Hoe zal de geschiedenis oordelen over het presidentschap van Donald Trump? Het is nog te vroeg om die vraag te beantwoorden, temeer daar het best mogelijk is dat zijn termijn op 3 november met vier jaar verlengd wordt. Met nog een week te gaan naar de verkiezingen, kijken we toch terug naar de voorbije vier jaar. Wat deed Trump goed? En waar liet hij het afweten?

Laten we beginnen met iets waar iedereen het over eens kan zijn: Trump was een bijzonder ongewone president. Zijn compulsieve communicatie op Twitter, zijn moeilijke relatie met de waarheid, zijn zelfingenomenheid en zijn ongegeneerdheid ergerden zelfs zijn medestanders. Zijn turbulente stijl mag echter de aandacht niet afleiden van zijn beleid, dat ook op inhoudelijk gebied een breuk met het verleden inhield. Er was niet alleen een verschil met het beleid van zijn Democratische voorganger Obama, maar ook met de tradities van zijn eigen partij.

De breuk met het neoconservatisme

Het protectionistische beleid dat Trump voerde onder het motto “America First” gaat helemaal in tegen het vroegere vrijhandelscredo van zijn partij. Trump liet ook de Republikeinse bezorgdheid over budgettair evenwicht varen: de staatsschuld ging omhoog. De Republikeinen waren altijd eerder pro-Israël, maar maakten daar geen officieel standpunt van. Trump was onbeschroomd in zijn steun voor Israël en de regering-Netanyahu. Tot ongenoegen van de EU en de Palestijnen erkende hij zelfs Jeruzalem als officiële hoofdstad van Israël. Hij had dat namelijk beloofd.

Trump gooide ook de voorzichtigheid overboord inzake het abortusstandpunt. Bush senior en Bush junior bewezen hun pro-life-standpunt enkel lippendienst. Trump was de eerste president die meestapte in een mars voor de bescherming van het ongeboren leven. Hij liet de subsidies van heel wat abortuscentra schrappen. Dat ontgaat christelijk rechts in de VS niet: men is daar bereid heel wat onchristelijk gedrag door de vingers te zien vanwege een president die eindelijk meer doet dan af en toe in een kerk verschijnen of “God Bless America” te zingen.

De meeste opvallende breuken met het verleden waren zichtbaar in het buitenlandse beleid en de houding van Trump tegenover de zogenaamde “identity politics” (het beleid ten aanzien van minderheden). Het Amerikaanse buitenlandse beleid was na de Koude Oorlog manifest globalistisch geworden. Het beantwoordde de aanslagen van 9/11 en de islamitische dreiging met verschillende militaire interventies, die echter geen groot succes bleken. Onder Obama kwamen al de eerste tekenen van Amerikaanse terugtrekking, maar het was Trump die de globalistische aspiraties van zijn land officieel naar de vuilnisbak van de geschiedenis verwees. Hij is de eerste president in 40 jaar die zijn land bij geen enkele nieuwe oorlog betrok.

Toen Trump in 2016 zijn eigen partij kaapte, was zijn anti-immigratieretoriek (duidelijkst geïllustreerd door zijn belofte een muur te bouwen aan de grens met Mexico) de doorslaggevende factor. Het onderscheidde hem van al zijn tegenkandidaten bij de voorverkiezingen en gaf hem de steun van een lang verwaarloosde groep kiezers: de blanke arbeiders. Daarmee ging hij eigenlijk compleet in tegen het strategische plan van zijn eigen partij om voortaan de zwarten en andere minderheidsgroepen te gaan verleiden. Trump snapte beter dan de partijleiding dat blank Amerika stilaan de identiteitenpolitiek en de positieve discriminatie van minderheden beu was.

Economie

De economie deed het goed onder Trump. Nobelprijswinnaar Paul Krugman had voorspeld dat een overwinning van Trump tot een wereldwijde recessie zou leiden. Het omgekeerde gebeurde. De economische groei bedroeg gemiddeld 3 procent onder Trump, een procent meer dan onder Obama. Dat was meer dan puur geluk. Verlaging van de belastingdruk en deregulering waren essentiële assen van zijn economisch beleid. De werkloosheid bereikte het laagste punt in 50 jaar. Vooral veel zwarten vonden weer een job.

