Interview met metropoliet Athenagoras, aartsbisschop van de Orthodoxe Kerk in de Benelux

Praten doet metropoliet Athenagoras zoals men het van een kerkleider verwacht: rustig en beredeneerd. Enkele jaren geleden werd hij tot hoofd van dit patriarchaat verkozen. Zonder meer een belangrijke gebeurtenis, en niet enkel voor hem. Voor het eerst in de geschiedenis valt immers een niet-Griek deze eer te beurt. Met hem hadden we het over de structuur en de implementatie van de Orthodoxe Kerk, zijn Kerk, in deze gewesten, maar ook over hoe vandaag in het Midden-Oosten op een pijnlijke manier geschiedenis wordt geschreven.

Welke titel draagt het hoofd van de Orthodoxe Kerk (een van de van overheidswege erkende godsdiensten) in ons land? Het is een leuke quizvraag die, gokken we, maar weinig correcte antwoorden zal opleveren. Metropoliet dus, en in het geval van onze gesprekspartner luidt dat voluit: aartsbisschop van het Oecumenisch Patriarchaat van Constantinopel, meer bepaald metropoliet van België en exarch van Nederland en Luxemburg. “Ik heb een Benelux-functie”, grapt metropoliet Athenagoras, zoals de handtekening van zijn mails luidt. De territoriale omschrijving is trouwens een wezenskenmerk van deze Kerk die sinds het Oosters Schisma van 1054 haar eigen verhaal is gaan schrijven. Ook in dit land dus, waar de (administratieve) zetel sinds enkele decennia in een statige woning in Schaarbeek gevestigd is.

Decentraal en territoriaal

’t Pallieterke: U zal het ons niet kwalijk nemen dat door een niet-ingewijde de structuur van wat doorgaans de Orthodoxe Kerk genoemd wordt als wel erg complex ervaren wordt?

Athenagoras: Voor een buitenstaander, en zelfs voor wie enigszins vertrouwd is met de traditie van de Katholieke Kerk, kan onze Kerk best ingewikkeld lijken, daar ben ik me van bewust. (glimlacht) Maar weet u: eigenlijk oogt het complexer dan het in werkelijkheid is. Wij zijn vergelijkbaar met andere kerken, met dat verschil dat wij een doorgedreven decentrale structuur kennen. Bij ons tref je geen piramidale structuur aan met aan het hoofd een kerkleider, zoals de paus, die veel gezag uitoefent. Wel een vijftiental lokale entiteiten, patriarchen of aartsbisschoppen genaamd. Dit is het principe van de autocefale kerken, wat betekent dat ze autonoom zijn, een eigen hoofd hebben, maar daarom niet minder deel uitmaken van de grotere orthodoxe familie. Belangrijk hierbij is dat deze entiteiten, als ik ze zo mag noemen, een duidelijke geografische afbakening hebben, wat in mijn geval de Benelux is. Die onderdelen zijn in eerste instantie de zogenaamde vier oude patriarchaten, die ons naar de diepste wortels van het christendom brengen: Alexandrië, Antiochië, wat op Damascus slaat, Jeruzalem en Constantinopel. Deze worden aangevuld door de patriarchaten van pakweg Georgië, Moskou, Roemenië of nog Servië. Vaak bestaat een direct verband tussen hun oprichting en de manier waarop de geschiedenis evolueerde, niet zelden het loskomen van de Ottomaanse greep. Het geloof is een duidelijke band, maar ook het aanvaarden van deze structuur, dit alles onder het voorzitterschap van de Patriarch van Constantinopel. Hij neemt initiatieven, roept samen en dergelijke, maar de besluitvorming gebeurt via stemming en consensus, wat anders is dan de strakke top-down structuur eigen aan de rooms-katholieke hiërarchie.

Hoe zijn de verhoudingen vandaag met de Rooms-Katholieke Kerk?

