“Na Delphine nieuwsgierig naar het verdere wangedrag van Albert II”

Enkele weken geleden kon u onze medewerker Thierry Debels nog in actie zien op de boot van Gert Verhulst in het programma Gert Late Night. Met kennis van zaken gaf Thierry (1968) er uitleg over het Belgisch koningshuis. Debels is van opleiding bedrijfseconoom. Hij publiceerde onder meer “De ondergang van Fortis” en “Het verloren geld van de Coburgs”, “Vorstelijk Vermogen” en een boek over “Boudewijn I”. Debels kent als geen ander de financiële structuren van en rond het koningshuis. Deze week verschijnt zijn nieuwe boek: “Albert II, een biografie”.

’t Pallieterke: Wat was de aanleiding voor dit boek?

Thierry Debels: Om eerlijk te zijn: ik had nog heel wat materiaal liggen over de voormalige koning en een boek is natuurlijk een ideale manier om dat materiaal op een coherente manier te verwerken. De echte aanleiding of katalysator was wel de manier waarop Albert omging met de kwestie rond Delphine Boël. Indien hij Delphine al voor 2013 had erkend, dan was er wellicht geen boek gekomen. Ik was – net zoals de meeste Vlamingen – stomverbaasd over zijn Coburgse koppigheid en wilde zijn wangedrag eens verder uitdiepen.

Ik zie dat je zijn leven hebt opgedeeld in vijf periodes?

Van zijn geboorte in 1934 tot aan zijn huwelijk in 1959 leeft de prins eerst in de schaduw van zijn vader Leopold III en dan in die van zijn oudere broer Boudewijn. In 1959 trouwt Albert met de adellijke Italiaanse Paola Ruffo. Het huwelijk is vanaf het begin erg turbulent. Pas begin de jaren tachtig komen beide echtelieden eindelijk tot rust en begint het echte en harmonieuze huwelijksleven, dat volledig in het teken van het herwonnen geloof zal staan. In 1993 sterft Boudewijn. Albert is niet alleen zijn beste vriend en vertrouweling kwijt, hij moet als late vijftiger ook aan de belangrijkste taak van zijn leven beginnen. Het plan is om het land vijftien jaar te dienen en in 2008 al de kroon door te geven aan Filip. Politici vragen Albert uitdrukkelijk om nog even aan te blijven. Pas midden 2013 doet Albert dan troonsafstand. Albert en Paola kunnen eindelijk met pensioen. Wat een mooie afsluitende periode zou moeten zijn, wordt evenwel een onstuimige rit door de juridische kruistocht van Delphine Boël.

Er is volgens jou ook een groot verschil tussen de prins Albert en de koning Albert.

Dat klopt: als prins kreeg hij relatief weinig waardering. Albert en Paola werden de overbodige prinsen genoemd. Pas als koning bouwde hij een zekere geloofwaardigheid op. Maar die verspeelde hij onmiddellijk door de manier waarop hij Delphine behandelde.

Was hij een goede koning?

Het is uiteraard geen geheim dat ik geen fan ben van het koningshuis. En de vraag is wat je verstaat onder een “goede koning”. Maar ik veronderstel dat je bedoelt dat dit een koning was die zich doorgaans redelijk opstelde en vrij soepel was ten opzichte van de politici. Als je het zo definieert, dan was Albert een behoorlijke koning omdat hij een leerproces doorgemaakt heeft. Dat is een groot verschil met zijn vader Leopold III, die altijd aan zijn grote gelijk is blijven vasthouden.

Kan je dat verduidelijken?

In de eerste vijf jaar, dus van 1993 tot 1998, was hij de ‘voortzetter’ van het beleid van Boudewijn. Vergeet ook niet dat Fabiola over zijn schouder meekeek. Nadien begint hij volgens diverse politici wat soepeler te worden en begon hij ook meer te luisteren naar de politici.

Toch was hij koppig als hij een bepaald idee had?

Albert begon zijn ambtstermijn onder Jean-Luc Dehaene. Vervolgens was Verhofstadt premier. Daarna kwamen Leterme en Van Rompuy om te eindigen onder Di Rupo. Zo zette Albert het dossier “Opgrimbie” (met de villa Fridhem en het klooster) elke week op de agenda. Er waren immers heel wat zaken die geregeld moesten worden. Albert was dus heel wat pro-actiever en assertiever dan velen vermoeden. Het dossier “Opgrimbie” zou overigens door allerlei juridische problemen jaren aanslepen.

Je verwijst in je boek ook naar Jean-Pierre Van Rossem?

