Op woensdag 29 april was er in de commissie Binnenlandse Zaken, Veiligheid, Migratie en Bestuurszaken van de Kamer een actualiteitsdebat over de coronacrisis.

Parlementslid en burgemeester Koen Metsu (N-VA) had een zeer concrete vraag voor minister De Block: “Wat wij heel recent hebben meegemaakt bij ons in de gemeente (Edegem) is compleet absurd. Enkele dagen geleden kwam er een asielzoekster, zwanger van haar vijfde kind, bij ons OCMW aankloppen. Ze zei gestuurd te zijn door Fedasil. De ochtend van diezelfde dag was ze nog in Spa, in de namiddag verscheen ze dan in Antwerpen. Fedasil had haar gezegd dat het meer ruimte wilde vrijmaken in de asielcentra, zodat het coronavirus zich niet zou kunnen verspreiden en dat ze gerust naar vrienden, familie of kennissen in een andere gemeente kon gaan. Zij heeft het land doorkruist, is bij ons aanbeland en woont momenteel op een appartement met twee slaapkamers, voor acht personen.”

Procedure: maaltijdcheques voor de asielzoekers

De Block weet niets over dit concrete verhaal. “Ik twijfel er niet aan dat het gebeurd is, maar ik heb er geen weet van.” De minister geeft wel de huidige procedure mee voor de asielzoekers: “Fedasil heeft een maatregel genomen om de uitstroom uit de opvangcentra te verhogen en de bezetting te verlagen, iets wat de Risk Assessment Group geadviseerd had. Zoals u weet, is het verblijf in een opvangcentrum niet verplicht tijdens de asielprocedure en kan men ervoor kiezen elders te gaan wonen. Fedasil steunt de bewoners die beslissen om tijdens deze crisis bij familie of vrienden te gaan wonen met maaltijdcheques. Ongeveer 600 personen hebben ondertussen voor die optie gekozen.”

Zorgwekkend

Metsu: “Uw antwoord is zorgwekkend. Ik had namelijk verwacht dat u over die specifieke casus, die veel verder gaat dan mijn gemeente alleen, even verbouwereerd zou zijn als ik. U onderschrijft die casus echter, u hebt hem blijkbaar ook goedgekeurd en bent dus op de hoogte. U legt ons terecht op dat wij in ons kot moeten blijven. Niet-essentiële verplaatsingen zijn verboden. Om echter de kans op besmettingen binnen de open asielcentra te vermijden, zegt u in uw betoog letterlijk dat de uitstroom verhoogd moet worden. Dat betekent dus het streven naar een lagere bezettingsgraad. Daaromtrent zegt u letterlijk: ‘Hun verblijf is niet verplicht.’ Een asielzoeker van een open centrum mag dus hier te lande gaan, bij kennissen – het hoeft zelfs geen familie te zijn – waar hij of zij wilt. Asielzoekers mogen dus samenhokken. Daar krijgen zij bovendien een vergoeding voor – ook dat is nieuwe informatie voor mij -, want u sprak over de zogenaamde maaltijdcheques. Zowat 600 asielzoekers, zo zei u, die niet gecontroleerd zijn op Covid-19, hebben de asielcentra verlaten. Zij mogen nu elders, ook al is het als haringen in een ton, samenhokken. In mijn gemeente, nabij Antwerpen, verblijft er momenteel een zwangere vrouw, zwanger van haar vijfde kind, en zij moet met acht personen samenhokken op een klein appartement met twee slaapkamers. Wat ik nu zeg, is misschien heel kras, maar in mijn ogen is die situatie schuldig verzuim. Dat krijgt u niet uitgelegd aan de burgers en zelfs niet aan die asielzoekers.” En of burgemeester Metsu gelijk heeft. De coronacrisis leidt nu ook tot kafkaiaanse toestanden bij Fedasil.