichtbij Poitiers. De aanvoerlijnen met Zuid-Spanje waren te lang geworden en het noordelijke klimaat matte de troepen af. Zonder de nederlaag bij Poitiers droegen onze vrouwen vandaag een hoofddoek. En voor hen die christen zouden gebleven zijn, wachtte een leven met de bedelstaf. Bekijk bijvoorbeeld het lot van de christenen vandaag in Pakistan. Zij worden zonder medemenselijkheid onderdrukt en uitgebuit.

Barcelona is uit de handen van de moslims gebleven?

Kan die vaststelling tot vandaag deels de tegenstelling verklaren tussen Madrid en Catalonië? Barcelona bevrijdde zich van het moslimjuk in het jaar 800, Madrid werd slechts gesticht in de tiende eeuw door de moslims als een versterkte plek langs een Romeinse heirbaan. Catalonië, met hoofdplaats Barcelona, telde veel later bovendien een grote kathaarse gemeenschap, een christelijke beweging die men traditioneel situeert in Zuid-Frankrijk, waar zij ook, onder meer in Albi, is uitgeroeid. De katharen, wat amper is bestudeerd, wortelden eveneens in Noord-Spanje, Vlaanderen en Duitsland. Dé specialisten van de katharen kennen Frans en kijken door een nationaal-Franse bril. Hebben de katharen de mentaliteit van Barcelona en Catalonië mede beïnvloed? Madrid speelde geen enkele rol in de Reconquista van Spanje en werd pas belangrijk na de bouw van het Escorial door Filips II, de zoon van onze Keizer Karel. We zijn dan al in de zestiende eeuw wanneer de herovering achter de rug is. De tweestrijd tussen Catalonië en het Spaanse gezag is ouder en wortelt dieper dan de campagne van generaal Franco om het Catalaanse volk te verwateren door Zuid-Spaanse arbeiders naar Catalonië te lokken.

Cordoba, Granada en Sevilla blijven luxueuze architectonische ensembles. Het waren steden van de Arabieren en deels van de Berbers, maar dergelijke hoogtepunten vind je niet in Marokko, hun wieg en achtertuin?

Historisch onderzoek duidt erop dat de schoonheid van de Andaloesische steden wel eens mede een creatie zou kunnen zijn van specialisten uit Byzantium in dienst van de Arabische heersers van al-Andalus. Een voorbeeld is de ontzagwekkende moskee van Cordoba met zijn honderden zuilen, onder meer gehaald in de vele kerken en talloze Romeinse villa’s van Noord-Afrika (Carthago o.m.) tot Constantinopel. Een bijkomende reden voor het zwakkere erfgoed van Marokko is dat het leeuwendeel van de bevolking daar tot nu toe Berber is. De Berbers waren in Andaloesië – en zijn tot vandaag in Marokko -, de landbouwers, de boeren op het platteland, in de latifundia, de grootschalige landbouwbedrijven die aanvankelijk werden bewerkt door slaven. De Arabische bovenklasse omringde zich met de betere dingen van het leven in de steden. Nu, bij het woord steden hoef je niet te denken aan Parijs en Londen van 2020. Toledo, Cordoba en Sevilla waren steden met een belangrijk bevolkingsaantal. Córdoba telde bijvoorbeeld 100.000 inwoners. Het Parijs van Abélard en zijn Héloise telde in 1042 daarentegen rond de vijf- à tienduizend inwoners. Middeleeuwse kroniekschrijvers hielden van overdrijvingen. De monniken die gewonnen veldslagen versloegen voor christenen hebben het over legers van 10.000 soldaten die zij in de pan hakten, een zuivere inbeelding.

Tolerantie is een modern begrip?

Men kende het woord niet in de middeleeuwen. Het werd in de negentiende eeuw gemunt door de Brits-joodse politicus en schrijver Benjamin Disraëli en door hem is het verzinsel gegroeid dat al-Andalus verdraagzaam was. In Spanje bakkeleien sedert 1948 twee scholen over dit thema en deze die vaststelt dat de tolerantie niet bestond wint dagelijks aan geloofwaardigheid. Mijn boek is het eerste in het Nederlands waarin die nieuwe inzichten worden geïllustreerd. Per grote uitzondering waren heersers en individuen tussen 711 en 1492 in zeer beperkte mate verdraagzaam en een voorbeeld is Alfonso VI alsook sommige Arabieren en een enkele jood, maar zij waren witte raven. In de Andaloesische steden leefden moslims, joden en christenen letterlijk achter hun eigen muren, in hun zelfgekozen getto’s. Langs een deur in die muren was er schraal contact. Tussen de drie gemeenschappen bestond er geen enkele echte verbinding. Je kan het vergelijken met de apartheid in Zuid-Afrika, het weze dan een min of meer zelfgekozen apartheid, een gescheiden ontwikkeling. De samenstelling van de islamitische wijken veranderde naargelang de Reconquista meer en meer moslimrijkjes veroverde in het noorden en het centrum. De rijke Arabieren vertrokken, eerst naar het zuiden, naar het huidige Andaloesië, later naar Marokko, en de armere moslims bleven. De christenen op het platteland in de moslimgebieden leefden als dieren in een hut met vrouw en kind, wat kippen, een varken, in het betere geval een koe, en jaarlijks betaalden zij voor hun bescherming door de islamitische hoofden een geldsom die hen telkens ruïneerde.

