Trotski is tijdens de Russische burgeroorlog de organisator van de overwinning die de staatsgreep van de bolsjewieken redt.

De dag na de staatsgreep (meer een stadsgreep in Petrograd – Sint Petersburg) van 7 november 1917 komt een congres van sovjets (raden) bij elkaar die in de maanden na de maartrevolutie in veel steden gevormd zijn. In dat congres protesteren meer democratisch gezinde linksen tegen het geweld van de bolsjewieken. Trotski maakt hen duidelijk wat hij over democratie denkt: “Jullie zijn pathetische individuen, jullie zijn failliet, jullie rol is voorbij. Ga naar waar jullie thuishoren: de vuilbak van de geschiedenis.”

Minister van Buitenlandse Zaken

Op voorstel van Trotski noemen de putschisten hun regering een “raad van volkscommissarissen” met Lenin als voorzitter (eerste minister). De nieuwe regering roept onmiddellijk de bolsjewieken in andere steden op met geweld de macht te grijpen. Trotski krijgt Buitenlandse Zaken, ondanks zijn protest dat een Jood minder geschikt is als uithangbord. Hij opent met een paukenslag en publiceert de geheime verdragen van keizerlijk Rusland met Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk over de te verdelen buit na een nederlaag van Duitsland en zijn bondgenoten. De strijd tegen het “Duitse imperialisme” wordt voor veel mensen in West-Europa plots minder geloofwaardig. De bolsjewieken zijn verdeeld over de voortzetting van de oorlog. Velen wensen een verdere “revolutionaire” oorlog om Duitse en Oostenrijkse bolsjewieken te helpen bij hun eigen staatsgrepen.

Trotski bezoekt echter het front en merkt dat er nauwelijks nog soldaten bereid zijn te vechten. De militie van de bolsjewieken (de Rode Garde) is geen partij voor de Duitse soldaten en dus gaan Lenin en Trotski akkoord om tijdens een wapenstilstand met de Duitsers te praten. Maandenlang houdt Trotski met zijn perfecte Duits de Duitsers aan de praat in de hoop dat het ook in Berlijn gaat gisten. Maar de Duitsers willen hun legers naar het Westen brengen en tenslotte zeggen ze de wapenstilstand op en rukken op. Lenin en Trotski begrijpen dat dit de ondergang van hun regime kan betekenen en verplaatsen de hoofdstad van Petrograd naar Moskou. Met de dood in het hart aanvaarden ze harde Duitse vredesvoorwaarden zoals het verlies van de Baltische staten en Oekraïne. Trotski neemt ontslag om zelf het vredesverdrag niet te moeten ondertekenen.

De geniale maar bloedige organisator

De partij heeft al een andere taak voor hem: volkscommissaris voor Defensie (minister van Oorlog). Weer aarzelt Trotski wegens zijn Joodse afkomst, maar dan stort hij zich op zijn taak het Rode Leger van nul af op te bouwen. Minder dan twee maand na zijn aanstelling beginnen in heel het reusachtig land opstanden tegen de nieuwe heersers. Trotski is de geniale organisator die de staatsgreep redt. Op 6 maanden tijd voert hij overal waar de bolsjewieken meester zijn de dienstplicht in. Hij smeedt de vele partijmilities tot één geheel en stelt keizerlijke officieren aan tot woede van veel partijgenoten.

Na een mislukte aanslag op Lenin steunt hij enthousiast zijn vriend Dzerzjinski, het eerste hoofd van de gevreesde geheime dienst. Die biedt Lenin excuses aan omdat hij maar 8.000 “klassenvijanden” vermoord heeft… wegens gebrek aan munitie en manschappen. Processen en rechtsregels vindt Trotski overbodig voor adel en burgerij. Op zeker ogenblik rukken er zestien legers uit alle windrichtingen op tegen het bewind. Met vier treinen bezoekt Trotski de fronten, spreekt de soldaten toe, bedwingt muiterijen en is geen seconde bang voor zijn eigen hachje. Gevangenen nemen vindt hij niet nodig: de kogel volstaat. Overal laat hij partijmilities plaatsnemen achter het front om deserteurs neer te schieten. Hij veroorzaakt afschuw in de partij wanneer hij persoonlijk getrouwe bolsjewieken laat fusilleren omdat ze het op een lopen zetten. Hij gijzelt de families van vroegere keizerlijke officieren bij het Rode Leger. Niemand twijfelt eraan dat hij die mensen laat vermoorden als hun mannen en vaders deserteren.

Het dieptepunt komt in oktober 1919, als de bolsjewieken nog maar de helft van vooroorlogs Europees Rusland en Oekraïne controleren. Inmiddels bezit Trotski wel een leger van 3 miljoen mannen dat vanuit een centrale positie met alle spoorlijnen een tegenoffensief begint. Trotski heeft nog twee voordelen. De tegenstanders hebben geen éénhoofdig bevel en iedere generaal of admiraal heeft zijn eigen leger. Ondanks zware opeisingen en soms gruwelijke represailles, kiezen de boeren tegen heug en meug voor de bolsjewieken, want de tegenstanders willen soms de restauratie van de oude adel of aanvaarden tegen hun zin dat de spontane opdeling van het grootgrondbezit na de revolutie niet teruggedraaid mag worden.

Het tegenoffensief is zo’n succes op alle fronten dat Lenin en Trotski overmoedig worden en het nieuw opgerichte Polen aanvallen. Via Warschau moet het naar Berlijn en “de dictatuur van het proletariaat”, want de echte wereldrevolutie begint voor hen in Duitsland. Trotski is wel de eerste die inziet dat zijn legers uitgeput zijn, zodat die revolutie nog een tijdje uitgesteld wordt. De Polen leren de bolsjewieken aan den lijve kennen en gaan daarom in 1939 liever ten onder tegen Duitsland dan het Rode Leger als bondgenoot in hun land toe te laten.

Weinig persoonlijke ambitie

De burgeroorlog kost het leven aan minstens 2 miljoen gesneuvelden en geëxecuteerden, gelijk verdeeld over de twee kampen. Ongeveer 1,5 miljoen mensen vluchten naar West-Europa. Trotski komt uit de oorlog met een enorm prestige, vooral in het buitenland. In eigen land heeft hij zich met zijn efficiëntie, zijn wreedheid, zijn solistisch optreden en zijn afkeer voor vergaderen, niet altijd even geliefd gemaakt in een partij waarvan hij nog maar een paar jaar lid is. Wel wordt hij lid van het nieuwe partijbestuur dat maar uit vijf leden bestaat: het politbureau.

Toch ziet iedereen in hem de plaatsvervanger en eventuele opvolger van Lenin en dan toont hij zijn andere gezicht. Het moet niet voor hem, want in tegenstelling tot de meeste politici wil hij met alle middelen het partijprogramma uitvoeren, maar is hij zelf niet echt brandend ambitieus op persoonlijk vlak. Voor Trotski is de inhoud écht belangrijker dan de postjes. Dus vindt hij het niet nodig aanhangers te rekruteren, mensen te vleien, kennissen op sleutelposities te zetten. Dat is het verschil met zijn collega Stalin in het politbureau. Die plaatst als hoofd van de partijadministratie overal zijn mannetjes.