Elke columnist kent ze, of hoort ze te kennen: de ingezonden brief waaruit steunbetuiging, complimenten dan wel afkeuring blijkt over de gepubliceerde meningen. In het digitale tijdperk is aan dat scala van reacties een component toegevoegd: die van de bedreiging. Was je al een columnist van niets als je geen ingezonden brieven wist te genereren, tegenwoordig geldt: een dag niet bedreigd, is een dag niet geleefd. Ware het niet dat die bedreigingen er juist op gericht zijn om dat leven uit je ogen te slaan, op elke mogelijke manier die je je maar kunt voorstellen.

Er zijn columnisten die wit wegtrekken bij een bedreiging, de zogenaamde snow flakes. Typisten die bij een zuchtje tegenwind al omvallen, daar valt bij een bedreiging geen eer aan te behalen. Je kunt scribent én bedreiger niet serieus nemen. Er zijn ook columnisten die menen dat ze ertoe doen als ze bedreigd worden. Dat zijn de jankmuilen die gespeeld verontwaardigd roepen dat ook zij vrijheid van meningsuiting hebben (inderdaad, die hebben ze, niemand die dat betwist) en die als ware huilmeisjes (m/v) melden dat ze zich niet meer vrij voelen om hun gedachten vrij aan het papier toe te vertrouwen. Aandachttrekkers, niet serieus te nemen, ware het niet dat zij door deugmedia maar wat serieus worden genomen. Een van hen wordt bedreigd, ‘oh my God’ wat érg!

Schrijven, ondanks bedreigingen

Tot slot heb je de buitencategorie, columnisten die niet beter weten dan dat ze om de haverklap bedreigd worden. Als het niet door radicale moslims is, is het wel door de voor zichzelf applaudisserende media die wél de juiste mening vertegenwoordigen. Media die hooghartig melden dat je alles wel kunt zeggen, maar het hoeft niet hé? Implicerend dat als je bedreigd wordt, je dat aan jezelf te danken hebt. De slachtoffers vallen altijd binnen hun eigen club, aan de rest hoef je geen aandacht te schenken. Gelukkig hebben deze columnisten geen aandacht nodig, want slachtofferschap leidt af van waar het om draait: stukken schrijven. Je werk doen. Ondanks bedreigingen.

Sinds ik publiceer, inmiddels zeventien jaar lang, word ik bedreigd. Verbaal, fysiek, online en offline. Het laat me koud. Iedere gek achter een laptop kan me doodwensen, dat kan je toch niet serieus nemen?! Offline is het een ander verhaal. De jaren dat ik in Amsterdam woonde, waren grimmig. Ik ben in elkaar geslagen, achtervolgd, bedreigd, nageroepen. Het hele scala is voorbijgekomen én ik heb het overleefd. Je kunt je niet laten beperken door bedreigingen. Ik althans niet. En hoewel ik het serieus neem, weet ik niet zo goed hoe dat moet, het ‘serieus nemen’. Of ‘voorzichtig doen’. Mensen die dat zeggen, bedoelen maar één ding: let op de woorden die je publiceert. Let op je publieke uitingen. Zorg ervoor dat je anderen, radicale moslims vooral, niet op ideeën brengt. Alsof die gasten mijn ideeën nodig hebben om geweld te plegen!

Weer eens aangifte doen

Aangiftes helpen niet. Ze kosten tijd, leiden tot frustratie en de daders zijn de lachende derde. Wat helpt is om de bedreigingen mentaal niet binnen te laten komen: het zijn anonieme woorden van anonieme mensen die vanachter hun anonieme laptops stoer genoeg zijn je dood te wensen. Het maakt geen indruk. Hell, zelfs het feit dat anonieme lafbekken mij lieten oppakken in Turkije maakte geen indruk. Ik werd geraakt door de steunbetuigingen, ik had medelijden met het verdriet van mijn ouders en ik waardeerde de staatshulp om terug naar Nederland te keren, maar bang om verder te leven, verder te schrijven? Nee.

En dus mag ik deze week weer eens aangifte doen. Deze keer is het menens (niet!). Een IS-hoer, zo’n grietje uit Nederland dat met een IS-lafaard naar Syrië is vertrokken om nog lang en gelukkig in het kalifaat te leven, vond het nodig me te bedreigen op Twitter. Ze was haar kalasjnikov aan het oppoetsen en zou me weten te vinden, een dergelijke tekst was het. Ik had goede hoop dat ze getroffen zou worden door een granaatscherf of anderszins in Syrië aan haar einde zou komen, maar helaas is ze inmiddels terug in Nederland. Het is hier toch net iets gezelliger dan in het kalifaat. Aanvankelijk zat de radicale moslima in de gevangenis, maar ons liberale rechtssysteem vond het wel zo fair dat ze na de bevalling van haar IS-jong naar huis mocht. Wij zijn zo menselijk: de een bedreigt en baart, de ander schrijft en leeft stoïcijns verder. En vraagt zich af of ons rechtssysteem ook degenen bijstaat die zonder kalasjnikov strijden voor het behoud van onze vrijheid. Al wat rest, is de column.