Het was mijn belangstelling voor de Bende van Nijvel die me bij auteur Guy Bouten en vervolgens naar de koninklijke familie bracht. In zijn interessante boek “De bende van Nijvel” beweert Bouten dat Van Rossem hem ooit zakelijke transacties en boekhoudkundige transfers heeft laten zien tussen (prins) Albert en de Nederlandse prins Bernhard. Het waren volgens Bouten beleggingen met winsten uit de drugshandel. Er zou ook een foto zijn van prins Albert en Hage Maroun, een van de belangrijkste voormannen van de christelijke Falangisten uit Libanon in Brussel en een notoir wapen- en drugshandelaar. Vreemd genoeg zal ook prins Laurent later contact hebben met die Falangisten.

Van Rossem heeft ook interessante zaken verteld op tv.

Van Rossem bevestigde inderdaad dat de koninklijke familie bij hem belegde via Fernand ‘Freddy’ Estenne. Estenne was een natuurlijke zoon van Leopold III of Albert I en dus een familielid van Boudewijn en Albert. Het ging volgens Van Rossem om miljoenen dollars. De helft van die intresten ging naar de Zwitserse rekening van Estenne, de andere helft was volgens Van Rossem voor de koninklijke familie. Het verhaal van de gevallen beursgoeroe houdt steek. Eind 1991 had Estenne effectief een vergadering met Van Rossem. Deze laatste kreeg toen vooral de raad om te zwijgen. De koninklijke vennootschap die waarschijnlijk gebruikt werd om te beleggen bij Van Rossem, was Galatsi Royal Business Inc. De schermvennootschap werd in 1987 opgericht in Panama. Dat het koningshuis eind de jaren tachtig bij Van Rossem kwam, is geen toeval. De koninklijke familie zat op dat ogenblik immers op een pak liquiditeiten via de verkoop van het pakket aandelen in de Generale Maatschappij. De verkoop van zowat 4 percent van die aandelen verliep via een Zwitserse vennootschap.

Dat is straf.

Eigenlijk wordt het nog straffer. Ik vertel uiteraard niets nieuws als ik beweer dat Albert tot midden de jaren tachtig op seksfeestjes gezien werd. Daar zijn diverse getuigenissen over. Er was zelfs ooit een incident op een van die feestjes en er werd een arts bijgehaald. Die dokter heeft Albert toen herkend. Dat is geweten en op zich is daar niets verkeerds mee als dat allemaal volwassenen zijn die daar met volle toestemming aanwezig zijn. Alleen moet je de vraag stellen of dergelijke personen, zeker als ze van koninklijken bloede zijn, niet afgeperst of gechanteerd kunnen worden. Maar dan moet je die vraag ook stellen over Filip en zijn liefdesleven voor hij met Mathilde huwde.

Ik lees in je boek dat er meer is?

Welnu, er zijn verscheidene bronnen die beweren dat er een foto bestaat van Albert met een minderjarig meisje in een positie die belastend is voor de prins. Ik heb die informatie ook gekregen van een voormalig kaderlid van een onderneming. Ik druk me in mijn boek voorzichtig uit. Eerder waren er al auteurs die hierover straffe dingen schreven (Jean Nicolas en Frédéric Lavachery in “Dossier pédophilie”). Ik heb de foto nooit gezien en dus kan ik enkel maar schrijven dat er enkele bronnen zijn die dit aangeven. Meer kan ik niet schrijven, maar ik vind wel dat een auteur moet schrijven wat hij weet.

Om op die piste verder te gaan: volgens jou zijn er nog buitechtelijke kinderen?

Ik heb gesproken met een dame die beweert een dochter te zijn van Albert. Volgens haar had hij een kortstondige relatie met haar moeder eind de jaren zestig. Ze zou graag een DNA-test laten uitvoeren en misschien levert de overwinning van Delphine voor haar een mogelijke piste. Het probleem is dat er veel mensen zijn die beweren van koninklijken bloede te zijn. Soms is daar iets voor te zeggen, zoals voor heel wat personeelsleden die op het paleis werken of gewerkt hebben, maar doorgaans is het enkel een vermoeden.

Je bent niet de enige die interesse heeft voor het liefdesleven van Albert.

Zijn jongste zoon Laurent is geobsedeerd door zijn vader. Zo vroeg Laurent een onderhoud met Marc Toussaint, die een boek had geschreven over zedenzaken. Hij vroeg de man over de mogelijke betrokkenheid van zijn vader in die zedenzaken. Hij wist wie de man was, hij wist ook dat hij een zekere kennis van de problematiek had, en de prins wilde eigenlijk weten of zijn vader betrokken partij was. Laurent is altijd in de weer geweest met het verzamelen van belastende informatie over zijn vader. Het grappige is dat de twee in contact werden gebracht door een buitenechtelijke dochter van Leopold III. Lezers moeten mijn boek maar eens goed lezen. De vader van Albert II was op dat vlak de echte kampioen, zijn jongste zoon (met Astrid) maar een amateur.