De economische successen werden uiteraard voor een flink deel ongedaan gemaakt door de coronacrisis. Trump kwam trouwens zwaar onder vuur te liggen voor zijn aanpak van dat virus, zeker vanuit Europa. Zijn communicatie daarrond was inderdaad erg rommelig, maar de resultaten van het beleid zelf zijn een stuk beter dan in de meeste Europese landen. “Is het u ook al opgevallen dat de Amerikaanse coronacijfers van de ene dag op de andere vrijwel volledig verdwenen zijn uit de Europese pers?”, was deze week de terecht vraag van Filip Van Laenen. Hij vervolgde: “Maandenlang golden die cijfers als hét bewijs van het falende beleid van de Amerikaanse president Donald Trump. Dat Trump uiteindelijk ook zelf covid-19 kreeg, gold zowaar als een vorm van gerechtigheid. Maar sinds zijn genezing, en nu de cijfers op het Europese vasteland de pan uit swingen, is het plots opvallend stil over die Amerikaanse coronacijfers.” Europa ligt nog steeds in de lappenmand, terwijl in de VS de relance al volop bezig is.

Het Hooggerechtshof

De benoemingen in het Hooggerechtshof verdienen een bijzondere plaats op het palmares van Trump. Zijn eerste benoeming, Neil Goresuch, verliep relatief incidentloos. Bij Brett Kavanaugh ging het er anders aan toe. De conservatieve rechter werd beschuldigd van een verkrachting tijdens zijn studententijd. De beschuldiging bleek uiteindelijk op los zand te berusten, maar gebruik makend van de MeToo-sfeer konden de Democraten en de pers enkele weken zwaar inhakken op Kavanaugh (de pers was minder geïnteresseerd in de nochtans veel geloofwaardigere verkrachtingsbeschuldiging tegen Joe Biden). Het siert Trump dat hij in die hetze zijn kalmte bewaarde en zijn kandidaat niet voor de wolven gooide.

Ook zijn derde benoeming (die deze week door de Senaat werd goedgekeurd), die van Amy Coney Barrett, was moedig. Niemand kan ontkennen dat zij een briljante juriste is, maar haar uitgesproken christelijk-conservatieve profiel stuitte op veel achterdocht en weerstand. Republikeinen van de vorige generatie zouden zich ongemakkelijk gevoeld hebben bij de kandidatuur van iemand als Coney Barrett, het conservatieve spiegelbeeld van de net overleden Ruth Bader Ginsburg.

Buitenlandbeleid

Het buitenlandbeleid van Trump blijft overal onderbelicht. Zelfs in de presidentiële debatten was er geen plaats voor. Voor de tegenstanders van Trump valt op dat terrein dan ook weinig te rapen. De voorspelde rampen die de onstuimige en onbehouwen Trump zou veroorzaken in de diplomatieke relaties, bleven uit. Toen Trump de Amerikaanse ambassade naar Jeruzalem verplaatste, protesteerde Europa en voorspelde de pers spanningen en geweld. Dat gebeurde niet. Toen Trump de Iraanse kolonel Suleimani, sponsor van terrorisme over de wereld, liet uitschakelen, protesteerde Europa en voorspelde de pers spanningen en geweld. Dat gebeurde niet.

Integendeel, het lijkt er op dat Trumps krachtdadige diplomatie in het Midden-Oosten beter wordt begrepen dan het gemoraliseer en de tweeslachtigheid van de EU. Met Trump weet je waar je staat. Dat hij openlijk de kaart van Israël trekt, maakt hem niet geliefd, maar het biedt tenminste het voordeel van de duidelijkheid. Voor landen die zich in hun internationale politiek enkel laten leiden door eigenbelang, is ook “America First” gemakkelijker te respecteren dan de altruïstische pretenties van de EU.

Trump slaagde in iets dat een paar jaar geleden nog ondenkbaar zou geweest zijn: al drie islamitische landen uit de regio hebben Israël erkend en hebben er diplomatieke betrekkingen mee aangeknoopt: de Verenigde Arabische Emiraten, Bahrein en Soedan. De kans bestaat dat Saoedi-Arabië (dat met Israël al een modus vivendi heeft gevonden) hetzelfde gaat doen. Dat zijn meer dan gelukstreffers.

Trump zorgde ook voor een doorbraak in de relaties tussen Servië en Kosovo. De onderhandelingen met de Noord-Koreaanse dictator Kim Jong-un konden niet tot een goed einde gebracht worden, maar ook daar heeft Trumps demarche er voor gezorgd dat er achter de schermen weer gesproken wordt met Zuid-Korea. Ook het nucleair moratorium houdt stand.

