Honderd geleden vond de eerste IJzerbedevaart plaats, toen nog niet in Diksmuide, maar in Steenkerke. De eerste bedevaarten gingen door op een plaats waar een bekende Vlaamse dode begraven was. In Steenkerke was dat kunstenaar Joe English (o.a. de ontwerper van het heldenhuldezerkje van VOS).

In 1921 trok men naar Steenstrate (gebroeders Van Raemdonck), in 1922 ging het richting West-Vleteren (Renaat De Rudder) en in 1923 werd er verzameld in Oeren, waar al in 1918 zo’n 38 graven waren geschonden. Pas in 1924 vond de eerste bedevaart plaats in Kaaskerke (Diksmuide). Vier jaar later startte de bouw van de IJzertoren. We spraken met Peter Verplancke (46), die sinds 2008 conservator is van het ‘Museum aan de IJzer’.

Eerste een persoonlijke vraag; hoe bent u conservator geworden van het ‘Museum aan de IJzer’.

Peter Verplancke: Wel, er was een vacature vrijgekomen. Eerder toevallig kwam ik tijdens mijn gidsencursus in gesprek met iemand van het ‘Museum aan de IJzer’. Daarna is het vrij snel gegaan.

Maar u had wel enige persoonlijke affiniteit met de IJzerbedevaarten?

Ja, ik ben geboren en getogen Diksmuideling. Dan voel je je automatisch verbonden met de oorlogsgeschiedenis van de Westhoek, en natuurlijk ook met de IJzertoren. Bovendien was ik actief in de plaatselijke Vlaamsgezinde partij Hela, ooit nog opgericht door de voormalige secretaris van het IJzerbedevaartcomité, Koen Baert. In 2006 stond ik trouwens op de lijst voor de gemeenteraadsverkiezingen. Toen ik werd aangesteld als conservator in 2008 heb ik wel mijn partijpolitieke activiteiten stopgezet. Hela is trouwens in 2010 opgegaan in de plaatselijke N-VA, maar dat was dus na mijn tijd.

U zal als conservator wellicht beamen dat heel veel mensen de indruk hebben dat de werking van het Museum belangrijker is geworden dan de jaarlijkse IJzerbedevaart.

Die indruk klopt maar ten dele. De voorgaande jaren was er ook al een museum, maar er zat geen publiekswerking achter. Nu wel, en nu bereiken we veel meer toeristen en scholieren. Ook dat vinden we belangrijk want we willen een verhaal meegeven dat verder gaat dan enkel de herinnering aan de Eerste Wereldoorlog. Overigens bestonden er al in de jaren ’30 plannen om een museum te bouwen, in een gebouw los van de toren. Maar toen werd dat niet gerealiseerd, pas later kwam er een museum in de IJzertoren zelf.

Maar ook: met de jaren is het bestuur tot het besef gekomen dat we onze boodschap niet mogen beperken tot die ene dag, de IJzerbedevaart, maar dat we dat elke dag die boodschap moeten brengen. Vandaar de focus op het museum.

Komend weekeinde wordt het feit herdacht dat 100 jaar geleden de eerste IJzerbedevaart plaatsvond. Wat staat er op het programma?

Wel, vooreerst is er op zaterdag een colloquium en debat. Die gaan door in een grote tent, maar sowieso is het aantal plaatsen beperkt door de coronamaatregelen. Wat maakt dat ik nu al moet meedelen dat alle plaatsen volzet zijn. Zondag vertonen we een digitale IJzerbedevaart. (zie kader).

Vanaf dit weekeinde is er binnen ook een speciale tentoonstelling te bekijken. Zo maken we een vergelijking – aan de hand van heel veel foto’s en filmbeelden – tussen de periode na de Eerste Wereldoorlog en de periode na de Tweede Wereldoorlog. Er zijn immers interessante gelijkenissen. In 1920 en de jaren nadien werden de eerste Bedevaarten georganiseerd door verschillende groeperingen en personen, zonder veel structuur. Na de Tweede Wereldoorlog gebeurde net hetzelfde. Verschillende groepen en mensen namen initiatieven om een IJzerbedevaart te organiseren. Dat gebeurde los van elkaar, of samen of zelfs tegen elkaar.

