Een Turks tijdschrift publiceerde een artikel waarin niet-Turkse en niet-islamitische minderheden beschuldigd werden van medeplichtigheid aan de jammerlijk mislukte staatsgreep van 2016. Volgens de Turkse regering was het brein achter die coup Fethullah Gülen, een radicale en zeer invloedrijke islamitische leider, die lange tijd een medestander was van Erdogan.

Bij de mensen die met naam genoemd worden als medeplichtigen is ook de oecumenische patriarch Bartholomew, de meest gezaghebbende figuur in het oosterse orthodoxe christendom. “Oecumenisch” verwijst hier naar het feit dat het gezag van patriarch Bartholomew door alle oosterse orthodoxe kerken wordt erkend. De christenen in Turkije zijn politiek en maatschappelijk volledig machteloos. Het is ondenkbaar dat zij een rol zouden kunnen spelen bij een staatsgreep en het is nog ondenkbaarder dat zij dat zouden durven. Ze zijn altijd al angstvallig voorzichtig geweest.

Ach, een artikel in een tijdschrift? Moet men daar zo zwaar aan tillen? Nee, in een normaal land niet. Maar in een land als Turkije, waar de censuur meedogenloos en alomtegenwoordig is, kan zo’n artikel alleen maar verschijnen als het minstens impliciet goedgekeurd werd door de regering… En dat is natuurlijk wel politiek relevant. Het is een heel veeg teken voor de christelijke minderheid in Turkije. In een land dat zo verziekt is door genocidaire islamitische haatpropaganda als Erdogans Turkije, ligt de drempel voor geweld tegen christenen héél laag. Zo’n artikel kan gemakkelijk leiden tot moorden en pogroms.

Overblijfselen van het zwaard

De Turken gebruiken vaak een scheldwoord dat letterlijk vertaald “restanten van het zwaard” betekent, of “overblijfsel van het zwaard”. Een vrijere, maar duidelijkere vertaling zou zijn “overlevende van het zwaard”. Het verwijst naar de overlevenden van massamoorden op Armeniërs, Grieken en andere Oosterse christenen (Assyriërs/Arameeërs/Chaldeeërs) die in het Ottomaanse Rijk werden gepleegd. Als een Turk dat tegen een moslim zegt, is dat een grove belediging, want hij beschuldigt hem er dan van een christen te zijn. Nog erger dan een beest dus. Als hij het tegen een christen zegt, betekent het eigenlijk: “Ze hadden jou toen ook met het zwaard moeten afmaken. Je bent hier alleen maar omdat dat jammer genoeg niet is gebeurd.” Vergelijk het met de Hutu’s die de Tutsi’s kort voor de genocide van 1994 “kakkerlakken” begonnen te noemen. En kakkerlakken, zoals iedereen weet, zijn ongedierte dat verdelgd moet worden.

De uitdrukking “overblijfselen van het zwaard” krijgt pas echt een angstwekkende politieke inhoud als men weet dat president Erdogan die term opnieuw gebruikte tijdens een officiële briefing over corona. Hij zegde letterlijk: “We zullen niet toestaan dat terroristische ‘overblijfselen van het zwaard’ proberen hun activiteiten verder te zetten. Hun aantallen zijn kleiner geworden, maar ze bestaan nog.” Wat eerst cafépraat was, wordt nu verheven tot officieel discours… Officieel zijn de Turken negationisten als het om de Armeense genocide gaat. Maar in werkelijkheid zijn zij – op enkele uitzonderingen na – heel trots op de massamoorden die hun voorvaderen toen pleegden. En Erdogan behoort dus duidelijk niet tot die uitzonderingen. In samenhang met de beschuldigingen tegen patriarch Bartholomew is dat allemaal heel, heel onheilspellend…