De inkt van het regeerakkoord is nog niet droog of een hele reeks sociaaleconomische tegenstrijdigheden worden nu al duidelijk. We halen er vier uit.

  1. Een slordige begrotingstabel

“Is dat hier een kleutertuin of wat?” Zo reageerde premier Alexander De Croo (N-VA) op de kritiek van Kamerlid Theo Francken (N-VA), die stelde dat in de begrotingstabel van de federale regering een totaal irrealistische 2,3 miljard euro aan inkomsten uit de strijd tegen fiscale en sociale fraude staat ingeschreven. Francken telde de jaarlijkse opbrengst uit de fraude op, De Croo stelde dat de cijfers in de tabel op het einde van de rit – 1 miljard euro in 2024, na 700 miljoen in 2023, 400 in 2022 en 200 in 2021 – de cumulatie zijn van vier jaren en dat men niet elk jaar bij het andere mag optellen. Het leidde tot een heftige discussie bij economen.

Het is hier niet de bedoeling een wiskundig gedetailleerde analyse te maken, maar wel staat vast dat de begrotingstabel van de federale regering zeer slordig is opgesteld. Voor fiscale en sociale fraude zijn de inkomsten van 1 miljard euro in 2024 de som van alle inkomsten van de voorbije jaren, maar voor andere posten zoals de relance-uitgaven is het cijfer voor 2024 van 350 miljoen euro enkel het budget voor dat jaar. De hogere uitgaven aan het begin van de legislatuur (waaronder 753 miljoen euro in 2021) worden bijvoorbeeld niet meegeteld aan het einde van de rit. Hetzelfde geldt voor de inkomsten uit fiscale regularisaties. Die brengen in 2023 zo’n 120 miljoen euro op, maar in 2024… 0 euro. Daar worden de bedragen van de verschillende jaren plots niet opgeteld. Het is zeer verwarrend en bevestigt de indruk dat de federale regering voor economische hocus pocus kiest.

  1. Absurde werkgelegenheidsambities

Het is niet anders met de ambities rond jobcreatie. De werkzaamheidsgraad, die nu zo’n 68,5 procent bedraagt, moet tegen 2030 stijgen naar 80 procent. Dat betekent 700.000 banen extra of 70.000 per jaar. Dit zijn absurde ambities en wel om twee redenen. Ten eerste is een toename van de werkzaamheidsgraad met 1 procent nooit gelukt in het verleden, zelfs in tijden van hoogconjunctuur. Ten tweede vergt zo’n ambitie grondige arbeidsmarkthervormingen. Die zien we dus niet. Elke discussie daarover wordt doorgeschoven naar de sociale partners. Men moet een naïeve optimist zijn om te denken dat zij grondige hervormingen voorstellen zoals een meer flexibele arbeidsmarkt en verloning.

  1. Een vermogenstaks of niet

Het is en blijft de reden die Open Vld-voorzitter Egbert Lachaert aanhaalt om niet in zee te gaan met de N-VA: de Vlaams-nationalisten zouden het met de PS op een akkoord hebben gegooid om een meerwaardebelasting op aandelen in te voeren en zo de gemiddelde spaarder en belegger (meestal een Vlaming) te pluimen. Er komt geen vermogenswinstbelasting volgens Open Vld. Kan best zijn, maar ondertussen is aan Franstalige kant een ander verhaal te horen. PS-voorzitter Paul Magnette had het over een bijdrage van de allerrijksten om de uitgaven in de gezondheidszorg te betalen. Dat is dan geen vermogenswinstbelasting of een taks op de meerwaarde die men uit het vermogen haalt. Neen, de PS wil het vermogen zelf belasten. Dat is een vorm van financiële onteigening. Nu zou je kunnen zeggen: dat geldt enkel voor de kleine groep superrijken. Kan zijn, maar hoe moet men dan de geleidelijke uitholling van het bankgeheim zien? Dit is niet alleen een manier om fiscale criminelen te zoeken, maar helpt bij het opstellen van een vermogenskadaster. Dat vervolgens de deur openzet voor een veralgemeende vermogensbelasting.

  1. Onduidelijkheid over het minimumpensioen

Sluitstuk van het Vivaldi-regeerakkoord is het minimumpensioen aan 1.500 euro in 2024. Voor iedereen? Na een volledige loopbaan? Netto of bruto? Het is onduidelijkheid troef. Franstalige liberalen, socialisten en groenen waren daar vorige donderdag, nog voor de eedaflegging van de regering, over aan het ruziën. De kostprijs van de ingreep, zo’n 3 miljard euro volgens sommigen, maakt het weinig realistisch dat elke gepensioneerde in 2024 minstens 1.500 euro per maand op de rekening ziet verschijnen. Netto of bruto.