Turkse kiezelsteen en meer

Ontworpen en uitgebouwd voor een tweeledige wereld, ervaart de NAVO een steeds grotere druk in een complexe, multipolaire, maar vooral asymmetrische realiteit. De moeilijkheden met Turkije springen het meest in het oog, alleen is het plaatje breder en zijn de uitdagingen van een meer structurele aard.

Het is doorgaans geen goed teken voor een organisatie, zeker wanneer deze rond militaire samenwerking draait, wanneer het ene lid het andere in het vizier neemt. Toch is net dat wat vorige maand gebeurde toen een Turks schip zijn radar vergrendelde op een Franse collega. De Turken escorteerden een konvooi richting Tripoli waarvan vermoed werd dat het illegaal wapens aan boord had. De Fransen, die onder NAVO-vlag opereerden, wensten tot een controle over te gaan, maar dat werd dus verhinderd. Een verdere escalatie kon vermeden worden, maar Parijs was ‘not amused’. In die mate dat ze inmiddels besloten hebben zich uit deze NAVO-missie terug te trekken.

Het incident was aanleiding voor de Franse president Macron om in niet mis te verstane bewoordingen te wijzen op de “historische en criminele rol van Turkije in Libië”. De tijd dat François I in de zestiende eeuw de belangrijke Franco-Ottomaanse alliantie sloot (“de heiligschennende vereniging van de lelie en de halve maan”), een bondgenootschap dat min of meer tot de Napoleontische oorlog in Egypte zou standhouden, behoort duidelijk tot het verleden.

Systematische incidenten

Zonder afbreuk te doen aan de ernst van het voorval, wijst men in diplomatieke kringen vooral op de systematische schendingen van het embargo door Turkije als hét grote probleem. Dit bovenop de vrij frequente aanvaringen van de voorbije jaren. Die gaan van de manier waarop Turkije zich in het noorden van Syrië opstelt tot de aankoop van Russische S-400 raketten, gesanctioneerd door een verwijdering uit het F-35 project waarvan zij partnerland waren. Maar, en ook dat is een belangrijke vaststelling, Turkije is niet zomaar een tweederangslid van de club. Het heeft het tweede grootste leger en bekleedt een erg belangrijke strategische positie.

Lord Ismay

Er werd een hele weg afgelegd sinds de NAVO in de nadagen van de Tweede Wereldoorlog het licht zag met als doel om, naar het woord van Lord Ismay, de eerste Secretaris-Generaal, “to keep the Soviet Union out, the Americans in, and the Germans down.” De ontstaanscontext was de rivaliteit tussen Oost en West van die jaren, waardoor de tweeledigheid, eigen aan de Koude Oorlog, een vaste onderdeel van het NAVO-DNA was. De implosie van de Sovjetunie en het wegdeemsteren van deze context plaatste de Verdragsorganisatie voor de aartsmoeilijke taak zichzelf weer uit te vinden. Grootste plannen kwamen op de tekentafel te liggen. De weg van een klassieke veiligheidsalliantie richting een collectieve veiligheidsorganisatie werd ingeslagen, ook al was het vooral wachten op praktische missies om te begrijpen welke lading deze vlag precies dekt. Uiteindelijk zagen NAVO-operaties het licht op plaatsen die eerder no go-zones waren, van de Balkan tot Noord-Afrika.

“Geopolitieke scharnierstaat”

Het onvermijdelijke gevolg van deze ruimere invulling van de missie, was dat de NAVO als organisatie in conflict trad met wat lidstaten als legitieme nationale belangen beschouwen, Turkije op kop. Dat is zich onder Erdogan steeds meer als een machtsfactor in een ruim gebied van noordelijk Afrika tot in het Midden-Oosten gaan profileren. Het is een interessante oefening de breuklijnen die de NAVO doorkruisen in beeld te brengen. Die gaan over meningsverschillen over het internationaal gebeuren als dusdanig (atlantisten versus eurocentristen), over ideologische verschillen (de VS versus pakweg Frankrijk of Duitsland, maar ook Canada), maar ook over breuklijnen tussen landen onderling, waarvan de recente Frans-Turkse spanningen een scherpe illustratie zijn. Dat deze de werking van de NAVO als organisatie belemmeren, laat zich al raden.

Net door Turkse dwarsliggerij liep de goedkeuring van nieuwe verdedigingsplannen voor Polen en de Baltische staten ernstige vertraging op (het ding raakte inmiddels wel goedgekeurd). Een dergelijke opstelling versterkt de vraag of Turkije de politieke cohesie niet fundamenteel bedreigt. Het antwoord van de Turkse ambassadeur bij de NAVO is ter zake overduidelijk. “Zonder Turkije is er geen NAVO meer,” stelt hij. “Door onze ligging zijn wij cruciaal voor de omgang met Irak, Syrië, de Caucasus, Egypte, noem maar op.” Een simpele blik op de kaart volstaat om het strategisch belang van de Turkse ligging te vatten. Brezinski, een van die grijze eminenties van de internationale betrekkingen, noemde Turkije ooit veelzeggend een “geopolitieke scharnierstaat”.

Franse ergernis

Opvallend alvast is dat Frankrijk in zijn protest tegen Turkije op slechts een bescheiden steun kan rekenen. Bij het hekelen van het optreden van de Turkse marine kreeg het slechts de steun van acht van de dertig leden. “De Franse autoriteiten staan bijzonder geïsoleerd,” merkt een oud-diplomaat op in een nota die hij voor het Institut Montaigne schreef. “Dé grote moeilijkheid is de partners te overtuigen.”

Zo een “partner” is Duitsland, dat maar weinig opgezet is met de scherpe reacties van Parijs. Met een aanwezigheid van drie miljoen Turken op zijn grondgebied is het de eerste economische partner van Turkije, wat weegt. Ook voor Washington primeert de Turkse strategische meerwaarde, ondanks alles. En verschillende Oost-Europese leden, op zich niet zo tuk op Ankara, willen vooral de VS, die ze als de hoeksteen van hun veiligheid beschouwen, niet tegen de haren strijken en houden zich dus gedeisd.