Op 15 juni herdenkt het Aramese volk elk jaar de Sayfo van 1915. De Sayfo is de genocide op de christelijke Sūryoye of het Aramese volk in wat nu Zuidoost-Turkije is. Deze Aramese genocide viel samen met de genocide op de autochtone Armeniërs en de verdrijvingen van de autochtone Pontus-Grieken uit hun eeuwenoude historische territoria. In wezen ging het om de ontchristelijking (Arameeërs, Armeniërs, Grieken) van de opkomende natiestaat Turkije door moslims (Koerden en Turken).

Religieuze autoriteiten definieerden het als een jihad en de daders werkten deels volgens de religieuze recepten van jihad-oorlogsvoering. Naar aanleiding van de herdenking hadden we een interview met de Nederlandstalige Johny Messo, voorzitter van de “Wereldraad der Arameeërs” (World Council of Arameans (Syriacs), WCA), die een speciale consultatieve status geniet bij de Verenigde Naties (VN).

De Aramese gemeenschap is zeer actief om de Sayfo te blijven aanklagen. Wat zijn volgens u de moeilijkheden om de Sayfo erkend te zien?

Eerlijk gezegd zijn we niet zo actief als de Armeniërs op dit vlak. In tegenstelling tot de Arameeërs hebben de Armeniërs een eigen staat en zij investeren al langer in dit vraagstuk. Arameeërs hebben deze kwestie pas in de afgelopen decennia opgepakt in de diasporalanden, dus tamelijk recent. Daarenboven staan wij voor zware uitdagingen, namelijk overleven in de thuislanden van het Midden-Oosten en onze identiteit behouden in de diasporalanden.

Het is gewoon een lange weg die begaan moet worden. Ik ben hoopvol dat als Turken en Koerden meer te weten komen over de rijkdommen van ons volk, onze geschiedenis en onze identiteit, dat beiden ons steeds meer gaan waarderen en uiteindelijk zelfs tot inkeer komen. Zij zullen dan beseffen dat we ook vandaag nog op het hoogste niveau kunnen bijdragen aan de samenlevingen waarin we leven. We kunnen ook van waarde zijn voor Turkije door bijvoorbeeld een rol te spelen in het vredesproces tussen Koerden en Turken, zodat we gezamenlijk vrede, democratie en voorspoed kunnen opbouwen in Zuidoost-Turkije.

In academische literatuur wordt soms gesuggereerd dat Duitse topambtenaren en diplomaten in het Ottomaanse Rijk de Turken organisatorisch hielpen in hun genocides op christenen. Vandaag zien we hoe Amerika en enkele Europese landen wegens geostrategische redenen internationale jihadi’s achter de schermen sponsorden die gedurende de oorlog in Syrië christelijke dorpen uitmoordden. L’histoire se répète?

Duitsland en het Ottomaanse rijk waren bondgenoten tijdens de Eerste Wereldoorlog en men dacht dat de christenen het land uit de Duits-Turkse invloedsfeer zouden trekken in het voordeel van Rusland (de traditionele beschermheer van de Armeniërs, red.), maar ook ten gunste van vijanden Frankrijk en Engeland. De Duitsers hadden de Ottomanen kunnen tegenhouden, maar ze hebben ervoor gekozen om een sleutelfiguur te spelen in het ontwikkelen van de jihadistische ideologie, de fatwa tegen de christenen binnen het rijk, de militaire- en strategische opleiding, de wapenleveranties, de infrastructuur, etc. Ze waren zelfs betrokken bij de implementatie, want er vochten her en der Duitse officieren mee tegen de weerloze Arameeërs!

Al een eeuw is er steun vanuit het westen, met landen als Engeland, Frankrijk en Amerika voorop, aan merkwaardige groeperingen die niets van doen hebben met begrippen als democratie, vrijheid, gelijkwaardigheid, diversiteit en meer. Of het nu jihadistische groeperingen zijn of communistische organisaties als de PKK in Zuidoost-Turkije of hun zusterorganisaties, de PYD/YPG in Noordoost-Syrië. Deze Koerdische organisaties onderdrukken of verjagen de christenen en proberen om hun huizen, bezittingen en landerijen over te nemen en te koerdificeren. En dit reeds lang voor de oorlog in Syrië.

