Interview met Filip Dewinter (VB)

In Antwerpen woedt de drugsoorlog volop. Deurne en Borgerhout worden opgeschrikt door geweervuur en granaataanslagen. Voor Vlaams Belang-sterkhouder Filip Dewinter voldoende redenen om het leger in te zetten. “De maffia is vervlochten geraakt met de burgerlijke samenleving. Alleen met gelijke wapens terugslaan helpt.”

Een introductie behoeft Filip Dewinter, die morgen 58 jaar wordt, niet. Na een loopbaan van 35 jaar in de Belgische, Vlaamse en Antwerpse politiek kijkt hij terug op het weifelen van de N-VA, op de veranderende Vlaamse samenleving en op de wissel van de macht in ‘zijn’ Vlaams Belang. “De huidige generatie kijkt anders naar migratie dan mijn generatie. Zelfs mijn dochters zijn niet op dezelfde manier tegen hoofddoeken als ik.”

De aanleiding voor dit gesprek is echter de Antwerpse drugsproblematiek. Aan de vooravond van dit interview lanceert N-VA-burgemeester Bart De Wever “Operatie Nachtwacht”, waarbij de politie met de grove middelen de drugscriminaliteit in Borgerhout en Deurne wil tegengaan. “De Wever heeft dat slim gespeeld: net voor wij een persconferentie geven waar we uit de doeken doen hoe wij het leger willen inzetten, haalt hij zijn ‘Bearcats’, zijn gepantserde politievoertuigen, van stal. Maar dat gebeurt wel meer: het Vlaams Belang ageert, De Wever reageert,” zegt Dewinter daarover.

Vlaams parlementslid en Antwerps gemeenteraadslid Dewinter is voorstander van de harde lijn. Geen dubbelzinnigheid. “Ik ken zelf redelijk wat mensen die cocaïne gebruiken, mensen die me zelf op de gevaren van de drug hebben gewezen. Eens je het probeert, geraak je er niet meer vanaf. Zelfs mensen die erdoor op de rand van de dood hebben gestaan, gebruiken enkele maanden later opnieuw. Dat zijn geen domme mensen, of ‘losers’. Cocaïne vergiftigt de Antwerpse samenleving.”

“De huidige initiatieven van De Wever gaan de goede richting uit, maar zijn eerder symbolisch. Als je alleen focust op Borgerhout en Deurne, dan zal het geweld zich naar andere stadsdistricten verplaatsen.”

Wat moet er concreet gebeuren?

Sinds de zomer van 2016 hebben we in Antwerpen maar liefst 94 aanslagen van de drugsmaffia gehad. De aanslagen worden almaar driester. Het is een kwestie van tijd voor er doden vallen. Bart De Wever verklaarde bij de voorstelling van het zogenaamde “Stroomplan” in 2018 – dat het Antwerpse drugsprobleem moest oplossen – plechtig dat “we nog lichtjaren verwijderd zijn van drugsgeweld zoals in het buitenland.” We zitten er verdorie middenin! De maffia heeft toegang tot mensen uit de politiek, de gerechtelijke wereld, tot journalisten en de politie. In die werelden wordt vaak cocaïne gebruikt. Het is voor de maffia van het allergrootste belang om cruciale informatie los te peuteren bij die mensen. Informatie die hen helpt om hun handel zonder veel problemen te kunnen blijven uitvoeren. Gebruikers zijn makkelijk te chanteren.

Wat we nu zien, is ook maar het topje van de ijsberg. Onder de waterlijn vinden we de netwerken van dealers en illegale winkels die louter bestaan om geld wit te wassen en gestolen goederen te helen. Ik denk hierbij aan de pizzawinkels waar nooit pizza wordt verkocht en kappers waar zelden iemand zit. De hele Turnhoutsebaan in Borgerhout is veranderd in zo’n schijneconomie.

Er profiteren teveel mensen van de drugseconomie, rechtstreeks en onrechtstreeks. Dat zijn niet allemaal grote criminelen, maar ook ritselaars, gastjes die snel een zakcentje willen verdienen. Iedereen draait mee en wordt schatplichtig aan de maffia. Je kan met drugs makkelijk en snel een royaal inkomen verdienen. De patser die zich heeft opgewerkt en rondrijdt met het laatste model Mercedes, Rolex aan de pols en sneakers van meer dan 500 euro, is het rolmodel voor de jeugd. Die jonge gastjes – vaak van allochtone origine – willen ook zo worden. Waarom nog moeite doen om te studeren of een stiel te leren waarmee je 1500 euro netto per maand verdient? Dat bedrag verdien je met dealen op één dag.

