“Weet je wat het probleem is met al die experten?”, brult een ontketende Maggie De Block, “al die experten lullen uit hun nek. Ze moeten shit opruimen en hun klep houden.” De coronacrisis is onze minister van Volksgezondheid niet in de koude kleren gaan zitten. “Die Van Ranst zit op mijn job te azen. De coronapatiënt die in zijn gezicht spuwt, geef ik een doktersbriefje voor een jaar. Egbert Lachaert corona geven? Twee jaar thuis! En we betalen uw elektriciteit.”

We zijn de eersten in jaren die de dokterspraktijk van Maggie De Block mogen betreden. Sinds de carrière van Maggie een hoge vlucht nam, is de dokter voltijds politica. “Veel lucratiever, veel minder gezaag. Tot nu dan…”

De excellentie zit op haar vertrouwde plaats. Het beeld kennen we ondertussen van de live interviews. Alleen, daar rond staan stapels conserven, pasta, rijst, dozen pannenkoekendeeg… Je kan er niet omheen. Maggie is een hamster. En dat is belangrijk nieuws. Na alle kritiek van de politiek op de asociale hamsteraars, blijkt uitgerekend de minister van Volksgezondheid er zelf één te zijn. We zouden onze job niet doen als we haar daar niet mee zouden confronteren.

Minister, uitgerekend u? Onze rots in de branding. Onze reddingsboei in angstige tijden. Uitgerekend u… een hamsteraar! Ik kan het bijna niet geloven.

Maggie De Block: (Maakt zich boos) Meneer Pallieter. Ik nodig u hier uit bij mij thuis en het eerste wat u doet is mij beledigen. Als het zo zit: blijf in uw kot! Als u niet op veilige afstand zat, ik ga u een draai om uw oren.”

Ik zit op veilige afstand door een stapel pizzadozen. U bent een hamsteraar!

Maggie: “Nee, meneer Pallieter. U bent een hater van de volslanke vrouw. Ik ben niet aan het hamsteren. Dit is gewoon mijn avondmaal. Schaamt u zich niet?”

Toch een beetje, minister. Hoe maken we het goed?

Maggie: “Tien miljoen mondmaskers en we zwijgen er over. Kent u een adresje, meneer Pallieter? Het mag van een foute Turk komen of Chinese rommel uit Noord-Korea zijn. Het is gewoon om die zagen van ‘experts’ content te stellen. In mijn tijd hadden we geen maskers en waren we content met een koffiefilter en twee elastiekjes. En verpleegsters die te veel praat hadden, kregen klappen. Nu moet je daarvoor in de handjes klappen. Vroeger was het beter. Wilt u een litertje roomijs bij de koffie?”

Nee, dank u. Mondkapjes en testen zijn volgens de Wereldgezondheidsorganisatie van de VN nochtans cruciaal.

Maggie: “De Wereldgezondheidsorganisatie van de VN? Oelala, dat klinkt chique hoor! Allemaal mislukte dokters en gebuisde politiekers! Corona is gewoon een snotvalling meneer. En als ge er niet aan dood wilt gaan, moet ge in uw kot blijven. Tenzij ge moet gaan werken. Dan moet ge gaan werken en daarna in uw kot blijven. Metertje Toblerone?”

Nee, dank u. Maar u kan toch niet ontkennen dat Duitsland er veel beter voor staat dankzij een half miljoen testen per week?

Maggie: “Die godverdomse rotmoffen. Een half miljoen testen per week. Waar is dat goed voor?! Altijd stoefen. (zet een treiterstemmetje op) ‘Kijk eens naar ons: we hebben overschot op de begroting. Guck mahl, wij investeren in openbaar vervoer. Kijk eens naar ons, bij ons is corona tien keer minder dodelijk dan bij de Belgen.’ (kwaad) Uitslovers zijn het. Ik weet dat je dat niet moogt zeggen, maar ik ga het toch zeggen: wie heeft er eigenlijk de oorlog verloren? Echt waar, kotsbeu ben ik het. En dan heb je nog de experts. Ze weten alles beter, maar moeten niet herkozen worden. Zo kan ik het ook.”

U was wel de minister die een paar weken voor de crisis riep dat we een plan hadden en dat alles onder controle was.

Maggie: “Maar dat was ook zo. Alles ging prima. Tot mensen begonnen te vergelijken met andere landen en vervelende vragen begonnen te stellen. Waarom kan iedereen niet zijn als die lieve jongen van Het Laatste Nieuws?”

Opiniejournalist Jan Segers?

Maggie: “Die ja. Een echte doener en niet te veel een denker. Die had iemand gesproken die iemand gezien had die iets gelezen had in de Financial Times over hoe dat wij bezig waren. En meteen was iedereen vol lof over België. De kranten stonden er vol van. En ondertussen konden we wat vervelende cijfers meedelen. Dat soort houding hebben we meer nodig. Minder vragen, meer optimisme. Mensen hebben vleugels, gewoon doen. Een wafeltje misschien?”