Jan Verroken (30-01-1917 – 24-07-2020)

Voor alle duidelijkheid, dit artikel heeft niet de pretentie de politieke levenshandel en wandel van Jan Verroken te overlopen. We verwijzen daarvoor graag naar het degelijk werk van Willy Jonckheere “Jan Verroken, van Harmelcentrum tot Hertoginnedal”, uitgeverij Oranje-De Eenhoorn 1992 en meerdere recente artikelen o. a. in Knack (van de hand van Hendrik Vuye). In 2011 publiceerde ’t Pallieterke nog een vraaggesprek met hem (nr. 16) en drie jaar geleden kreeg hij ‘een briefje aan’ ter gelegenheid van zijn 100 ste verjaardag (Pallieterke, 9 feb 2017).

Vorige week vrijdag, 24 juli jongstleden., is Jan Verroken op de gezegende leeftijd van 103 jaar overleden. Met deze schets willen we graag een eresaluut brengen aan het Vlaamse engagement van de man en hoe hij dit concreet gestalte heeft gegeven via zijn parlementair mandaat. Jan Verroken, overtuigd flamingant, politiek erflater van de in 1945 terechtgestelde Leo Vindevogel, oorlogsburgemeester van Ronse. Het typeert Verroken ten voeten uit dat hij een van de eersten en een van de weinigen was die het publiekelijk en stoutmoedig opnam voor Vindevogel en dit door de publicatie van het stenografisch verslag van het proces in het weekblad “De Ronsenaar” waarvoor hij verslaggever was. Maar ook en vooral Jan Verroken, de politicus, die letterlijk en figuurlijk de belangrijkste communautaire krijtlijnen in dit land heeft getrokken gedurende de 31 jaren (van 1950 tot en met 1981) dat hij actief was in het parlementaire halfrond. En die communautaire krijtlijnen mag men zéér letterlijk nemen, even een beknopt overzicht:

– de vastlegging van de taalgrens in 1962: niet onterecht wordt Verroken wel eens de tekenaar van de taalgrens genoemd. Hij en de Waalse politicus Jean Van Crombrughe uit Luik trokken elk apart langsheen de taalgrens. Verroken zei dat hij daarvoor een toeristische kaart gebruikte. Toen men nadien beide kaarten met elkaar vergeleek, bleken die wonderwel gelijklopend. Dus dat Voeren vandaag een Vlaamse gemeente is, is mede te danken aan de taalgrenskaart die Verroken als het ware mee getekend heeft. – De kwestie Leuven-Vlaams: in de annalen van de parlementaire geschiedenis van dit land zal de interpellatie van Jan Verroken niet licht vergeten worden. Inderdaad een historische interpellatie in 1968 waarmee Verroken een stemming wilde uitlokken van de regering Vanden Boeynants inzake de politieke tijdbom, die het dossier rond de vernederlandsing van de Leuvense universiteit toen was. Een stemming die leidde tot het ontslag van die regering maar ook tot de totstandkoming van de Vlaamse universiteit te Leuven.

– Egmont: in de woelige periode 1977-1978 behoorde Jan Verroken tot het kamp van de verwoede tegenstanders van het Egmontpact. Vooral het beruchte inschrijvingsrecht voor Brusselaars was voor Verroken dé doorn in het oog. Hij vond het, méér dan terecht, al te gek dat men zich zowel kon vestigen in een Vlaamse gemeente en in één van de Brusselse 19 waar men dan zijn administratie regelde. Met dat gedreven verzet heeft Jan Verroken het onzalige Egmontpact mee helpen torpederen, iets wat de latere premier Wilfried Martens hem nooit vergeven heeft. Het is bijgevolg een open deur intrappen wanneer men zegt dat Verroken een meer dan verdienstelijke parlementaire loopbaan heeft gehad. Dé grote verdienste van Verroken als Vlaams politicus is vooral het feit dat hij gedurende die 31 jaren in het parlement, zowel als gewoon parlementslid maar ook als fractieleider van de toenmalige CVP én als ondervoorzitter van de Kamer, steeds vierkant uitkwam voor zijn mening en zijn standpunt. Een mening en een standpunt die steeds stevig onderbouwd en beargumenteerd waren en die Verroken altijd met verve (en meer dan dat) wist te verwoorden. Al die jaren was hij een opmerkelijk verdediger van het parlementaire spreekrecht. M.a. w. hij was dus allerminst een politicus die gedwee en slaafs de partijlijn volgde. Wel een volksvertegenwoordiger, die verdomd goed wist en voelde wat er leefde en omging bij de basis, Verroken kende zijn mensen in de regio Oudenaarde-Ronse.

Vrijdenker

In Knack omschrijft prof. Hendrik Vuye, die Verroken persoonlijk zeer goed gekend heeft, hem als volgt: “Hij was een vrijdenker, die zijn parlementaire spreekrecht ten volle benutte. Na hem zijn er nog rebellen in het parlement geraakt, die veel lawaai maakten, maar weinig bereikten. Verroken heeft wel veel bereikt. Voor mij is hij de laatste échte rebel geweest in het parlement.” Voorwaar een uitzonderlijke uitspraak over een uitzonderlijk man door iemand die met grondige kennis en gezag kan spreken over communautaire kwesties én hoe die vandaag al dan niet behandeld worden in het parlement! Onuitwisbaar bleven zijn flamingantisme en zijn Vlaams engagement dé rode draad doorheen heel zijn politieke loopbaan.

In een boeiend vraaggesprek n.a.v. zijn honderdste geboortedag met Doorbraak-medewerker Karl Drabbe verwoordde hij die inzet als volgt: “De Vlaamse strijd is altijd een sociale strijd geweest. Tegen het franskiljonisme, tegen de voogdij en de kolonisatie van Vlaanderen. We hebben honderd jaar moeten wachten op een eigen Vlaamse universiteit! De Franstaligen hebben Vlaanderen bestuurd als een kolonie. Maar vandaag is het geen sociale strijd meer. Het franskiljonisme heeft geen macht meer. Vroeger schreven de Franstaligen de geschiedenis van Vlaanderen met een averechtse pen. Nu schrijven de Vlamingen hun geschiedenis zelf.” Een boude uitspraak, nu komt het erop aan hoe die Vlaamse geschiedenis verder geschreven wordt door de Vlamingen, zowel in als buiten het parlementsgebouw. Hopelijk wordt in het voetspoor van die dwarse Verroken getreden. Zijn nagedachtenis kan op geen betere manier geëerd worden, denk ik.

Guido Moons