De achtdelige serie “Trotsky” verscheen in 2017, op de honderdste verjaardag van de Russische Revolutie, voor het eerst op het Russische Kanaal 1, de Russische semi-openbare en tevens meest bekeken televisiezender. De reeks deed het behoorlijk goed in de kijkcijfers en won verschillende prijzen in Rusland. Een jaar later kocht Netflix de rechten van de serie, waardoor de reeks ook bij een internationaal publiek onder de aandacht kwam.

De reeks presenteert ons een geromantiseerde hervertelling van het leven van Lev Bronstein, of Leon Trotski, van diens jonge jaren als politieke gevangene in Rusland, zijn jaren als idealistische revolutionair in de Europese salons, zijn rol in de Russische Revolutie en Burgeroorlog, tot zijn moord in Mexico. Zijn levensverhaal wordt verteld aan de hand van ‘flashbacks’, die voortvloeien uit de gesprekken die de oude Trotski in Mexico voert met zijn toekomstige moordenaar, een sterk gefictionaliseerde Ramón Mercader.

Surrealistische interpretatie van de geschiedenis

In tegenstelling tot de meeste andere historische televisiereeksen en films, waar realisme vaak de leidraad is, durven de makers van “Trotsky” behoorlijk wat kleur en flair aan te brengen in hun interpretatie van het verhaal, tot op het surrealistische af. Dit geldt zowel voor de narratieve als de visuele aspecten van de reeks. Het is een gedurfde aanpak, maar wel eentje die werkt en de reeks karakter geeft. Over karakters gesproken: de acteerprestaties zijn over het algemeen sterk. Zo springen zowel de vertolking van Lenin als die van Trotski zelf in het oog.

“Trotsky” werd geproduceerd met een naar Russische normen erg groot budget. De reeks maakt soms overmatig gebruik van ‘green screens’ en digitale beelden, maar het is niet zo storend dat het de gehele kijkervaring verpest. Ze is op dit vlak dan wel geen “Game of Thrones” (of eender welke andere Hollywoodproductie), maar kan toch aardig haar mannetje staan tegenover de rest van het internationale Netflix-aanbod.

De reeks kreeg desalniettemin heel wat kritiek te verduren. Een deel daarvan richt zich op de historische accuraatheid, of meer bepaald het gebrek daaraan. Zo wordt de protagonist bijvoorbeeld een veel grotere rol in tal van gebeurtenissen aangemeten dan in de werkelijkheid het geval was, van het plannen en het uitvoeren van de Revolutie zelf tot het vermoorden van de Romanovs. Deze kritiek is natuurlijk terecht, maar het betreft hier uiteraard een gefictionaliseerde dramaserie met Trotski in de hoofdrol, geen historische documentaire.

Volgens sommige critici zou de reeks bovendien reactionaire Russisch-nationalistische en antisemitische propaganda zijn. Veel van deze kritiek draait om de voorstelling van de joodse socialist Alexander Parvus en diens banden met de Duitse militaire inlichtingendiensten – banden die er wel degelijk waren, maar gedramatiseerd en uitvergroot werden in “Trotsky”. De reeks zou, aldus de critici, op die manier de oude mythe in stand houden dat de Russische Revolutie een buitenlands en joods complot was tegen de Russische natie.

Mythe van het Trotskisme als het ‘goede’ communisme

Daarnaast is er de kritiek vanuit linkse hoek, waar het etiket ‘Trotskist’ doorheen de 20ste eeuw (onterecht) als een soort sociaal en politiek aanvaardbare tegenpool van de ‘Stalinist’ gold, zonder de moorddadige en dictatoriale excessen van die tweede vorm van het communisme.

Hoewel de kritiek op de historische accuraatheid van de reeks vaak terecht is, lijkt de onvrede vanuit het linkse kamp eerder voort te vloeien uit het feit dat de protagonist en zijn ideologie in een slecht daglicht geplaatst worden. Daarbij negeert men het feit dat de historische steken die de reeks laat vallen niets afdoen aan de miljoenen doden die het communisme en Trotski zelf op hun geweten hebben. Dit aspect wordt niet door de reeks verbloemd en deze is alleen al daarom het kijken waard.