In alle oprechtheid durf ik stellen dat de relatie de jongste vijftig jaar behoorlijk verbeterd is. Er is een dialoog tot stand gekomen. Aanvankelijk een dialoog van de liefde en vervolgens een bilaterale theologische dialoog. Er wordt gewerkt vanuit een gemengde commissie, bestaande uit telkens 30 vertegenwoordigers van elke Kerk. Die gesprekken zijn constructief, maar ook grieven komen soms op tafel te liggen. Dit alles bouwt voort op een belangrijke historische ontmoeting die in 1964 tussen de Paus en de Oecumenische Patriarch plaatsvond, een historisch moment na 900 jaar van kilte. Een treffen, het weze onderstreept, waar het oecumenisch patriarchaat trouwens het initiatief voor genomen heeft.

Verenigd Koninkrijk der Nederlanden

U maakte al even melding dat de patriarchaten niet zelden het licht zagen als gevolg, rechtstreeks of onrechtstreeks, van bepaalde historische gebeurtenissen. Hoe liep dit in dit land, per slot van rekening letterlijk en figuurlijk mijlenver verwijderd van Constantinopel?

De eerste orthodoxe kapel in ons land kwam er in de periode van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden tussen 1815 en 1830. De zoon van Koning Willem I, de latere Koning Willem II, verbleef als regent voor het Zuiden toen grotendeels in Brussel. Voor zijn echtgenote, een dochter van de Russische tsaar, werd aan het Paleis der Academiën een orthodoxe kapel voorzien. De eerste echte parochie voor Grieks-Orthodoxen kwam er in Antwerpen. Deze werd vooral door handelaars en zeelui bezocht. Geleidelijk aan volgden er ook in Brussel, maar ook in Gent en Leuven, wat dan parochies waren die zich vooral op studenten richtten. De komst van Griekse mijnwerkers in Limburg en de Borinage zette ook heel wat in beweging. De toetreding van Griekenland tot de EU en de komst van heel wat Griekse Europese ambtenaren was ook zo’n moment. Net als Roemeense vluchtelingen of Russen die na de val van de Muur plots hun land uit mochten. In Brussel hebben we trouwens een kathedraal, gelegen in de Stalingradlaan. In 1965 kregen we dat gebouw in bruikleen van Kardinaal Suenens en in 1987 konden we het kopen.

Eerste christenen verdwijnen

Door de bewogen jaren die het Midden-Oosten achter zich heeft, ziet het er erg benard uit voor de christenen aldaar. Een bekommernis voor u, nemen we aan?

Het is een problematiek die ons uiteraard erg sterk bezig houdt. Wat zich daar afgespeeld heeft, en het drama blijft maar aanslepen, is van een enorm historisch belang. Wanneer hier de term ‘christenen uit het Oosten’ wordt gebruikt, gaat men voorbij aan het feit dat dit de streek van de eerste christenen was, het Westen volgde pas later. In 2012 nam ik namens het Oecumenisch Patriarchaat deel aan een congres over de christenen in het Midden-Oosten. Een van de deelnemers, een bisschop met wie ik nog samen in Thessaloniki gestudeerd heb, was daar ook. Een tijdje nadien verdween hij samen met een andere bisschop tijdens een poging om twee gekidnapte priesters te bevrijden. Er werd nooit meer iets van hen gehoord. Het is jammer dat zo’n verhalen, en er zijn er heel wat, nauwelijks bij ons in de media aan bod komen. Het is een realiteit, de conflicten in de regio waarvan men zich in het Westen onvoldoende bewust is. Deze situatie, die nu al jaren aanhoudt, zorgde er ook voor dat heel wat orthodoxe Syriërs naar België zijn gekomen. Voor hen heb ik een aparte parochie in Watermaal-Bosvoorde opgericht.

Moskou versus Constantinopel

Een tijdje geleden kwam het binnen de Orthodoxe Kerk tot een scheuring, een intern schisma zeg maar. Het patriarchaat van Moskou, de Russische poot, verzelfstandigde zich ten opzichte van het Oecumenisch Patriarchaat. Wat betekent dit in de praktijk?

De realiteit is dat de Russisch-Orthodoxe Kerk graag het voortouw zou willen nemen binnen de Orthodoxe familie. Het argument dat steevast gebruikt wordt, is dat ze de helft van alle gelovigen vertegenwoordigen, maar daar moet voorzichtig mee worden omgesprongen. Niet elke Rus is een praktiserend gelovige. Bovendien omvat Constantinopel ook de gemeenschappen in andere landen, wat toch het een en ander nuanceert.

