Hagia Sophia

Met zijn beslissing om van de voormalige kathedraal Hagia Sophia weer een moskee te maken, oogstte de Turkse leider Erdogan enkel afkeuring, althans toch buiten de islamitische wereld. Het zal hem worst wezen, want voor deze zeloot is dit de zoveelste stap in zijn (religieuze) missie. De grootste fout die men vandaag kan begaan, is deze beslissing te ontdoen van haar ware (historische) betekenis en dimensie.

“Turkije zat al in slechte papieren, maar met deze beslissing hebben ze hun doodvonnis als kandidaat-lidstaat van de EU getekend,” kon in de diplomatieke coulissen van Euro-Brussel opgevangen worden. Zonder meer een mooie oneliner, maar ook gekenmerkt door de diplomatieke behendigheid om de dingen fraaier voor te stellen dan ze zijn. In werkelijkheid is dat lidmaatschap al een hele poos morsdood. En sterker: niemand ligt er eigenlijk nog wakker van, zeker niet in Ankara. De lijn die Turkije volgt, zowel binnenlands als buitenlands, is heel anders dan de Westbindung waar velen zo op hoopten. Met dank aan despoot Erdogan, die sinds Atatürk het sterkste zijn stempel op het land wist te drukken.

Byzantium

De Hagia Sophia was ooit een kathedraal in wat toen nog Byzantium heette, hoofdstad van het Oost-Romeinse Rijk. Toen de Ottomanen de stad in handen kregen in 1453 werd het een moskee. Toen Atatürk de plek seculariseerde in 1935 werd het een museum, en nu sinds kort weer een islamitische gebedsplaats. De recente beslissing van de Turkse leider Erdogan is in meer dan één opzicht symbolisch, maar ook meer dan dat, we komen er direct op terug.

Eerst de symboliek. Een stevige mokerslag op de seculiere traditie van de Turkse Republiek is het. Nog maar een. Niet toevallig valt de heropening als moskee vrijwel samen met de verjaardag van de mislukte putsch tegen Erdogan, inmiddels vier jaar geleden. Het leger heeft zich altijd als de behoeder van het seculiere karakter van het land opgeworpen, en precies om die rol ten volle te vervullen greep het de voorbije decennia meer dan één keer in. Door hard op te treden tegen de poging tot staatsgreep in 2016 wou Erdogan een herhaling van zo’n scenario voor eens en voor altijd verhinderen. Hoe? Door gewoonweg het leger te onthoofden. Tientallen topgeneraals werden de laan uitgestuurd, sommigen hiervan zitten nog steeds in een cel te brommen. Het gevolg is dat van de legertop in 2016 vandaag vrijwel niemand meer overblijft. Vorig jaar nog berekenden onderzoekers van de NGO Nordic Reseach Monitoring Network dat van de 325 leidinggevende officieren van toen, vandaag slechts 42 nog in functie zijn.

Reconquista

De symboliek reikt echter beduidend verder. Voor een Islamist als Erdogan is 1453 een grote overwinning op het Christendom. Net zoals de Reconquista een nog niet verteerde nederlaag is. Uiteraard spelen directe binnenlandse motieven die deze beslissing verklaren. Een falende economie die wel een bliksemafleider kan gebruiken. Of een nationalistisch electoraat dat dringend aangesproken moet worden. Toch zou het verkeerd zijn de oefening niet wat extensiever uit te voeren. We hebben te maken met een nieuw hoofdstuk van een uitgekiemd beleid dat niet alleen tot doel heeft de Turkse samenleving steeds religieuzer te maken, maar ook het land een meer agressieve internationale rol te laten spelen, ook al wordt met dit laatste een nogal hobbelig parcours gereden.

Veel vrienden heeft Turkije niet (meer). En daar heeft de Hagia Sophia-beslissing geen goed aan gedaan. Eigenlijk was iedereen tegen: van de Paus tot de UNESCO, met inbegrip van Washington en Moskou. Zeker voor deze laatste is de symboolwaarde groot. Per slot van rekening is Istanboel (Constantinopel) voor hen het tweede Rome, net zoals Moskou wel eens als het derde Rome wordt omschreven. Het antwoord van Erdogan had alvast het voordeel van de duidelijkheid. “Leiden jullie Turkije of wij?”, reageerde hij arrogant.

Lang religieus geheugen

Als geen ander begreep Atatürk, grondlegger van de moderne Turkse Republiek, dat religies er een lang geheugen op nahouden. Vlak na de eerste wereldoorlog besloot een priester op eigen houtje een misviering te houden in de Hagia Sophia. De reacties waren zo hevig dat de man ontzet moest worden en het maar nipt overleefde. Een secularisering op zijn Frans was Atatürks antwoord op zo’n sluimerende rivaliteiten. En dat ging soms ver: zelfs de fez als hoofddeksel voor mannen werd verboden. Uiteraard was voor de hoofddoek geen plaats in dat Turkije. Net zoals hij er niet aan dacht alcohol te verbieden, wel integendeel, daarvoor was hij zelf iets te tuk op zijn raki. Erdogan omschreef Atatürk ooit als een “dronkaard”. Onder zijn bewind steeg de prijs van diens geliefde raki met 725 procent (ter vergelijking: voor fruitsap was dit 121%), het gevolg van een bewuste politiek voor wie er nog aan zou twijfelen.

Bedenkelijk palmares

Inmiddels heeft Erdogan 17 jaar de teugels in handen. En het moet gezegd, dat hij een fraai palmares kan voorleggen. Dat laatste klinkt misschien wat cynisch, maar zo is het ook bedoeld. In 2013 werd het aloude hoofddoekenverbod afgeschaft. Dat verbod was trouwens een van de redenen waarom de dochter van Erdogan destijds in de VS was gaan studeren: daar mocht ze dat ding wel dragen. Schoolprogramma’s werden gewijzigd en van religieuze duiding voorzien. Tijdens die 17 jaar werden zomaar even 13.000 moskeeën gebouwd, waardoor het totaal in de buurt van de 90.000 uitkomt.

Tegelijkertijd krijgen christenen het steeds moeilijker, de getuigenissen worden steeds talrijker. Zopas nog werd Hessana, een christelijk dorp in Zuid-Oost-Turkije afgebrand. En dan hebben we het nog niet over de gedragingen van het Turkse leger buiten de grenzen, waar tot in Irak de laatste christenen worden bestookt. En passant liet Erdogan zich nog ontvallen dat de gelijkheid van man en vrouw “tegen de natuur” is. Fijntjes legde hij ook de link tussen zijn beslissing en de Al-Aqsa Moskee in Jeruzalem, wat doet vermoeden dat hij ook daar wel eens stokebrand zou durven spelen.