Achiel Van Acker had geen hoge dunk van het koppel Albert en Paola?

Ik heb het integrale dagboek van Van Acker vorig jaar in Brugge gelezen. De Brugse socialist heeft weinig begrip voor Paola en weinig respect voor prins Albert: “een dwazerik”, schrijft hij in 1955. “Hij verbrodt alles,” in 1962. Interessant is dat Van Acker al in 1960 melding maakt van “zware problemen” tussen Albert en Paola. Dat is dus al een jaar na hun huwelijk! Van Acker is vooral boos als Albert een boot verkoopt. Hij kreeg het vaartuig eerder als huwelijksgeschenk. De boot heeft een waarde van 240.000 frank (6.000 euro) en wordt door de prins verkocht aan een parlementslid voor amper 30.000 frank. En Van Acker is woedend als Albert zijn naam voor 800.000 frank (20.000 euro) per jaar aan een automerk verbindt.

Vanaf midden de jaren tachtig wordt Albert plots extreem gelovig.

De rol van de Gemeenschap Jeruzalem, een tak van de Charismatische Beweging, en vooral het echtpaar Fernand en Nicole De Groote bij de verzoening van de prinsen van Luik begin de jaren tachtig is enorm. Zij hebben de doorslaggevende rol gespeeld bij de redding van het huwelijk van Albert en Paola.

Je schrijft dat ze hierdoor op een mis voor de gangster Haemers terechtkwamen.

Albert en Paola werden steeds religieuzer. Zo zijn ze vaak in een kerk te vinden. Ze gaan bijvoorbeeld regelmatig incognito naar een dienst in de Brusselse Onze-Lieve-Vrouw-ter-Zavelkerk. Het zal tot een merkwaardig voorval leiden. Op 14 mei 1993 overlijdt gangster Patrick Haemers. Is het zelfmoord of wordt de man in zijn gevangeniscel vermoord omdat hij te veel weet? Tot vandaag wordt hierover gespeculeerd. Fernande Motte-de Raedt, een van de advocaten van Haemers, laat die avond nog een mis opdragen voor haar beruchte cliënt in die Brusselse kerk. Er zijn die vrijdagavond maar weinig mensen in de kerk: behalve Motte-de Raedt nog wat bejaarde mensen, en ook een koppel van middelbare leeftijd: Albert en Paola.

In 1993 wordt Albert dan koning.

Een aspect dat bij de overgang van Boudewijn naar Albert onderbelicht wordt, is de financiële kant van de zaak. Als prins van Luik kreeg Albert immers een beperkte dotatie. Als koning kon hij rekenen op de Civiele Lijst (de vergoeding voor de koning) die vele malen hoger ligt. Hij hoeft ook geen verantwoording af te leggen over de besteding hiervan. Paola was in de wolken toen ze koningin werd. “Toen ze hoorde over hoeveel ze kon beschikken (via de Civiele Lijst en de Koninklijke Schenking), was ze in de wolken”, vertelde een voormalige werknemer.

De rol van Vincent Pardoen was zeer groot?

Aangezien het geld via de Civiele Lijst vlot binnenstroomt, stelt Pardoen, intendant van de Civiele Lijst (de verantwoordelijke), voor om met het overschot hiervan een vastgoedinvestering te doen. Zo koopt de koning twee luxeappartementen met drie bijbehorende ondergrondse garages in Oostende voor in totaal 1,5 miljoen euro. De verkoopsakte kon zelfs ingekeken worden door de redactie van VTM. Het gaat over appartementen 0701 en 0801, respectievelijk op de zevende en achtste verdieping van het Ippon-gebouw in Oostende, gebouwd door de groep Sleuyter. Er zijn ook garages met nummers 65, 68 en 69 voorbehouden voor de koning en zijn medewerkers.

Om af te sluiten: zijn er nog plannen voor een boek over de Coburgs?

Ik heb nog een manuscript klaar met als titel: “De Coburgclan”. Ik geef een overzicht weer van Leopold I tot koning Filip. Maar dat is echt het laatste boek over de bende van Laken. Ik heb er nu een stuk of acht geschreven en dat is genoeg. Ik ben ze beu. Zoals de Vlaming allicht.

Thierry Debels, “Albert II, een biografie”, Uitg. Manteau 2020, 192 blz., prijs 19,99 euro, ISBN 978 902 2337 04 2