Ik zeg: je moet laten zien dat je als overheid de grens trekt én je moet met gelijke wapens strijden. Hiertegen helpt alleen het inzetten van het leger. Dat heeft Bart De Wever nu ook door met zijn “Operatie Nachtwacht”. Door het leger in te zetten creëer je een schokeffect. Alleen zo maak je duidelijk dat er grenzen zijn. Is dat een escalatie? Jazeker. Maar wij hebben die escalatie niet gecreëerd. We antwoorden er alleen op met gelijke wapens.

In Mexico heeft men de oorlog verklaard aan drugsbendes, met inzet van het leger. Er zijn sinds 2006 zo’n 180.000 doden gevallen, waaronder vele onschuldige burgers. Als geweld escaleert, dan zal de drugsmaffia zich niet alleen tot de overheid richten, maar zullen er ook onschuldige slachtoffers vallen. Vreest u dat niet?

Jawel, maar we hebben het al zover laten komen dat we niet anders kunnen. Zowel wat immigratie als wat de aanpak van dit probleem betreft, is het Vlaams Belang altijd visionair geweest. Uiteindelijk volgen de andere politieke partijen altijd wat wij zeggen. Kijk naar De Wever met zijn “Operatie Nachtwacht”. Wij zeggen al lang dat het drugsgeweld in Antwerpen escaleert. Er gaat geen gemeenteraad voorbij of ik interpelleer erover. Tien aanslagen op een week tijd, dat is een duidelijke escalatie. Hoe ga je dat terugdringen? Met de gewapende aanpak. Had het anders gekund? Jazeker, maar dan had men in het verleden sneller moeten optreden.

Gelukkig zitten we nog niet in Mexicaanse toestanden. Von Clausewitz wist het al: je moet geen oorlog beginnen als je er niet zeker van bent dat je hem kan winnen. De Wever begint niet zomaar een oorlog tegen de maffia. Dat zou een strategische en politieke blunder zijn.

Maar misschien heeft De Wever zijn hand overspeeld. De N-VA was de grootste partij van het land. Tot 2018 zaten zij op alle federale sleutelposities om dit probleem aan te pakken: binnenlandse zaken, financiën en defensie. Maar wat leert de praktijk ons? Het fameuze KALI-team – een gemengde cel van de federale en lokale politie die zich exclusief bezighoudt met de Antwerpse drugsproblematiek – heeft geen slagkracht omdat de federale en lokale politie elkaar naar het leven staan. De N-VA heeft haar macht niet benut om dat op te lossen.

Waarom loopt de aanpak in Antwerpen fout? Er is een omzendbrief van de procureurs-generaal die stelt dat de controle over het havengebied de bevoegdheid is van de federale politie, en dat de lokale politie verantwoordelijk is voor de rest van de stad. Wat antwoordt de lokale politie daarop? Dat de federale politie het maar moet oplossen in de haven. Maar de lokale politie heeft de ogen en de oren in de stad die nodig zijn om op de hoogte te zijn van wat zich in de haven afspeelt, bijvoorbeeld wanneer er containers met coke worden geleverd. De federale politie daarentegen beschikt over de knowhow en de training om zulke leveringen te onderscheppen, maar heeft onvoldoende manschappen om tot actie over te gaan. Er wordt niet samengewerkt.

Hoeveel budget zou u vrijmaken voor de oorlog tegen drugs?

Ik denk niet dat een grondige aanpak veel geld kost. We hebben een leger, we moeten het alleen gebruiken. Er zijn regimenten die louter het grondgebied moeten verdedigen – ik kan het weten, want ik ben nog officier geweest bij het regiment 6de linie. In het begin van de jaren 80 moesten wij de kerncentrale in Doel bewaken, of patrouilleren op bus en metro. Haal de soldaten met hun materiaal uit hun kazernes en laat ze patrouilleren in de sterkst getroffen wijken van Antwerpen. De burger ziet soldaten patrouilleren en krijgt een gevoel van veiligheid. Bovendien toon je de criminelen ook dat je de situatie in de hand hebt.

Wat wél wat kost, is investeren in mensen en moderne middelen. Antwerpen heeft twee drugsscanners om containers te controleren op drugs, op elke Schelde-oever eentje. Ze zijn hopeloos verouderd. Ook de ‘slimme sloten’ die containers met GPS volgen, zijn inadequaat. Die sloten moesten vooral goedkoop en weinig kwaliteitsvol zijn – het eeuwige Belgische manco – en worden nu niet meer ingezet. Dat resulteert erin dat de douane nu elke verdachte container moet begeleiden met manschappen. In een haven van 12.000 hectare! Er zijn drie patrouilles overdag en één ’s nachts, telkens met drie mensen. Dat werkt niet.

