Vorig weekend overleed de schrijver Jean Raspail op 94-jarige leeftijd. Hij zal vooral herinnerd worden als auteur van de profetische roman “Le Camp des Saints” over het miljoen vluchtelingen en gelukzoekers dat Europa via de Franse Azurenkust overspoelt. Maar Raspail was veel meer dan een cultschrijver voor de rechterzijde. Hij was ook een avonturier, ontdekkingsreiziger en overtuigd royalist.

“Visionair.” Zo werd Jean Raspail (1925) in de herfst van zijn leven genoemd. De migratiecrisissen waarmee Europa nu al jaren wordt geconfronteerd, vertonen opvallende gelijkenissen met Raspails succesroman “Le Camp des Saints” uit 1973. Een miljoen gelukzoekers en vluchtelingen uit het Indische subcontinent overspoelen Europa. Wie het boek leest, wordt niet alleen getroffen door het profetische en visionaire karakter van het werk, dat een duidelijk voorafspiegeling is van bijvoorbeeld de ‘Wir-schaffen-das-migratiegolf’ in 2015. In Le Camp des Saints komen verschillende figuren voor die akelig sterk lijken op de huidige generatie Gutmenschen. In 2011 werd het boek in het Frans hernieuwd uitgegeven met een extra voorwoord. Daaruit bleek dat “Le Camp des Saints” nu zou kunnen verboden worden omwille van de schending van verschillende racismewetten.

Le Camp des Saints groeide uit tot een cultboek voor de rechterzijde en Raspail werd bijna enkel nog met zijn succesroman vereenzelvigd. Onterecht. Hij was veel meer dan dat. Om de man te kunnen vatten, moeten we terugkeren naar zijn familiale achtergrond en jeugdjaren.

Consul-generaal van Patagonië

Raspail wordt op 5 juli 1925 geboren in Chemillé-sur-Dême in de Indre-et-Loire in een gezin van de katholieke burgerij. Hij is een afstammeling van François Vincent Raspail, die in 1848 het algemeen stemrecht invoert. Raspails vader is actief in het bedrijfsleven en geeft zijn zoon een strenge opleiding via privéscholen. Jean Raspail is tijdens WO II te jong om zich in het verzet te engageren, maar het avontuurlijke leven trekt hem aan en rond zijn 25ste onderneemt hij verschillende wereldreizen. Hij zal er een blijvende fascinatie voor de zogenaamde ‘verloren volkeren’ aan overhouden. Hij bezoekt Alaska, de Antillen en ook en vooral Vuurland aan de uiterste zuidkant van het Amerikaanse continent. Hij ontmoet er de Alakalufstam. Een fascinerende bevolkingsgroep, ver verwijderd van elke beschaving. Ze leven naakt, smeren zich in met vet van zeehonden en leven van aangespoelde walvissen. Ze hebben amper een eigen taal.

Zijn ervaringen in deze verlaten gebieden vormen de basis van Raspails eerste boeken. Vooral het bezoek aan Patagonië, het gebied in het zuiden van Chili en Argentinië, fascineert hem. Het vormt de basis van een bijna-biografie, “Moi, Antoine de Tounens, roi de Patagonie” dat zelfs de prijs van beste roman van de Académie Française krijgt. Het is het verhaal van een jonge man die in 1860 Patagonië verovert. Raspail vereenzelvigt zich met deze romanfiguur en roept zichzelf uit tot consul-generaal van Patagonië. Hij krijgt daarna brieven van lezers die inwoner van Patagonië willen worden en van nationaliteit wensen te veranderen.

Raspail publiceert tientallen boeken en hoopt in 2000 lid te worden van de Académie Française, wanneer de zetel van Jean Guitton vrijkomt. Hij haalt echter niet de vereiste meerderheid binnen.

De Bourbons weer op de troon

Een ander vaak vergeten aspect van Raspail was zijn royalistisch engagement. Op 21 januari 1993 was hij één van de inrichters van een herdenking van de onthoofding van koning Lodewijk XVI, 200 jaar eerder. De herdenking vond plaats op de Place de la Concorde in Parijs, in aanwezigheid van de VS-ambassadeur. De politiek-correcte goegemeente kon er niet mee lachen. Raspail koppelde zijn royalisme aan een traditionalistisch katholiek denken. Dat sijpelde ook door in zijn werken, waarin hij stelt dat zowel de socialistische, communistische als liberale ideologieën ten dode zijn opgeschreven. Een katholieke monarchie is de redding. “Le jeu du roi” (1976) gaat over een man die mijmert over een verdwenen koninkrijk, terwijl hij naar de zee kijkt. “Sire” uit 1999 is een bijna vergeten juweeltje. We zijn februari 1999 in de kathedraal van Reims. Het gaat over de Franse koning Philippe Pharamond de Bourbon die op zijn 18de tot koning wordt gezalfd en gekroond. Het boek is via internet nog altijd te bestellen. Een aanrader.

Raspail hield zich zijn leven lang ver van politiek engagement, al tekende hij in 1999 een petitie tegen de NAVO-aanvallen op Servië. Aan het einde van zijn leven kon Raspail getuige zijn van het feit dat hij als bekend figuur de sprong had gemaakt naar de postmoderne wereld. Hij duikt op in een stripverhaal van Largo Winch, de miljardair-avonturier. Een zekere Mr. Banks, een elegante Britse burgerman, heeft in het 19de album, dat in 2014 verscheen, duidelijk de gelaatstrekken van Jean Raspail.