Er is nog een gelijkenis. In 1924 werd beslist om een monument te bouwen. Dat gedurfd idee bracht eenheid in de gelederen, er ontstond een eenheid rond een welbepaald project. We zien dan dat wanneer de IJzertoren in 1930 eindelijk klaar is, dat die eenheidsgedachte wegvalt en de tegenstellingen weer boven komen. Daar waar eerst de ‘Nooit meer Oorlog’-gedachte primeerde, komt er nu ook invloed van de Nieuwe Orde. Tijdens de bezetting zal het toenmalige IJzerbedevaartcomité kiezen voor collaboratie en zo deel uitmaken van de gevestigde macht.

Waar is dan de gelijkenis met de jaren ’90?

Eerst was er de idee om de gedynamiteerde toren herop te bouwen. Alhoewel daar eerst ook verschillende meningen over bestonden. Sommigen wilden liever het puin van de eerste toren laten liggen, als blijvend beeld van de verwoesting. Maar uiteindelijk wordt dan toch de beslissing genomen om een nieuwe toren te bouwen. Het duurt dan nog bijna 20 jaar vooraleer de nieuwe toren kan ingewijd worden. Maar in al die jaren wordt er een waar volksgevoel opgewekt, en vanuit heel Vlaanderen, en vanuit alle geledingen worden middelen en geld ingezameld. Opnieuw was er een concreet project waar rond gewerkt kon worden.

In de beginjaren ’90 zien we min of meer hetzelfde gebeuren als in de jaren ‘30. De IJzertoren wordt erkend als Memoriaal van Vlaamse Ontvoogding en Vrede en wordt officieel door de Vlaamse ‘elite’ omarmt. Maar dat ‘officialiseren’, het inkapselen in de structuren, werd moeilijk verteerd door het traditionele publiek. Tweemaal wordt bij wijze van spreken dezelfde evolutie doorlopen, en dat eindigt tweemaal met de vaststelling dat de politieke invloed van het comité verdwenen was en geen draagkracht meer had.

De tweespalt bereikte een dieptepunt in 1996

De incidenten op het einde van de IJzerbedevaart van 1996 spelen een grote rol in de definitieve breuk die nadien zou volgen. Er waren niet enkel de feitelijke incidenten – niets is zo pijnlijk als Vlaams-nationalisten die met elkaar op de vuist gaan. Maar de incidenten maakten ook duidelijk dat de visies heel verschillend waren. Dat gaat niet enkel over de invulling van de IJzerbedevaart. Het gaat over ideeën over bijvoorbeeld een streven naar een onafhankelijk Vlaanderen – het verhaal van IJzerwake – terwijl wij het belangrijk vinden een hedendaagse boodschap mee te geven hoe we dat ‘meer’ Vlaanderen willen invullen. Er is dus niet alleen een verschil in visie, maar ook een verschil inzake boodschap. Dit gaat niet enkel meer over de Eerste Wereldoorlog, bedoeling is dat we dieper ingaan op onze geschiedenis. De incidenten van 1996 maakten ook duidelijk dat de tijd van massamanifestaties voorbij was.

IJzerwake is al jaren vragende partij voor een gesprek dat tot op heden wordt afgewezen door het IJzerbedevaartcomité.

Strikt genomen is het niet mijn bevoegdheid als museumconservator om hierop een antwoord te geven. Ik zetel evenmin in de Raad van Beheer. Maar ik begrijp dat de gebeurtenissen van 1996 nog altijd zwaar op de maag liggen. Ik denk niet dat het mogelijk zou zijn om bijvoorbeeld de IJzerwake te laten doorgaan op de weide in Diksmuide. Dat ligt nog steeds gevoelig ook al zijn er ondertussen 24 jaar verlopen. Laat staan dat er sprake zou zijn van een samensmelting van de twee organisaties. Dat lijkt me onmogelijk.