Herinnert u zich de zaak Théo nog? Begin 2017 beweerde een zwarte jongeman seksueel mishandeld te zijn geweest door een Franse politieagent. Bij een politie-interventie zou de agent de broek van Théo hebben uitgerukt en hem met een matrak anaal hebben verkracht, onder het uiten van racistische beledigingen. De beschuldiging kreeg een zodanige weerklank dat er wekenlang betogingen, rellen en plunderingen waren in verschillende Franse steden.

Het meest merkwaardige was dat de groteske beschuldiging zo gemakkelijk werd geloofd door het bestel. Théo kreeg persoonlijk bezoek van president Hollande, ontving geschenken en blijken van steun van topvoetballers en artiesten en was, als vermeend slachtoffer van racisme, het voornaamste gespreksonderwerp bij de toespraken op de uitreiking van de Césars, de Franse filmprijzen. Uiteraard werd zijn versie van het verhaal gretig afgenomen door de pers, ook bij ons.

Het verhaal telt

Even opvallend is dat niemand verder nog geïnteresseerd was wanneer later onderzoek de ware toedracht aan het licht bracht. Videobeelden en getuigenissen toonden aan dat arme Théo zich verzet had tegen de arrestatie van een drugdealer, dat zijn broek afviel tijdens de schermutselingen en hij per ongeluk geraakt werd door een matrak bij pogingen om hem in bedwang te houden.

Théo veranderde trouwens later zelf zijn versie. Van racisme of seksueel getint geweld was geen sprake. Er loopt nog steeds formeel een procedure tegen de politieagent, maar het is waarschijnlijk dat het parket de vervolging zal laten vallen.

De media willen een sterk verhaal. En er zijn weinig verhalen sterker dan het racistisch geweld van een onverdraagzame samenleving tegen onschuldige leden van een etnische minderheid. Feiten, omstandigheden, nuances, twijfels die dat dat verhaal kunnen afzwakken of zelfs onderuithalen, worden liefst genegeerd. Daarmee draagt de pers zelf bij aan de golven van irrationeel protest die ontaarden in geweld, vandalisme en plundering.

De zaak George Floyd

Wat zich nu afspeelt in de Verenigde Staten tart opnieuw alle redelijkheid. De vernielingen en het geweld van het massale straatprotest naar aanleiding van de dood van George Floyd hebben al tot de inzet van de Nationale Garde geleid. Nochtans is er geen aanwijzing dat Derek Chauvin, de politieagent die ervan beschuldigd wordt de dood van de zwarte man te hebben veroorzaakt, racistische motieven zou hebben gehad.

De manier waarop de agent Floyd in bedwang hield was absoluut ontoelaatbaar, maar het staat zelfs niet vast dat deze actie tot de dood heeft geleid: een onderzoek in opdracht van de familie zegt dat Floyd verstikt is, maar een lijkschouwing in opdracht van het gerecht wijst op hartfalen als doodsoorzaak. Volgens het officiële rapport zijn vooraf bestaande hartproblemen in combinatie met de politiebehandeling (ook een andere houdgreep had fataal kunnen zijn) en mogelijke intoxicatie George Floyd fataal geworden. In tegenstelling tot wat in sommige kranten wordt beweerd, had hij zich wel degelijk verzet tegen de arrestatie (wegens gebruik van vervalste cheques).

Het gedrag van de agent is ook niet symptomatisch voor blank racisme in de politiekorpsen van de Verenigde staten (waarin zwarte Amerikanen trouwens oververtegenwoordigd zijn). In de berichtgeving wordt er vaak de nadruk op gelegd dat zwarten vaker het slachtoffer van politiegeweld zijn. Dat klopt, maar dan moet je er de reden bijvertellen: zwarten zijn ook vaker betrokken bij misdrijven. Er is geen enkele studie die het tegendeel beweert. Er zijn wel studies die uitwijzen dat blanke politieagenten zich niet meer schuldig maken aan geweld tegen zwarten dan hun zwarte collega’s.

Geen excuus voor vernielzucht

Als je wil protesteren tegen de brutale manier waarop sommige politieagenten verdachten behandelen, dan is de dood van Floyd George een zeer terechte aanleiding. Maar protest tegen racisme is in dit geval gebaseerd op pure speculatie. En wie zich te buiten wil gaan aan vernieling en geweldpleging tegen onschuldigen, heeft al helemaal geen goed excuus, simpelweg omdat daar nooit een goed excuus voor is.

Perscommentatoren en beleidsmensen zouden dan ook moeten ophouden plunderingen (vaak van bezittingen van andere zwarten) te behandelen als een begrijpelijke vorm van protest, maar daarvoor is het schuldcomplex van de bange blanke man te groot. Dat ziet blank racisme, ook waar er geen is, en terechte antiblanke woede, ook waar eigenlijk onredelijkheid en blinde afkeer regeren. Hoe meer de blanke mens zichzelf in beschuldiging stelt, hoe meer anderen trouwens gesterkt zullen zijn dat ook te doen. Die vicieuze cirkel moet gestopt worden.

Want het is absoluut zeker dat feiten als dit nog vaak gaan gebeuren. Maatschappelijke groepen die oververtegenwoordigd zijn in de misdaadcijfers lopen nu eenmaal een groter gevaar om in gewelddadige confrontaties met de politie betrokken te raken. Dat is bij ons bijvoorbeeld ook het geval met Noord-Afrikanen. Wat is het alternatief? Dat politiemensen wegkijken? We hebben in het Verenigd Koninkrijk gezien waar dat toe leidt: in verschillende Britse steden konden Pakistaanse “grooming gangs” honderden minderjarige, meestal autochtone meisjes prostitueren. Alle onderzoeken wezen uit dat de politie wegkeek uit angst van racisme beschuldigd te worden.

Vorige maand toonde Benjamin Dalle nog eens hoe het niet moet. Dalle had langs de ene kant wel een obligate veroordeling van de relschoppers in Anderlecht uitgesproken, inclusief van hun geweld tegen de politie, maar kon langs de andere kant niet nalaten een resem verzachtende omstandigheden aan te halen: armoede, frustratie, woede, weinig perspectief, oneerlijke kansen, vergeten door de samenleving,…

Drie regels

Ik wil beleidsmensen en perscommentatoren dan ook drie vuistregels meegeven voor hun communicatie over interraciale incidenten.

  1. Ga er niet automatisch vanuit dat racisme het motief is, gewoon omdat de dader blank is en het slachtoffer niet. En als je dat toch niet kan nalaten, hanteer dat vermoeden dan ook consequent bij geweld in de omgekeerde richting. Het resultaat zal je verbazen.
  2. Wees moedig en correct genoeg om alle feiten weer te geven, ook wanneer die niet passen in het gewenste ideologische narratief. Zorg dat we die niet elke keer zelf moeten gaan zoeken op het internet.
  3. Protesteren mag altijd, zelfs als het ongenoegen onterecht is. Plunderen en vandaliseren kunnen nooit. Hou op met rechtvaardiging te zoeken voor het toebrengen van schade en lichamelijke letsels tegen personen die niets met de kwestie te maken hebben. Zo niet, moedig je dit soort gedrag aan.