In werkelijkheid spelen andere zaken. Zo is Moskou jaloers op de rol die Constantinopel nu al vele eeuwen speelt. Bovendien gaat dit gepaard met een politieke recuperatie door het regime. Ze buigen door het Sovjetverleden sowieso terug op een erg complexe verhouding met de wereldlijke machten en de politiek in het bijzonder. Het is geweten dat verschillende kerkleiders in die moeilijke jaren ook informanten van de KGB waren. Op die manier vestigde zich een bepaalde ‘cultuur’ die de samenwerking er niet makkelijk op maakt. Mijn slechtste ervaring ooit was ondergedompeld te worden in dat spel in Rusland. Nu goed, we moeten roeien met de riemen die we hebben en op zich is mijn relatie met Russisch-orthodoxe gelovigen uitstekend, zeker op menselijk vlak.

U schetste daarnet de evolutie van de orthodoxe aanwezigheid. De indrukwekkende Herdenkingskerk Sint-Job in Ukkel, die in de jaren ’30 gebouwd werd, wijst dan toch op een parallelle Russisch-orthodoxe activiteit…

Deze gaat vooral terug naar de Russische Revolutie en degenen die op de vlucht sloegen voor de Bolsjewieken, niet zelden mensen die belangrijke functies bekleedden in tsaristisch Rusland. De kerk waarnaar u verwijst is trouwens gebouwd ter nagedachtenis van de slachtoffers van de Russische Revolutie, te beginnen met de tsarenfamilie zelf. Ooit werd zelfs gedacht dat er zich resten van de tsaar in dat gebouw zouden bevinden, maar dat bleek dan toch niet te kloppen. De Russische gemeenschap in Brussel is trouwens niet zo groot, hoor. Wat wel opvalt, even terzijde, is de groei van de Roemeense gemeenschap de voorbije jaren in ons land. Maar dit gezegd zijnde, kent die Russische aanwezigheid religieus en historisch gesproken wel een aantal aftakkingen. Er zijn er die zich vereenzelvigen met het Patriarchaat van Moskou, sommigen die dat net niet wilden en voor onafhankelijkheid kozen en dan nog een derde groep aan wie die kerk in Ukkel toebehoort. Inmiddels vallen ze allen onder de paraplu van Moskou, zij het als drie afzonderlijke entiteiten.

Afstand van het wereldlijke

We komen nog even op het Midden-Oosten terug. Van de Katholieke Kerk is geweten dat ze over tal van informatiekanalen beschikt, naast het klassieke netwerk van de Vaticaanse diplomatie. Denken we maar aan Daniël Maes, de norbertijn die ook in dit blad meningen over Syrië ventileert die niet in het klassieke plaatje passen.

We hebben natuurlijk niet de middelen om een diplomatieke dienst uit te bouwen zoals Rome dat doet. We beschikken dan ook niet over officiële gezanten met een diplomatiek statuut. Toch beschikken we over eigen kanalen waar we zoveel mogelijk gebruik van maken. Het is natuurlijk een feit dat Assad de christenen beschermd heeft, maar het blijft voor ons een hachelijke zaak als Kerk om te dicht bij dergelijke gevoelige wereldlijke discussies te komen. Hetzelfde met de burgeroorlog in Oekraïne. Voor mij, en dat is ook de lijn die we volgen, is dialoog essentieel. Tussen onze eigen Kerken, maar ook met andere geloofsgemeenschappen. Precies om die reden probeer ik me zoveel mogelijk op de vlakte te houden. Dat is immers een van de belangrijke randvoorwaarden om een vruchtbare dialoog tot stand te brengen.


Wereldlijke spanningen

De decentrale en geografisch afgebakende structuur van de Orthodoxe Kerk levert meer dan eens spanningen op die zich vermengen met, zeg maar, profane geschillen. Metropoliet Athenagoras had het al over Oekraïne, maar er zijn er meer.

