Twee weken geleden ging deze column over de politieke radicalisering van multinationals, zoals die tot uiting kwam in de morele en financiële steun die zoveel grote bedrijven toezegden aan Black Lives Matter. Sindsdien zijn er redelijk wat nieuwe incidenten geweest die aantonen hoe snel het fenomeen van activistische bedrijven om zich heen grijpt, ook in Europa.

Het sterkste voorbeeld kwam nog steeds uit de VS. StopHateForProfit, een internetinitiatief dat eist dat Facebook ‘foute’ inhoud censureert, krijgt nu de steun van talrijke multinationals, waaronder Unilever, Coca-Cola, Honda, Levi’s, The North Face, Dockers en Mozilla. Verschillende van deze bedrijven hebben besloten om een maand geen advertenties op Facebook te plaatsen. Ze dreigen helemaal af te haken als hun eisen niet ingewilligd worden.

Sociale media beperken het debat

In theorie kant het initiatief zich tegen haatberichten en ‘fake news’. Het platform geeft op zijn webstek zelf wat voorbeelden van wat moet aangepakt worden: klimaatontkenning, kritiek op het zwarte activisme van de jongste maand, rechtse opiniesites als Breitbart en The Daily Caller, negatieve berichten over groepen gebaseerd op hun ‘migratiestatus, gender, genderidentiteit’ enzovoort. Nergens één woord over het misbruik van Facebook voor jihadistische praat, sympathiebetuigingen voor terrorisme of extreemlinkse oproepen tot geweld.

De bedrijven eisen dat Facebook de inhoudelijke controle van de berichten voortaan overlaat aan een ‘derde partij’, een onafhankelijk commissariaat van ideologische conformiteit. Zuckerberg, de baas van Facebook, heeft beloofd actie te zullen ondernemen. Hij gaat meer berichten laten verwijderen die negatief zijn voor ‘minderheidsgroepen’. Andere berichten die niet conform de huisregels zijn, zullen worden voorzien van een brandmerk van afkeuring.

Transfobie

Concurrent Twitter is al verder gevorderd in het censuurbeleid. Wat dat in de praktijk betekent, bleek vorige week nog een keer. Graham Linehan, de maker van series als The IT Crowd en Father Ted (vorig jaar nog door een jury van experten verkozen tot de tweede beste komische reeks aller tijden), werd van het platform gegooid nadat hij op een hoera-bericht over transgenders had geantwoord: “Mannen zijn nochtans geen vrouwen.” Voor de grote meerderheid van ons is dat een evidente waarheid, op Twitter is dat transfobie en een zwaar misdrijf.

JK Rowling, schrijfster van de Harry Potter-boeken, kreeg ook de politieke correct meute achter zich aan toen ze zich stoorde aan een artikel waarin gesproken werd over “menstruerende personen”. Waarom noem je die niet gewoon vrouwen, vroeg ze zich af op Twitter. Dat is natuurlijk een zware inbreuk op de nieuwe orthodoxie, want daardoor sluit je transgenders uit, die immers niet menstrueren.

Meest opvallend was de grove aanval op Rowling vanwege The Body Shop, het schijnbaar sympathiek winkeltje dat je in elke grote Vlaamse winkelstraat vindt, maar dat blijkbaar bestuurd wordt door fanatici. Het bedrijf viel Rowling zwaar aan op Twitter en stuurde haar een boek over de rechten van transgenders.

Veronica Inside

Emma Watson, die bekend werd dankzij de genoemde Rowling toen ze de rol van Hermelien kreeg in de Harry Potter-films, slaagde er deze week dan weer in om voordeel te halen uit de groeiende politisering van bedrijven. De actrice, die zegt enkel “ethische kleding” te dragen en zich profileert als verdediger van transgenderrechten en een jaar stopte met acteren om meer “woke” te kunnen worden, mag nu aan de slag als lid van de Raad van Bestuur van Kering, een Frans luxeconglomeraat dat onder meer Gucci bezit.

Ook dichter bij huis liet de zuiverheidsleer van bedrijven vorige week sporen na. Veronica Inside is bij onze noorderburen reeds 20 jaar een kijkcijferkanon. In het jolige praatprogramma over voetbal worden in de sfeer van ‘jongens onder elkaar’ veel gewaagde grappen gemaakt. Niet meer, sinds vorige week. Het programma is opgedoekt. De recente hypergevoeligheid voor vermeend racisme zorgde voor een rel over een grap van vaste gast Johan Derksen over een zwarte voetballer.

Hoofdadverteerders Toto en Bavaria zegden hun contract op. Ook occasionele adverteerders rond het programma, zoals Gamma en Albert Heijn, begonnen moeilijk te doen (“Er is geen plaats voor discriminatie bij Albert Heijn!”). Gillette haakte twee jaar geleden al af, toen in het programma een grap werd gemaakt over Bo Van Spilbeeck.

Tijd voor weerwerk

Bedrijven willen winst maken. Ze hadden de gewoonte om zich ver weg te houden van politiek gevoelige kwesties om geen klanten te verliezen. Nu ze toch aan politiek doen, zou je mogen verwachten dat ze zouden proberen aansluiting te vinden bij wat de meerderheid van hun klanten denkt. En dat is nu net het merkwaardige. Of het nu gaat over het extremisme van Black Lives Matter, transgenderideologie, de toelaatbaarheid van ‘foute’ grappen of politieke correcte censuur op de sociale media, die bedrijven vertolken minderheidsopinies, de ideologie van een woke, globalistische elite. Hoe kan het dat ze daar niet voor worden afgestraft?

Het ligt aan rechts. Zoals zo vaak ondergaat rechts de cultuuroorlogen. Het mort wat op sociale media en aan de toog, maar het mobiliseert niet, het vecht niet. Het ondergaat, het denkt dat het wel zal overwaaien. Dat is meteen ook de beste manier om cultuuroorlogen te verliezen: ze niet aangaan.

Nochtans is er geen reden tot defaitisme. De leiders van grote bedrijven en multinationals zijn inderdaad bijzonder vatbaar voor de opvattingen van de elitaire, globalistische bubbels waarin ze verkeren, gevoelig voor de intellectuele modes en de kuddegeest binnen die groep. Maar ze willen nog steeds centen verdienen en ze houden niet van controverse. Het viel mij op hoe geschrokken Dreamland was van de reacties op Facebook toen de keten in 2016 het Pietenpact tekende. Ook The Body Shop kreeg deze week onverwacht veel boze reacties op de aanval tegen Rowling.

Beide protesten waren ongeorganiseerd. Zo mogen er meer komen. En misschien wordt het ook tijd een en ander wél te organiseren, zoals linkse actiegroepen dat zo succesvol doen. De meerderheid van het gezond verstand moet de bedrijven duidelijk maken dat ze risico’s lopen als ze zich engageren voor onverdraagzame ideologieën en ingaan tegen een vrije samenleving.