Binnen de Vlaamse Beweging voelen sommigen wel eens sympathie voor ander volksnationalisme, zoals bijvoorbeeld dat van het Koerdische volk dat gevangen zit in de Turkse staat. Kijken sommige mensen te naïef naar die Koerdische ontvoogdingsstrijd?

Ik wil deze mensen niet teleurstellen, maar de Koerden zijn echt niet altijd onschuldige slachtoffers. Ik weet niet of men te naïef is of gewoonweg onwetend. De berichtgeving door de westerse media is zeer eenzijdig en heeft absoluut geen belangstelling voor het verhaal van de christenen. Het is tragisch. Als Aramese christenen dezelfde steun hadden gekregen als Koerden, dan werd bijvoorbeeld Noord-Syrië nu geregeerd door de autochtone Aramese christenen. Wij zijn in tegenstelling tot de Koerden niet recent deze gebieden binnengedrongen. Wij kunnen wetenschappelijk aantonen dat zowel wij als onze taal al meer dan 3.000 jaar een inherent deel uitmaken van Zuidoost-Turkije, Syrië, Irak en Libanon.

Uw volk spreekt Turoyo, de oorspronkelijke streektaal van Zuidoost-Turkije die afkomstig is van het 3.000 jaar oude Aramees (‘de taal van Jezus’) waarvan een verwant doch literair dialect ook nog steeds in de liturgie van vele oriëntaalse kerken wordt gebruikt. Wat kan volgens u de Aramese cultuur en geschiedenis betekenen voor de toekomst van zowel christenen als moslims?

Het Aramees was ooit een wereldtaal totdat het vervangen werd door het Arabisch na de islamitische veroveringen. Van ruwweg 700 voor Christus tot en met 700 na Christus was het de meest gesproken taal in het Midden-Oosten. Het Aramese dialect van Galilea was inderdaad de spreektaal van Jezus Christus. Het Aramees is de tweede taal van de Bijbel en tevens de taal waarin het christendom werd verspreid op het platteland van het Midden-Oosten vooraleer het zich in Europa verspreidde. Het Arabische alfabet is van het Aramese schrift afgeleid en onder andere veel Bijbelse namen en religieuze termen in de Koran zijn afgeleid van het Aramees (het zogezegde “Aramese substraat” van de Koran). Onze taal en tradities hebben dus een enorme historische waarde voor andere christenen en voor moslims, want in de afgelopen anderhalve millennia, maar ook in de twintigste eeuw, hebben de Arameeërs en hun taal een enorme invloed gehad op de Arabieren en de islam – evengoed op de joden en hun heilige boeken en gebeden.

Over taal gesproken: binnen de Vlaamse Beweging leeft sterk de strijd voor het behoud van de eigen taal. Hoe ziet u dat evolueren met het Aramees in de diaspora?

Vlamingen kunnen terugvallen op een overheid die bovendien internationaal deuren voor hen kan openen. Zolang de Arameeërs als een stateloos volk op zichzelf zijn aangewezen en geen structurele steun krijgen van bijvoorbeeld UNESCO, of een regering of een genereuze filantroop, vrees ik dat deze drieduizend jaar oude taal binnen een tot twee generaties zal uitsterven. Hopelijk bevinden zich onder uw lezers mensen die zich bekommeren om het wel en wee van ons volk en ons direct dan wel indirect kunnen helpen om onze taal levend te houden, verder te ontwikkelen en door te geven aan komende generaties.

De diaspora bracht een kleine populatie Arameeërs naar de lage landen. In Nederland vooral in Overijssel (Twente) en in Amsterdam en omstreken, bij ons in Vlaanderen te Mechelen en Brussel. Hun zichtbaarheid is niet erg groot. Hoe ziet u hun integratie en rol in onze samenleving?

Voor de mensen hier is er geen weg meer terug naar de huidige islamwereld. Daarom is ons nieuwe huis hier en ligt onze toekomst in Vlaanderen, België, Nederland etc. We doen ons best om ons zo succesvol mogelijk aan te passen en te integreren. Dit is een typisch Aramese karaktereigenschap die al enkele duizenden jaren oud is. Deze integratie gaat evenwel vaak ten koste van onze eigen identiteit, want integratie loopt op een gegeven moment over in assimilatie, en dat laatste is juist een van de grote gevaren voor het voortbestaan van het Aramese volk, zijn taal en identiteit. Dat zou ook voor Europeanen nadelig zijn, want Arameeërs hebben veel kennis over het Midden-Oosten en hun buren aldaar. Hun ervaringen en kennis kunnen ze delen met hun medeburgers hier in het Westen.