Bijkomend probleem: de douane mag beperkt wapens dragen. Ze beschikken over onaangepaste kogelvrije vesten. De problemen zijn legio. Er is een structurele onderbezetting – tot een derde te weinig manschappen bij de douane, de zeevaartpolitie en bij de federale politie.

Om het over moraliteit te hebben: acht u de individuele druggebruiker verantwoordelijk voor de huidige criminaliteit?

Wie drugs gebruikt, moet beseffen dat hij een crimineel systeem mee in stand houdt. Ik maak daarbij geen onderscheid tussen hard- en softdrugs. Ik geloof in de ‘stepping stone’-theorie: softdruggebruik leidt tot het gebruik van andere drugs, zeker met de huidige lage prijzen en massale beschikbaarheid van cocaïne. De prijzen zijn sinds de jaren 90 gehalveerd. In Antwerpen is cocaïne massaal beschikbaar in het uitgaansleven. Het wordt de norm om op coke uit te gaan. Eén gram coke kost minder dan 50 euro. De roes is ook krachtiger. Sinds de paarse regeringen is er door de progressieve linkse partijen een gedoogbeleid ontstaan. Dat is begonnen met cannabis. Nadien volgt de tolerantie voor andere drugs. In Antwerpen kom je er louter met een administratieve boete vanaf voor cannabis- en cokebezit. Dat is het resultaat van twee decennia lang gedoogbeleid.

Bezit en gebruik mogen van mij dus bestraft worden, dat is tenminste duidelijk. Aan dubbelzinnigheid heeft de gebruiker niets. Ook dat is een kritiek die ik heb op het huidige stadsbestuur: men voert een harde ‘war on drugs’, maar men doet op het terrein niets om het gebruik te ontraden. Voer toch ontradingscampagnes op straat en in de media!

U neemt het stadsbestuur op de korrel. Hebben Bart De Wever en u elkaar niet nodig met het oog op 2024, het jaar waarin na verkiezingen een meerderheid van N-VA en Vlaams Belang de Vlaamse zelfstandigheid moet waarmaken?

Ik moet oppositie voeren, dat is mijn plicht. U kent mij. De oppositie die je voert, is maar zo sterk als je eigen geloofwaardigheid. Niet ik, maar Bart De Wever regeert met de socialisten.

Dat betekent niet dat ik mijn jonge partijgenoten hun streven naar deelname aan het beleid ontzeg. Maar mijn stelling is steeds: deelnemen aan het beleid als het kan, oppositie voeren omdat het moet. Een democratie heeft een radicale oppositiepartij nodig. Er is altijd een partij nodig die de andere partijen onder druk zet en zo weegt op het beleid. Denk maar aan ons 70-puntenplan, kijk naar onze harde aanpak van het drugsverhaal. Nu het Vlaams Belang opnieuw de grootste partij van Vlaanderen aan het worden is, kijkt men opnieuw met argusogen naar wat wij doen.

Wat is er na de verkiezingen vorig jaar tussen Vlaams Belang en N-VA besproken? Was dat een beleefdheidsoefening of was het meer dan dat?

Toen is de basis gelegd voor wat in 2024 onvermijdelijk zal zijn: een rechts bestuur in Vlaanderen. Als de Vivaldicoalitie een feit wordt (bij het ter perse gaan was hier geen duidelijkheid over, red.), dan duwen liberalen en christendemocraten de N-VA en het Vlaams Belang in elkaars armen. Het laatste argument van De Wever om niet met ons samen te werken valt dan weg. Als er een Vivaldiregering komt, dan staat het in de sterren geschreven dat de N-VA binnen de Vlaamse regering ruzie zal maken met de christendemocraten en de liberalen. Dat plaveit de weg verder voor ons.

Deelnemen aan het beleid is een gigantisch risico voor ons. Bang mogen we niet zijn, maar we moeten ons er wel goed op voorbereiden. Het Vlaams Belang beschikt niet over een doorwinterde administratie, een werkgeversorganisatie of een vakbond die ons steunt. We hebben goede mensen en het beste programma, maar het wordt geen wandeling in het park. Het wordt de moeilijkste oefening die onze partij ooit zal moeten maken. Ik ben een oppositiepoliticus. Ik kan na meer dan 30 jaar oppositie niet geloofwaardig de switch maken. Het is aan de jonge generatie om dat succesvol te doen!

