We beleven de grootste crisis van de jongste decennia. En België moet die confrontatie doorstaan met de slechtste regering van de jongste decennia. De zwakte van die regering heeft niet alleen te maken met de persoonlijke onbekwaamheid van figuren als Wilmès en De Block, maar is vooral een rechtstreeks gevolg van een Belgisch systeem dat niet meer werkt.

Ik ben er mij van bewust dat superlatieven misschien iets te snel gebruikt worden in politieke commentaarstukken. Met regeringen die ooit mensen als Alain Van der Biest, Michel Daerden, Gisèle Mandaila Malamba, Julie Fernandez Fernandez en André Flahaut bevat hebben, heeft België toch al wat meegemaakt op gebied van onwaarschijnlijke onbekwaamheid. Nu lijken we niettemin af te steven op een nieuw record.

Konijn in de koplampen

Misschien is het gewoon de crisis zelf die de gebreken, die anders bedekt blijven onder de mantel van politieke routine, zo ongenadig blootlegt. Bijzondere tijden vragen om visie, daadkracht, moed en charismatisch leiderschap. En laat dat nu net de kwaliteiten zijn die momenteel helemaal onzichtbaar zijn.

De Belgische regering blijft een konijn in de koplampen. De besluiteloosheid vertaalt zich in de oprichting van een hele reeks “taskforces”, “evaluatiecellen” en expertenwerkgroepen, alsof daaruit op magische wijze wel een beleid zal opborrelen. In de praktijk doen de praatgroepen de wielen nog dieper in de modder wegzinken.

Ik ga geen overzicht maken van het geklungel en gestuntel dat het regeringsbeleid heeft gekenmerkt sinds het begin van de crisis. Alleen al de recentste Nationale Veiligheidsraad was illustratief genoeg voor het probleem. Voor een land dat smacht naar een vooruitzicht, naar een idee hoe het verder moet, had de regering-Wilmès niets te bieden, geen enkel beeld van een exitstrategie.

De enige losse ideetjes die zich vertaalden in concrete maatregelen, bleken slecht overwogen. De tuincentra en doe-het-zelfzaken, die zaterdag – sowieso de drukste dag – de deuren mochten openen, kregen de richtlijnen pas de dag voordien. Er was ook geen behoorlijke omschrijving van welke handelszaken mochten openen. En tenslotte blijft het volstrekt onduidelijk waarom heel wat andere winkels niet mogen openen.

De andere maatregel – de toelating om rusthuisbewoners door één aangewezen persoon te laten bezoeken – was inhoudelijk een slecht idee: het disproportioneel groot aantal slachtoffers in de rusthuizen zou de regering toch al duidelijk mogen gemaakt hebben dat je daar niet de eerste experimenten tot versoepeling moet gaan uitproberen. De slechte communicatie tussen het federale en Vlaamse niveau zorgde er bovendien voor dat de rusthuizen zelf niet geraadpleegd waren. De traagheid en verwarring die het gevolg zijn van het federale systeem zijn al een nadeel in normale tijden. Ze zijn een ramp in een echte crisis.

Het verlammende Belgische probleem

Het toevoegen van de minister-presidenten van de deelregeringen aan de Nationale Veiligheidsraad blijkt een lapmiddeltje dat het fundamentele probleem niet kan compenseren: de aanpak van de crisis vereist controle over bevoegdheden die verdeeld zitten over verschillende niveaus. Er zitten meerdere chauffeurs aan het stuur.

We mogen ook niet vergeten hoe het komt dat we op een beslissend moment van onze geschiedenis opgezadeld zitten met een zwakke regering zonder democratisch draagvlak. Ook die situatie is het gevolg van het Belgische probleem. Communautaire tegenstellingen over het pact van Marrakesh lieten de regering vallen. In een normaal land zouden er dan verkiezingen gekomen zijn, maar de logica van het federale België wil samenvallende verkiezingen met het regionale niveau, zodat een verzwakt minderheidskabinet zich naar de eindstreep moest slepen.

Toen Michel naar Europa vertrok, leek het zelfs niet zo erg om de zwalpende club nog heel even te laten leiden door een veredelde schepen. Dat die zelfs niet de taalkennis heeft om haar beleid over te brengen bij de meerderheid van het land, was geen bezwaar. Het was de eerste vrouwelijke premier, dat was toch mooi meegenomen. En het was maar tot aan de verkiezingen, dacht men.

Die verkiezingen werden echter opnieuw een demonstratie van de Belgische onenigheid. Het gevolg was dat er geen volwaardige regering kon gevormd worden. Die opeenstapeling van defecten in het Belgische systeem hebben ervoor gezorgd dat we nu in een storm zitten op een lekkend schip, bestuurd door de kapitein van de Costa Concordia.

Omdat het kan, omdat het moet

Deze week publiceerden 10 experten (niet te verwarren met de expertengroep van de regering), vooral uit de economische en medische wereld, een blauwdruk voor een “exit uit de coronacrisis”. Je hoeft het niet eens te zijn met elk detail om te zien dat er een visie, een strategie achter zit: maximalisering van de economische activiteiten gecombineerd met een minimalisering van gezondheidsrisico’s. Alle experten zijn Vlamingen. Dat is ook geen toeval: spontane samenwerking overschrijdt in dit gespleten land zelden nog de taalgrens.

Het initiatief zou de Vlaamse regering mogen inspireren. Waarop wacht Vlaanderen eigenlijk om een eigen exitstrategie te ontwerpen? De eigen bevoegdheden laten toe om bijvoorbeeld op terreinen als onderwijs, gezondheidszorg, tewerkstelling en economie een koers te bepalen die de Belgische lethargie negeert. Waar nodig, moet men zelfs al eens buiten de bevoegdheidslijntjes durven kleuren.

Er zijn nu al ongewone tekenen van Vlaamse opstandigheid. Beke schoot het bezoekrechtideetje van de regering-Wilmès (nochtans een initiatief van partijgenoot Geens) nog dezelfde dag af. Ben Weyts wil een eigen Vlaamse agenda voor de opening van de scholen, inclusief de mogelijkheid om nog enkele weken in juli door te gaan. De Wever weigert boetes op te leggen voor overtredingen van nodeloos ingewikkelde en juridisch twijfelachtige sociale regels. De sokkel van de regering-Wilmès is in Vlaanderen heel dun. Het Vlaamse beleid kan zich permitteren daar af en toe eens tegen te stoten.

Deze crisis biedt niet alleen een mogelijkheid om aan te tonen dat Vlaanderen beter kan dan België. Ze verplicht ons ook om beter te doen. De economische gevolgen van de coronacrisis zullen gigantisch zijn. Het is ondenkbaar dat we nu ook ons herstelbeleid nog eens in handen laten van de ploeg van Wilmès of het afhankelijk maken van de instemming van de PS.

Er staat voor Vlaanderen te veel op het spel. Ik hoop dan ook dat de Vlamingen alle geduld hebben verloren voor politici die op dit beslissende moment in de verlammende Belgische context blijven denken.