De tweede coronagolf is er en die zou wel eens harder kunnen toeslaan dan de eerste. In de huidige omstandigheden is het als beleidsmaker aartsmoeilijk om de pandemie onder controle te krijgen. Dat wordt elke dag duidelijker. Maar dat hebben de politici van deze generatie voor een deel aan zichzelf te danken. Hun niveau is van een ontstellende zwakheid.

Testing, contactopsporing, opvolging van de regels, effectieve quarantaine en isolatie. Dat waren de verschillende stuwdammen of muren die men na de eerste coronagolf moest bouwen om de pandemie onder controle te krijgen en een drama zoals in het voorjaar te vermijden. Deze operatie lijkt te mislukken.

In verschillende interviews gaf coronacommissaris Pedro Facon dit deze week tussen de lijnen toe. Men loopt weer achter de feiten aan. Voor een deel de verantwoordelijkheid van de bevolking die de coronaregels niet naleefde, voor een deel het resultaat van politiek onvermogen. Corona toont de zwakte van de huidige politieke generatie aan.

De Brusselse negationisten

Facon stelt in de interviews terecht dat men deze zomer in Antwerpen door een kordaat optreden veel onheil heeft kunnen voorkomen. Dat is in Brussel en Luik veel minder het geval geweest. Toen de curves daar begonnen te stijgen werden bezorgde experts net niet weggelachen. Cruciale dagen gingen verloren. De Brusselse politici dragen hier opnieuw een zware verantwoordelijkheid. Zij ontkenden de ernst en leken wel coronanegationisten.

Minister-president Rudi Vervoort (PS) en Gezondheidsminister Alain Maron (Ecolo) lijden aan de typische Brusselse politieke ziekte dat advies of kritische stemmen van buiten het gewest worden beschouwd als onverantwoorde inmenging in de zaken van het autonome Brusselse Gewest. Zeker de goede raad vanuit Antwerpen rond de manier van beleid voeren wordt beschouwd als een slinkse poging om terug te keren naar voor 1989, de geboortedatum van het Brussels Gewest.

Virologen zeggen dat er streng moet worden opgetreden met effectieve boetes in wijken waar men de coronaregels aan zijn laarzen lapt. Een gevaarlijke manier om Brussel onder curatele te plaatsen, is dan de politieke reactie.

De Brusselse regering zwemt sinds de zesde staatshervorming in het geld, maar is het schoolvoorbeeld van een grootstedelijk malgoverno. De figuren die het Gewest vroeger hebben geleid zoals een Charles Picqué (PS) of Daniel Ducarme (MR) waren geen grote lichten en de situatie is er sindsdien niet op verbeterd.

Kakofonie bij de N-VA

Op andere niveaus is de situatie niet zo verschillend. Het drama van deze lente in de woonzorgcentra kan zich nog altijd herhalen. Eén van de verantwoordelijken voor dat slechte beheer op Vlaams niveau, minister van Volksgezondheid Wouter Beke (CD&V), zit nog altijd op zijn stoel en doet alsof er niets gebeurd is.

Beke blijft genieten van de steun van minister-president Jan Jambon (N-VA) die er maar niet in slaagt zijn stempel op het beleid te drukken. Alom geloofd als manager en bestuurder op Binnenlandse Zaken ten tijde van de regering-Michel is hij nu steeds meer “Slappe Jan”. Wie zijn oor te luisteren legt aan het Martelaarsplein verneemt dat het probleem deels bij een zwak kabinet zou liggen. Kabinetschef Jeroen Overmeer overtuigt niet. Diplomatiek adviseur maar ook communicatie-adviseur Pol Van Den Driessche is een karikatuur van zichzelf geworden. Niet onze woorden, maar de analyse die intern bij de N-VA opgang maakt.

Over communicatie gesproken: de standpunten van de N-VA rond de sluiting van de horeca waren een pijnlijke vertoning. Net als de andere gewestregering zag de Vlaamse regering de sluiting van de horecazaken niet zitten. De federale regering drukte door en dan wordt verwacht dat iedereen de consensus onderschrijft. Wat echter niet gebeurd is. Minister-president Jambon kwam verklaren dat hij eigenlijk tegen de sluiting bleef, maar uiteindelijk moest inbinden. Op dat vlak was hij eerlijk. Maar daarna volgde een kakofonie van jewelste bij de N-VA. Vlaams minister van Leefmilieu Zuhal Demir was kritisch.  Partijvoorzitter Bart De Wever idem. Tegelijk lanceerde de N-VA een sociale mediacampagne om dit nog eens te benadrukken en tegelijk te wijzen op de extra steunmaatregelen voor de horeca. Een zwaktebod. Ook deze Vlaamse regering lijkt in de coronacrisis achter de feiten aan te lopen.

Al ruzie met de professor

Federaal is het niet anders. De wittebroodsweken van de regering-De Croo zijn sneller voorbij dan gedacht, zoals we in dit blad al hadden voorspeld. Na de bloemen die gegooid worden omdat de corona-persmomenten van de federale regering een stuk duidelijker zijn dan onder Sophie Wilmès (kon het slechter?) zullen de bloempotten volgen als blijkt dat ook de regering De Croo de situatie niet de baas kan.

Minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke zette vorig weekeinde wel de puntjes op de i. Hij kan zich meer veroorloven door zijn staat van dienst en door het feit dat hij een sp.a’er is. Als hij op RTL komt verklaren dat “de situatie in Wallonië en Brussel de ergste en de gevaarlijkste is van heel Europa”, heeft hij gelijk. Maar stel u de reacties voor mocht een federale minister van N-VA-signatuur dat ooit had gezegd.

Ondertussen blijkt dat er binnen de federale regering al spanningen zijn ontstaan door het pedante optreden van Frank Vandenbroucke. De derderangsfiguren in de ploeg, zoals minister van KMO’s David Clarinval (MR), werden door Vandenbroucke op hun plaats gezet met de quote: “Ik ben universiteitsprofessor.” Dat belooft voor de komende dagen en weken wanneer blijkt dat de tweede coronapiek niet direct in zicht is.

‘t Pallieterke