SCEPTR, ons bevriend internetkanaal, haalde vorige week het nieuws bij onze noorderburen. ThePostOnline en de krant Trouw vermeldden SCEPTR als verspreider van nepnieuws over het coronavirus. De beschuldiging, uitgaande van een Nederlands onderzoeksclubje, bleek compleet onterecht, maar zegt wel veel over het klimaat van verkettering en censuur dat zich meester heeft gemaakt van het debat over zowel de medische apecten van het coronavirus als over het geëigende beleid.

Het ging over een bericht van februari, waarin SCEPTR het nieuws bracht dat een Iraanse ayatollah zijn gelovigen had aangeraden om zich te beschermen tegen het coronavirus door de anus in te smeren met etherische oliën. Het feit dat de ayatollah deze aanbeveling had gedaan, wordt door niemand betwist. Het was ook voor elke lezer overduidelijk dat het artikel dit achterlijke advies net aan de kaak wilde stellen. De ‘onderzoekers’ van het “datajournalistiek platform Pointer” dat zich blijkbaar bezighoudt met het bestrijden van nepnieuws, zijn er echter in geslaagd dat nieuwsbericht te lezen als een advies aan de lezers om het achterwerk in te smeren.

Een epidemie van ‘factcheckers’

De redacteurs van SCEPTR hebben eens goed gelachen, maar het is toch beangstigend hoe gemakkelijk iemand gecatalogeerd kan worden als verspreider van nepnieuws door mensen die zichzelf wetenschappelijke pretenties aanmatigen.

De andere kanalen die in het rapport voorkomen zijn Noord-Nederlands, maar hebben toevallig allemaal een rechts imago. Wanneer je op de webstek van Pointer rondsnuistert, kom je er snel achter dat dorst naar de waarheid niet bepaald de voornaamste drijfveer van de onderzoekers is. Zo waarschuwt een rapport dat teveel media-aandacht voor Geert Wilders hem stemmen kan opleveren. Een ander ‘studie’ klaagt over ‘extreemrechtse propaganda’ over de migratiecrisis. En nog een ander onderzoek legt het gruwelijk onrecht bloot dat mannelijke personages in Disney-films toch wel vaker praten dan vrouwelijke personages.

De beschuldigingen van nepnieuws zijn allesbehalve onschuldig. Sociale mediakanalen doen actief beroep op ‘factcheckers’ om berichten te verwijderen en de schuldigen zelfs helemaal te verbannen. Facebook werkt daarvoor in België samen met de Knack van Bert Bultinck, u weet wel, de man die schreef dat racisme in het Vlaamse DNA zit ingebakken.

Kyle-Sidell had gelijk

Al sinds het begin van de coronacrisis zijn de ‘factcheckers’ en monopolisten van de waarheid op zoek naar ketterijen om uit te roeien. Dat de wetenschap zelf weinig zekerheden heeft en ook vergissingen maakt, tempert het enthousiasme van de VRT en de kranten niet om door de sociale media te speuren op zoek naar ‘foute’ opinies.

Een van de meest geridiculiseerde ideeën was dat het virus misschien ontsnapt kan zijn uit een laboratorium in Wuhan. De weinig gefundeerde beschuldiging dat het hier over een biologisch wapen zou gaan (wat ik ook niet geloof), werd op één hoopje gegooid met de veel plausibelere piste van een accidentele ontsnapping naar aanleiding van medisch gerichte experimenten. Vandaag lacht niemand nog met die laatste mogelijkheid.

Het dogmatische geloof in een gevestigde waarheid kan ook op medisch gebied funeste gevolgen hebben. Toen dokter Kyle-Sidell van New York eind maart een filmpje plaatste op YouTube om te waarschuwen voor de gevaren van het gebruik van ventilatoren bij behandeling van coronapatiënten, werd hij ontslagen uit zijn job bij de intensieve zorg. Zijn filmpje bleef echter in een ondergronds netwerk van dokters circuleren tot het uiteindelijk de hoogste medische regionen bereikte. De rebelse visie van Kyle-Sidell is nu al dominant in de corona-afdelingen van de meeste Amerikaanse ziekenhuizen.

“Corona-ontkenners”

Een ander populair filmpje is dat van de Amerikaanse dokters Erickson and Massihi, waarin ze pertinente vragen stellen over de zin van de algemene lockdown. Het werd vijf miljoen keer bekeken voor YouTube het verwijderde met het argument dat het filmpje mensen zou kunnen aanzetten om onvoldoende afstand te houden. Eigenlijk werd een argument van volksgezondheid ingeroepen om kritiek op een overheidsmaatregel te censureren.

Bij ons werd Jeff Hoeyberhgs van Facebook gegooid omwille van zijn meningen over het coronavirus. Waarom? Ik hoef het niet eens te zijn met Hoeyberghs om te luisteren naar wat hij te vertellen heeft. Ik heb geen oppas nodig om mij daartegen te beschermen. Als de geroemde professoren van het Imperial College London zich zwaar mogen vergissen (zie mijn ander artikel in dit nummer), mag Jeff er ook al eens naast zitten.

Toen Elon Musk, de baas van Tesla, ook het nut van een algemene vergrendeling van de samenleving in vraag stelde, titelde De Standaard, altijd wat regimevriendelijker dan de rest: “Elon Musk ontpopt zich tot corona-ontkenner.” En zo vloog hij meteen in dezelfde vuilbak als klimaatontkenners en holocaustontkenners.

Nog maar een voorproefje

Het is geen geheim dat de traditionele media zich geweldig ergeren aan het gegeven dat de rechtse opiniemakers, die lang uit het publiek debat werden gebannen, nu gebruik maken van het internet en sociale media als parallel kanaal voor de ideeënstrijd. En het is even duidelijk dat hun kruistocht tegen “nepnieuws” het voornaamste instrument is geworden in pogingen om hun nieuwsmonopolie te herstellen. Ze vinden daarbij een bondgenoot in de linksleunende elite van Silicon Valley die op het internet patrouilleert.

Beiden zien de coronacrisis als hun “moment de gloire”. Ze hebben zichzelf aangesteld als de schildwachten van de waarheid, in naam van wetenschap en volksgezondheid. Onderzoek naar de zware verantwoordelijkheid van China en de Wereldgezondheidsorganisatie doen ze liefst niet, maar wee degene die zich vragen stelt bij de adviezen van virologen of bij de zin van de ongerichte vergrendeling van de samenleving. Dat kon ook Els Ampe al ervaren.

Het valt te vrezen dat ze de smaak van verkettering en censuur nu pas goed te pakken hebben. De aanpak van “corona-ontkenners” zou wel eens een precedent kunnen worden voor het verder aan banden leggen van politieke meningen die al lang een doorn in het oog zijn.