“Neem nu de kwestie Noord-Macedonië, ook al lijkt dit probleem door het bereikte compromis van de baan te zijn”, stelt hij. “Dit ligt gevoelig in landen als Griekenland, Montenegro en Servië, wat uiteraard altijd ergens afstraalt op de relatie tussen de respectievelijke patriarchaten. Het Balticum is nog zo’n voorbeeld. Estland en Finland zijn autonome Kerken onder het Patriarchaat, maar dat ziet Rusland dan weer niet zo graag. Uiteindelijk bevinden we ons in een ingewikkeld web van invloedssferen waarbinnen tal van spelletjes plaatsvinden.”


Het incident van Frère-Orban

Het gebeurde zo’n twintig jaar geleden, toen ondergetekende op een zondagmiddag een wandeling maakte door een toen haast verlaten stukje Brussel. Onze aandacht werd getrokken door wat zich voor de Sint-Jozefkerk op het Frère-Orban-plein afspeelde.

Keurig geklede kinderen en volwassenen, duidelijk met een Arabische achtergrond, verlieten de kerk. We spraken ze aan, waarna we prompt als teken van gastvrijheid een stuk brood aangereikt kregen. Ze stelden zich voor als “leden van een Orthodoxe Kerk uit Syrië” en het kwam tot een lang gesprek over de meest uiteenlopende onderwerpen. Een tijdje later haalde de kerk het nieuws. Ze was in handen van de traditionele katholieken van de Priesterbroederschap Pius X gekomen, volgelingen van monseigneur Lefebvre. Bij een eerste misviering stond een groep woedende orthodoxen zelfs tegen te betogen.

We kaarten het voorval aan bij de Metropoliet. “Dit was een erg spijtige zaak”, meent hij. “Die kerk, een prachtig gebouw overigens, werd geschonken aan de Syrisch-Jacobitische Kerk in ons land. Maar de toenmalige priester van die parochie verkocht ze op eigen houtje aan Pius X, tot grote woede van zowat iedereen. Het betrof hier voor alle duidelijkheid een aparte tak die volledig los stond van onze werking. Inmiddels kwam het tot een toenadering en vallen ze onder mijn paraplu, maar het voorval blijft een spijtige herinnering.”


Metropoliet Athenagoras (geboren: Yves Peckstadt)

Het orthodoxe geloof is voor metropoliet Athenagoras een familieverhaal. Zijn vader, Ignace Peckstadt, raakte tijdens de jaren ’40 als leerling op het Gentse Sint-Barbaracollege gefascineerd door de orthodoxie. Door lectuur en reizen vergrootte hij zijn kennis van het geloof, om in de jaren ’60 zelf de stap te zetten.

“Mijn vader heeft deze stap nooit uit afkeer voor het katholicisme gezet”, legt de metropoliet uit. “Hij heeft het ideaal van de oecumenische dialoog steeds hoog in het vaandel gedragen. Voor hem was het echter een ander accent in de ruimere familie van het christendom dat hem aansprak. Uiteindelijk is hij aartspriester van de Orthodoxe Parochie van Gent worden.”

Zoon Yves, de derde van vier kinderen, heeft in Thessaloniki Grieks en theologie gestudeerd, waarna hij een postgraduaat behaalde aan het Oecumenisch Instituut van Bossey (Universiteit van Genève). In 1989 volgde zijn wijding tot diaken, het moment waarop hij de naam Athenagoras kreeg. Eind november 2013 verkoos de Heilige Synode van het Oecumenische Patriarchaat van Constantinopel bisschop Athenagoras Peckstadt tot metropoliet van België en exarch van Nederland en Luxemburg. En zo werd hij de eerste niet-Griek die de leiding heeft van een aartsbisdom binnen het Oecumenisch Patriarchaat van Constantinopel. Hij is ook de eerste niet-Griek lid van de permanente Heilige Synode, een orgaan vergelijkbaar met de katholieke curie.


Het interview met metropoliet Athenagoras, aartsbisschop van de Orthodoxe Kerk in de Benelux, kadert in onze reeks artikels over christenvervolging. Verschillende van onze medewerkers brengen bijna wekelijks verslag uit over christenvervolging, waar ook ter wereld.

De christenen in het Midden-Oosten, in Afrika, in Azië en sinds kort ook in Europa rekenen op onze steun. Laat hen niet in de steek. Steun ons werk op rekeningnummer BE82 4096 5194 9168 (KREDBEBB) van ’t Pallieterke met als mededeling “Stop christenvervolging”.