Trump werd dit jaar een aantal keer voorgedragen voor de Nobelprijs voor de vrede. Is dat overdreven? Het zou in ieder geval minder gek geweest zijn dan de vredesprijs die Obama kreeg op een moment dat hij nog geen jaar president was.

Trump kreeg in 2017 veel kritiek voor de Amerikaanse uittreding uit het klimaatakkoord van Parijs. Vandaag komen er steeds meer tekenen dat Trump gelijk had: enkel de EU voert de verplichtingen van het akkoord correct uit en moet ook nog eens de rekeningen betalen.

Beloftes nagekomen, beloftes gebroken

Verschillende van die verwezenlijkingen zijn een uitvoering van de beloftes die Trump voor de verkiezingen had gedaan. Dat is ook iets wat je hem moet geven: hij probeert zijn beloftes te houden. Zoals beloofd verlaagde hij de belastingen. Hij heronderhandelde het NAFTA-akkoord. Hij verhoogde het aantal jobs in de maakindustrie met bijna een half miljoen.

Niet alle beloftes werden ingelost. Het begrotingstekort is niet weggewerkt, maar opgelopen. Vooral inzake migratie heeft Trump niet gerealiseerd wat hij had aangekondigd. De muur met Mexico is maar gedeeltelijk gebouwd. De illegalen zijn niet uitgewezen. Immigratie uit islamitische landen werd niet onmogelijk gemaakt.

Soms kwam dat door tegenwerking van rechtbanken, maar lang niet altijd. In 2016 was het discours van Trump over migratie de belangrijkste reden voor zijn overwinning. “Build the Wall”, scandeerde het publiek op zijn meetings. De laatste twee jaar lijkt Trump zijn interesse in het thema verloren te hebben. Hij heeft er tijdens deze campagne ook nauwelijks over gerept. Vroegere medestanders van Trump, zoals de rechtse commentator Ann Coulter, zijn om die reden erg kritisch gaan staan tegenover de president.

De mens Trump

Het grootste probleem van Trump is uiteraard zijn persoonlijkheid. We moeten geen lange analyse van zijn karakteriële gebreken maken om te besluiten dat hij totaal onsympathiek overkomt. Ook van zijn omgeving hoor je nooit iets dat zou kunnen wijzen op een aardige, warme persoonlijkheid. De Trump die wij zien verschilt misschien niet zoveel van de echte Trump. Als hij de verkiezingen verliest, zal dat minder te maken hebben met zijn beleid dan met de afkeer die zijn woorden en gedrag veroorzaken.

Het is verleidelijk je af te vragen hoe groot de verkiezingsoverwinning op 3 november zou zijn indien het beleid van Trump zou uitgevoerd zijn door een aangenamere, minder confrontatiegerichte persoonlijkheid. Maar dan moet je je ook afvragen of een bravere politicus ooit zoveel moedige standpunten zou hebben durven innemen op gebied van immigratie, klimaat, minderhedenbeleid en buitenlands beleid.

Daarmee komen we tot de goede kant van Trumps persoonlijkheid. Hij bezit een kwaliteit die zeer zeldzaam is in de politiek: hij is moedig. Je kan van hem zeggen wat je wil, maar Trump is nooit laf. Hij durft meestappen in pro-life-betogingen. Hij durfde het klimaatakkoord van Parijs opzeggen. Hij schrikt er niet voor terug de leugens van de pers aan te klagen (geregeld terecht). Hij durft de Chinese verantwoordelijkheid voor de coronacrisis benoemen. Hij wilde niet meehuilen met de wolven in het bos over Brett Kavanaugh of Kyle Rittenhouse. Hij durfde het extremisme en geweld van groeperingen als Antifa en BLM aanklagen.

Het beste moment van Trumps vier jaar was voor mij zijn toespraak op de nationale feestdag bij Mount Rushmore, in de nasleep van de beeldenstorm door BLM. “De radicale ideologie die ons land aanvalt marcheert onder de vlag van maatschappelijke gerechtigheid. Maar in werkelijkheid zou ze zowel gerechtigheid als de maatschappij vernietigen en zou ze onze vrije en open samenleving veranderen in een plaats van repressie, onderdrukking en uitsluiting. Ze willen ons het zwijgen opleggen, maar we zullen nooit zwijgen.” Jammer dat we deze Trump niet vaker te horen kregen.