Twee jaar voor de presidentsverkiezingen lijkt Emmanuel Macron al op weg naar een nieuw mandaat. Marine Le Pen zal hem dicht op de hielen zitten, maar niet echt bedreigen. De echte rivaal zou uit de conservatieve rechterzijde moeten komen, maar daar vecht men voor het eigen overleven.

Dat het macronisme, de beweging rond president Emmanuel Macron, weinig ideologische fundamenten heeft, is bekend. De ene keer kijkt het naar links, de andere keer naar rechts. Met zijn hervorming van de arbeidsmarkt en van de speciale pensioenregimes voor ambtenaren heeft Macron een deel van het rechtse electoraat aangesproken. Dat doet hij nu opnieuw tijdens de coronacrisis. Zijn tv-toespraken tonen een zelfbewust staatshoofd. Een chef, een leider in de beste traditie van de Vijfde Republiek. Het doet bijna gaullistisch aan, zeker wanneer Macron het heeft over de bescherming van de nationale soevereiniteit. En dat voor de man die anders de mond vol heeft over Europa. Het politieke kameleongedrag zal hem geen windeieren leggen.

Macron lijkt nu al de basis te leggen voor een overwinning bij de presidentsverkiezingen van 2022. Marine Le Pen (Rassemblement National) zal zijn grootste concurrent worden. Ze zal hem echter niet echt kunnen bedreigen. Daarvoor is het odium op haar politieke beweging nog te groot. Concurrentie op links is er evenmin voor Macron. De linkerzijde werd murw geslagen bij de vorige presidentsverkiezingen. Radicaal links hangt rond de 15 procent, de ooit machtige PS is met 5 procent in de peilingen marginaal. Wat blijft over? Les Républicains. Die partij mocht in maart dan wel sterker uit de gemeenteraadsverkiezingen gekomen zijn, conservatief rechts likt nog altijd de wonden van de Europese verkiezingen bijna een jaar geleden. De score van goed 8 procent was ontstellend zwak. De klassieke rechterzijde vecht nu voor het eigen overleven. En zeggen dat François Mitterrand ooit beweerde: “Rechts wint de verkiezingen in Frankrijk. Altijd. Als links wint, is het per ongeluk.”

De drie rechterzijdes

Wat is er de voorbije decennia en jaren gebeurd dat de conservatieve rechterzijde, de sociologische en politieke basis van Frankrijk, gemarginaliseerd is? Alles herleiden tot de disruptieve figuur Emmanuel Macron is hem teveel eer betuigen. De oorzaken zitten dieper. Een interessante analyse daarover is te lezen in “La malédiction de la droite” (Perrin, 470 blz) van Guillaume Tabard, politiek commentator bij le Figaro. Het boek ontleedt de oorzaken van de rechtse verdeeldheid in de Vijfde Republiek, in 1958 ingesteld door Charles de Gaulle.

Tabard maakt eerst een politiek-filosofische analyse. Zich baserend op het werk van René Rémond, “La droite en France” uit 1954, komt hij tot het besluit dat er drie rechtse politieke stromingen zijn in Frankrijk. De eerste is de legitimistische, die van de monarchisten met hun heimwee naar de Restauratie. Dat rechts Frankrijk is katholiek, conservatief en ruraal. Het wil orde en gezag. Het vond zich terug in de de Gaulle van 1968, die als winnaar uit het “carnaval van mei ‘68” kwam. Of in de Sarkozy van 2007, die wou gaan voor een harde aanpak van de criminaliteit. Of in de ongelukkige presidentskandidaat François Fillon, die in 2017 de oude christelijke waarden verdedigde.

De tweede stroming is minoritair. Het is het Franse orleanisme dat liberaal geïnspireerd is. Het verdedigt de vrije markt en het ondernemerschap. De staat mag niet te omvangrijk worden. Het is het Frankrijk van president Valéry Giscard d’Estaing (1974-1981). De derde rechterzijde is de bonapartistische stroming. Autoritair en met een directe band tussen het staatshoofd en de bevolking. Geïncarneerd door Napoleon Bonaparte, zijn neef Napoleon III en uiteraard Charles de Gaulle.

Persoonlijke vetes

Drie sterk onderbouwde politieke stromingen die verankerd zijn in de samenleving. Waarom werd de rechterzijde dan langzaam maar zeker politiek gemarginaliseerd? Tabard ziet verschillende redenen. De eerste is de verdeeldheid tussen de kopstukken van de partij. De Gaulle versus Pompidou, Giscard versus Chirac, Chirac versus Balladur, Sarkozy versus Juppé. Die vetes tussen de kandidaat-chefs maakten dat het altijd zeer moeilijk is geweest om de drie rechterzijdes onder één persoon samen te brengen. Altijd was er wel een stroming die haar heil zag in het Front National, de centristen of de Parti Socialiste.

Een andere fundamentele zwakheid is de weigering voor de rechterzijde om bepaalde broodnodige hervormingen door te voeren, zoals een modernisering van de sociale zekerheid. Straatprotest was genoeg om maatregelen te doen terugdraaien. Een andere nemesis is Europa. De verdoemde rechterzijde is altijd verdeeld geweest tussen een nationalistisch-patriottistische stroming en een eurofiele. Een tweespalt die tot op heden bestaat.

Een vaak vergeten element in de verzwakking van de rechterzijde is de geslaagde strategie van links om conservatieven op morele gronden aan te vallen. Rechts zou ethisch minderwaardig zijn, de erfenis van het Vichy-regime met zich meedragen en te graag naar het Front National/Rassemblement National lonken. Over die morele intellectuele terreur van links hebben we het volgende week.