Ruzie bij de MR, ontevredenheid bij Groen, een Vincent Van Quickenborne die te vroeg uit de biecht klapt: het is niet corona die Vivaldi-partijen onder druk zet, wel spanningen binnen de partijen zelf.

Een regering valt zelden of nooit door de aanvallen van de oppositie. Wel door interne verdeeldheid, eventueel een gevolg van spanningen binnen politieke partijen. Er zijn in het verleden verschillende voorbeelden te vinden. Denken we maar aan de val van de regering-Martens VIII in 1991 rond de wapenleveringen aan het Midden-Oosten. De Volksunie deed de regering vallen omdat men intern ook aanvoelde dat de partij onvoldoende woog op het beleid. De VU haalde daar geen voordeel uit bij de verkiezingen van 24 november. Reden was dat de VU er zelf de trekker uittrok, en dat werd gepercipieerd als een bende ruziemakers, ook al omdat de interne regeringscrisis gewoon op TV aan het volgen was. Er was het beeld van vicepremier Jean-Luc Dehaene die de pers voor de Wetstraat 16 te woord stond terwijl VU-minister Hugo Schiltz stond te luistervinken. Het wantrouwen in beeld.

De regering-De Croo mag dan wel een bont gezelschap zijn, momenteel is er van interne spanningen geen sprake. De coronacrisis doet de regeringspartijen samenklitten. Elke dag verandert het wel en nieuwe cijfers over het stijgend aantal besmettingen doen de druk toenemen, maar het lijkt erop dat de federale regering de regels niet om de haverklap zal wijzigen. Ook de relatie tussen de federale ploeg en de Vlaamse regering waar N-VA wel in zetelt, lijkt zich te normaliseren. Het gedrag van Vlaams minister van Onderwijs Ben Weyts (N-VA) veroorzaakt voorlopig weinig ergernis bij excellenties elders.

Groen likt de wonden

Corona lijkt de regering-De Croo niet onder druk te zetten en ondanks de vage en irrealistische beloftes van het regeerakkoord hangt de ploeg nog aan elkaar. Het enige gevaar lijkt momenteel van interne partijstrubbelingen te komen. Te beginnen bij Groen. Daar likt men nog altijd de wonden na de pijnlijke vaudeville rond de aanduiding van de ministers. Kristof Calvo werd ‘kaltgestellt’ door Meyrem Almaci én door de machtige Gentse groenen. De Mechelaar werd in de pers als een soort slachtoffer opgevoerd, maar wie de partij een beetje kent, weet dat hij een intrigant eerste klas is.

De voorbije weken heeft Groen in elk geval aangetoond dat het een partij is als alle andere. De partij mag zich dan wel als moraliserende opvolger van de CD&V/CVP-profileren, het opgeheven groene vingertje komt nu echt belachelijk over.

Groen is ook het electorale momentum kwijt. 10 procent halen was in 2019 een minimum en sindsdien is de partij in elke peiling aan het verzwakken. Het klimaatdebat is naar de achtergrond verschoven en wanneer een Anuna De Wever of Greta Thunberg op TV komen, haalt iedereen de schouders op. Idem voor de groene ayatollah onder de Europese Commissarissen, Frans Timmermans. In deze economisch moeilijke tijden waarin de welvaart door corona wordt aangetast, heeft niemand een boodschap aan de groene pleidooien die de burger vooral veel geld zullen kosten.

Indien de peilingen in de toekomst verder neerwaarts gaan voor Groen – een beweging richting kiesdrempel is niet uitgesloten -, zullen de interne spanningen toenemen. En vroeg of laat vertaalt zich dat in de werking van de federale regering.

Geen rust bij de MR

Nu Georges-Louis Bouchez wordt begeleid door 10 politieke schoonmoeders, lijkt de rust bij de Franstalige liberalen van de MR teruggekeerd. Maar dat is slechts schijn. Er zijn nog altijd veel kritische stemmen te horen over de koers van de partij. Recent nog door Luiks kopstuk Christine Defraigne. Het wantrouwen overheerst en het ziet ernaar uit dat de electorale bonus die Bouchez door zijn rechts-belgicistische koers vaart zich nu tegen de partij aan het keren is. De MR wil de PS naar de kroon steken, maar dat lukt niet. Ondanks de opkomst van de PTB/PVDA blijft de PS de Waalse nummer één en de partij van Paul Magnette heeft met Werk, Pensioenen en Relance belangrijke sociaaleconomische departementen binnen gehaald.

De MR heeft, afgezien van KMO’s, geen echt departement waarmee ze bij de achterban kan uitpakken. Buitenlandse Zaken betekent voor ex-premier Sophie Wilmès vooral een minister die afwezig is. Bij de MR had men gehoopt op het zichtbare Binnenlandse Zaken of Justitie. Niet dus. Dat kan ertoe leiden dat MR-politici druk zetten op de regering en dossiers zoeken waarmee ze zich kunnen profileren. Met gesteggel als resultaat.

Open Vld-minister klapt uit de biecht

Bij de Vlaamse liberalen is het een stuk rustiger. Daar overheerst de euforie, zeker bij de jongerenafdeling. Nieuwkomers kunnen volop postjes op de kabinetten vullen. Maar de Open Vld wordt nu wel al geconfronteerd met contradicties. Net na het afsluiten van het regeerakkoord verkondigde Open Vld-voorzitter Egbert Lachaert ‘urbi et orbi’ dat er geen vermogensbelasting ging komen. Maar op De Afspraak op Vrijdag zei een euforische Vincent Van Quickenborne het tegendeel. Hij spreekt van een belasting op vermogens met het klassieke riedeltje dat enkel de superrijken dit zullen betalen. Iedereen weet dat dit onzin is. Nu zijn we het gewoon dat de Vlaamse liberalen hun beloftes snel inslikken, maar bijvoorbeeld een nieuwe effectentaks die wellicht de vermogens van net gepensioneerde zelfstandigen aantast, zal bij de krimpende achterban van de Vlaamse liberalen meer dan tandengeknars veroorzaken.