De wereldraad der Arameeërs is zeer actief op het niveau van internationale organisaties, maar ook op cultureel vlak. Zo is de documentaire “Sayfo: De vergeten genocide” een gezamenlijk project van het WCA en de Evangelische Omroep (EO) die werd getoond op de Nederlandse Publieke Omroep (NPO). Wat zijn vandaag jullie belangrijkste projecten en doelen?

Onze belangrijkste doelen blijven enerzijds het steun verlenen aan de Arameeërs in de thuislanden, zodat we daar tenminste een tegenwoordigheid behouden, alsook de cruciale verbinding met het vaderland. Anderzijds zijn het behoud van onze culturele groepsidentiteit (van taal tot en met geloof en tradities) en de onderlinge verbondenheid wereldwijd van wezenlijk belang. Voor ons zijn het vaderland en de diaspora onlosmakelijk met elkaar verbonden. Beide dienen elkaar voortdurend te versterken, want wij geloven dat het ene niet lang kan voortbestaan zonder het andere.

In de praktijk organiseren we vooreerst humanitaire hulp voor de Arameeërs in het vaderland, vandaag vooral voor Syrië en Libanon. Sinds september 2013 hebben we de Duitse overheid kunnen overtuigen om Aramese christenen in drie provincies in Syrië te steunen, en sinds begin 2015 ook in Noord-Irak. Deze humanitaire hulpprogramma’s hebben tot op vandaag een totale waarde bereikt van ongeveer twaalf miljoen euro. In november 2019 zijn we als partner van USAID een groot project aangegaan om een groot cultureel gemeenschapscentrum opnieuw op te bouwen in Bartella in de Nineveh-vlakte (Noord-Irak). Dit nadat het centrum door ISIS tussen augustus 2014 en oktober 2016 in gebruik was genomen als een trainingskamp voor jihadisten en behoorlijk werd beschadigd. We hebben er ook sterk voor gelobbyd om een Arameeër in het grondwettelijke comité voor Syrië te krijgen, en ook dat is ons gelukt. Het is een jonge dame en dankzij haar hebben we minstens een stem binnen dit comité, dat eind deze maand weer bijeenkomt onder leiding van de VN in Genève.

Remi Hauman


Wie zijn de Arameeërs?

De Arameeërs zijn een Semitisch volk uit het Midden-Oosten die het christelijk geloof aanhangen. Dit volk bestaat uit diverse eeuwenoude geloofsgemeenschappen, zoals de Syrisch-orthodoxen, Assyriërs (‘nestorianen’) en Melkitisch-orthodoxen, maar er zijn ook Maronieten, Chaldeeërs, Syrisch-katholieken en Melkitisch-katholieken, die alle vier katholiek zijn en onder het gezag van de paus staan.

Het onderscheid tussen Arameeër en Assyriër wekt soms verwarring en is het onderwerp van Messo’s boek “Arameans and the making of Assyrians: The Last Aramaic-speaking Christians of the Middle East” (ook beschikbaar in het Nederlands).

Johny Messo: “In de oudheid waren Assyriërs en Arameeërs twee verschillende doch gerelateerde Semitische volken. Sinds het einde van de negentiende eeuw is er onder invloed van westerse zendelingen, cartografen, archeologen en politici langzaamaan de idee ontstaan dat sommige Aramees sprekenden de nazaten zijn van de voorchristelijke en Bijbelse Assyriërs. Hoewel de eeuwenoude kerkvaders zichzelf fier als Arameeërs en hun taal als Aramees identificeerden, is het betreurenswaardig dat de meeste nestorianen en een klein deel binnen de Chaldeeuwse Kerk en de Syrische-orthodoxe Kerk zichzelf én hun taal zonder historische basis ‘Assyrisch’ noemen, en daarmee de zorgwekkende verdeeldheid binnen hun eigen bedreigde volk voortzetten.”