Zelfs als Vlaams Belang en N-VA een meerderheid halen in Vlaanderen, dan nog zal er een revolutionair element nodig zijn om een regering te vormen. België zal zich niet zomaar gewonnen geven. U zal op een bepaald moment de onafhankelijkheid eenzijdig moeten uitroepen?

Dat is zo. Laat ons niet flauw doen: de discussie over onafhankelijkheid wordt een discussiepunt. Wat zijn ónze voorwaarden om deel te nemen aan een Vlaamse regering? Er zijn twee scenario’s: het uitroepen van de onafhankelijkheid of een groeipad naar de onafhankelijkheid. Dat wordt nog een hele kluif om uit te klaren. Ik laat de vraag open.

Mark Grammens zaliger vertrouwde Bart De Wever in die discussie voor geen haar…

Dat weet ik… (aarzelt) Het wordt een moeilijk oefening.

Ik heb de indruk dat de jongere generatie Vlaams Belangers mensen van een andere origine bij de Vlamingen wil rekenen, in tegenstelling tot u.

Dat is een generatieverschil. Toen ik jong was, was onze leefwereld volledig Vlaams, Europees en christelijk. Mijn generatie heeft de eerste gastarbeiders zien komen, en daarna de eerste Arabische opschriften. Wij waren daarover verontrust en verontwaardigd. De generatie van Sam Van Rooy, en ook die van mijn kinderen, is in een andere realiteit opgegroeid. Mijn dochters vinden een hoofddoek wel verwerpelijk omdat het een politiek symbool is. Maar het choqueert hen minder dan dat het mij choqueert omdat zij tenslotte opgegroeid zijn in Merksem, waar hoofddoeken tot het straatbeeld behoren. Dat is het grote verschil.

Mijn generatie is identitair nationalistisch, terwijl de jonge generatie nationalisme anders definieert. Dat is het gevaar en het gevolg van de multicultuur: de zachte, voortschrijdende manier waardoor het idee van vele culturen in één samenleving wordt ingelepeld bij jonge mensen. Dat gebeurt heel langzaam, in de termijn van een mensenleven. Maar een mensenleven is altijd een beperkt referentiekader. Het is aan ons als nationalisten om mensen eraan te herinneren dat in de geschiedenis van een volk of beschaving de tijd van één mensenleven slechts een fractie, een detail is.

Laat het me maar eens duidelijk zeggen: Ik heb er niets tegen dat mensen van een andere origine hier wonen, werken en zich integreren. Huidskleur speelt geen rol. Maar ik vind wel dat je als volk, als natie, als cultuur, je een meerderheid van mensen van dezelfde origine nodig hebt die een gemeenschappelijke afkomst delen. Er is een leidcultuur nodig. Is dat niet zo, dan zal de cultuur van de andere bevolkingsgroepen de leegte invullen. Kijk maar naar het straatbeeld in Deurne of Borgerhout. De leidcultuur is daar Arabisch of islamitisch omdat die mensen in die stadsdelen nu eenmaal de meerderheid uitmaken. Als je geen meerderheid van Vlamingen hebt, dan is er geen Vlaanderen meer.

Christophe Degreef


Overbevolking?

Een van de thema’s die u erg bezighoudt is de almaar toenemende wereldbevolking. Voor Vlaanderen zegt u echter dat de autochtone bevolking moet groeien. Uw pupil Sam Van Rooy pleit er eerder voor om de Vlaamse bevolking op het huidige peil te houden. Verklaar u nader.

Filip Dewinter: “Een volk leeft maar als het groeit. Als Vlamingen niet meer kinderen krijgen, dan zijn wij op termijn gedoemd om vervangen te worden. Zo simpel is het. De omvolking zet zich dan op vrij korte termijn door. De blanke, Vlaamse en Europese bevolking wordt vervangen door een overwegend Maghrebijnse, Afrikaanse en islamitische. Wie de geschiedenis kent, weet dat er decennia of zelfs eeuwen over gaan eer een bevolking verdwijnt. Als we niet opletten wordt dat onze realiteit, gezien de massamigratie en de demografische explosie in de Derde Wereld. In 1900 telde deze planeet nog geen twee miljard mensen, nu zijn er dat meer dan zeven miljard. Mensen hebben voedsel nodig, onderdak en onderwijs. Ik zie niet hoe we dat allemaal kunnen leveren.”