Wat leert u met de studie van al-Andalus voor het samenleven met moslims in West-Europa?

Mijn boodschap voor de Europeanen, de Vlamingen, is, wees overtuigd van het eigen kunnen, van de eigen normen en waarden. Wees fier op het christendom, op de Vlaamse cultuur, ontwikkel een Vlaamse canon als een bloeiend hoofdstuk van een Europese canon. Vertrek vanuit een goed zelfwaardegevoel om tot samenleven te komen, kruip niet weg, dompel je niet onder in een lauw alles mag, alles gesausd door zelfhaat. Ga ik zover als Urbain Vermeulen, die ronduit stelde dat de dialoog tussen moslims en christenen onmogelijk is? Neen, de situatie is vandaag minder extreem, is vloeiender.


Convivencia is idylle

De term ‘convivencia’ voor het samenleven van moslims, christenen en joden in al-Andalus komt voort uit de samentrekking van de Latijnse woorden ‘cum’ en ‘vivere’ en betekent samenleven met de nadruk op naar elkaar toegroeien in wederzijds respect en aandacht.

De Spaanse historici voerden een bitse pennenstrijd over de convivencia. Americo Castro beweerde in 1948 dat de Spaanse levenswijze in de kern het eindproduct is van het samengaan van de drie religies of culturen. Claudio Sanchez-Albornoz wees op de eenzijdigheid van dit beeld, want in de bergpassen van Noord-Spanje overleefde een christelijke cultuur. Dat overleven in Asturië in de 8ste eeuw heeft de geschiedenis van Europa en daardoor die van de wereld veranderd. Serafin Fanjul, een hedendaagse historicus, hakt de mythe van Castro aan spaanders.

Luk Corluy: “Fanjul en andere geschiedkundigen typeren de islamitische conquista als één lange periode van meedogenloze onderdrukking van de christenen door moslims naast deportaties, genocides en opeenvolgende burgeroorlogen tussen de diverse etnisch-islamitische groepen onderling. De joden en de christenen werden gereduceerd tot tweede- en derderangsburgers. De christenen werden aanhoudend opgejaagd de islam te omarmen, anders stond hen een miserabel leven te wachten. Het alternatief was de vlucht naar het noorden, naar de barre armoede.”


Reconquista van Europa

Kunnen moslims teruggestuurd worden naar Noord-Afrika, zoals radicaal rechts, dat soms het woord Reconquista gebruikt, voorstelt?

Het oordeel van Luk Corluy is: “Soms wordt verwezen naar de gedwongen uitwisseling van miljoenen Grieken en Turken na de Eerste Wereldoorlog tussen Griekenland en het Turkije van Ataturk om etnisch zuivere staten te scheppen. Dat was toen aanvaardbare politiek en de regeringen konden dat organiseren. President Macron zal vandaag of morgen nooit de zes miljoen moslims in Frankrijk kunnen uitwijzen, als hij dat al zou willen. De burgemeester van Leuven, Mohamed Ridouani, is er en blijft er. In de Reconquista hebben de christenen nooit de moslims gedwongen om te vertrekken. Wel is het zo dat islamieten die consequent zijn niet onder een dwingend christelijk regime willen en kunnen leven en daardoor was er een exodus van moslims uit Spanje, eerst met als tussenstation het zuiden van het land, later door over te steken naar Marokko.”


De jezuïeten

Het boek Al-Andalus wortelt bij de jezuïeten. Luk Corluy liep school in het Onze-Lieve-Vrouwecollege van de jezuïeten in Antwerpen en heeft nadien zeven van de 15 jaar opleiding gevolgd van de orde. Hij wilde voor de jezuïeten naar Latijns-Amerika trekken en studeerde sociologie om te werken voor een socio-economisch instituut van de orde in Santiago in Chili. Na het stopzetten van zijn opleiding studeerde hij economie in Leuven, waar hij zijn echtgenote leerde kennen. Luk Corluy werd assistent van Herman Van der Wee en werkte bij deze eminente historicus op de internationale handel tussen Vlaanderen en Spanje in de zestiende en de zeventiende eeuw. Na Leuven werd Luk Corluy kaderlid van de Generale Bank en daar bouwde hij zijn loopbaan uit. Hij is sedert 40 jaar gepassioneerd door al-Andalus en werkte jarenlang in zijn schaarse vrije tijd aan zijn jongste boek, een verbetering en stroomlijning van een editie die verscheen bij het Davidsfonds in 2012.