Toen hij destijds als minderjarige politieke vluchteling in Leuven terecht kwam, dacht hij dat dit voor korte duur zou zijn. Dat was vier decennia geleden, een periode waarin hij uitgroeide tot het gelaat van het Koerdisch Instituut. Met Derwich Ferho hadden we het over de Turkse angst voor diversiteit, de strijd tegen IS, maar ook hoe de Koerden garant staan voor de christelijke minderheden in de ruime regio.

Sinds jaar en dag bevindt het Koerdisch Instituut zich in een pand in Sint-Joost-ten-Node, gelegen in een weinig inspirerende wijk in wat nog altijd de kleinste en armste Brusselse gemeente is, maar – de hoofdstedelijke paradox op zijn best – tegelijk ook op wandelafstand van de Maria-Louiza square waar de ene Art nouveau-parel de andere verdringt. En sinds dag één wordt deze instelling geleid door Derwich Ferho die in 1977 op 16-jarige leeftijd als politiek vluchteling naar dit land kwam. “We kochten dit pand in de jaren negentig van de vorige eeuw”, legt hij uit terwijl we de smalle trappen richting zijn kantoor bestijgen. “De legendarische Guy Cudell was toen nog burgemeester.” Hij zou het 46 jaar lang blijven tot hij er in 1999, vlak voor het einde van de legislatuur, op 82-jarige leeftijd het bijltje bij neerlegde. Het is meer dan een symbool dat vandaag Emir Kir er de sjerp draagt, net de man die begin dit jaar uit de PS gezet werd wegens zijn iets te innige banden met de Turks-nationalistische Grijze Wolven en aanverwanten.

Minderjarige vluchteling

Het traject dat Derwich Ferho aflegde is materiaal voor een filmscenario. Gevlucht uit zijn dorp in Noord-Koerdistan (Zuid-West Turkije), ging het via Istanbul tot in… Leuven. “Dat ik in Vlaanderen terecht kwam is puur toeval”, legt hij uit. “Mijn oorspronkelijk idee was om naar Zweden te gaan, waar een verre oom van mij assistent was aan de Universiteit van Göteborg. Maar het werd dus die andere universiteitsstad (glimlacht).”

Net geen 17 was hij toen. Waarom op zo’n jonge leeftijd op de vlucht slaan? “Nadat vijf Jezidi-Koerden door Turkse militairen vermoord werden, organiseerden wij een protestactie op school”, stelt hij. “Meer was niet nodig om in de problemen te komen. In eerste instantie vluchtte ik naar Istanboel, waar mijn oudere broer woonde. Ook hij was erg begaan met de Koerdische zaak, wat hem zelfs enkele jaren gevangenis opleverde. Mijn ouders vonden dat één van ons moest vertrekken, twee zonen met ‘politieke moeilijkheden’, dat was wat van het goede te veel. Omdat ik, in tegenstelling tot mijn broer, geen gezin had, besloot ik te vertrekken. Aanvankelijk met de idee om na maximum vijf jaar terug te keren, maar kijk, het zijn er inmiddels al meer dan veertig jaar, en nog steeds zonder perspectief om terug naar Koerdistan te verhuizen. Jaren geleden kon ik zelfs de begrafenis van mijn ouders niet bijwonen (zie kaderstuk “Vermoord door verraders”).”

Koerdisch Instituut

Een uitheems accent heeft hij nog altijd, maar taalkundig gesproken is zijn Nederlands perfect. “Ik werd in Leuven goed opgevangen, kreeg onmiddellijk lessen Nederlands en de kans om hier school te lopen”, vertelt hij. “Weet u, de namen van mijn leerkrachten ken ik nog altijd. Als een van hen ziek werd, kreeg ik gedurende een dag vervanging van Martine Tanghe (lacht). Toen ik hier aankwam ben ik andere Koerden beginnen zoeken, wat niet echt een succes was. De meesten vond je in Limburg en de streek van Charleroi, direct gevolg van de gastarbeid uit Turkije. Maar de angst om zich openlijk als Koerd te manifesteren was groot. Uiteindelijk waren we met zeven toen we met een bescheiden vzw van start gingen.”

“Officieel heette het een arbeiders- en studentenwerking te zijn, maar na dik tien jaar veranderden we van naam. We hadden eigenlijk geen arbeiders en ook geen studenten meer in onze rangen (lacht). Geïnspireerd door het Institut Culturel de Paris waarvan ik zelf ook in de Raad van Bestuur zetelde, werd het dus Koerdisch Instituut. Niet enkel de naam wijzigde, ook onze activiteiten. Meer dan voorheen trokken we richting media, academische wereld en politici, ongeacht hun kleur, ook al zal het niet verbazen dat zeker in Vlaams-Nationale hoek de meeste sympathie voor de Koerdische zaak lag en ligt. Op zich is het logisch dat we zo breed mogelijk gaan in onze communicatie. Het dient de Koerden het beste, maar het ligt ook in de lijn van wat je als deels gesubsidieerde instantie moet doen. We krijgen al jaren een erg gewaardeerde steun van de VGC.”

De angst van Ankara

Derwich Ferho heeft zo zijn theorie die de diepgewortelde en vergaande anti-Koerdische houding van Ankara verklaart. “Etnisch en taalkundig is de Turkse republiek veel heterogener dan men vaak denkt”, legt hij uit. “Ongeveer één derde van de bevolking is Koerdisch, maar er zijn nog andere minderheden, zij het kleiner dan wij. Wij hebben een oude cultuur, een rijke ook, net als een sterk ontwikkelde taal. Onze culturele traditie is trouwens veel ouder dan de Turkse. We laten ons niet zomaar assimileren, dat is de voorbije honderd jaar wel gebleken. Nu vrezen de Turken dat wanneer ze diversiteit en dus onze rechten erkennen binnen de grenzen van de republiek, ze hun machtspositie zullen verliezen. En dan heb je natuurlijk ook de strategisch ligging van Koerdistan, zij het verspreid over verschillende landen. We zijn een brug tussen Oost en West waar men graag de controle over houdt.”

Bewogen regio

Het is geen overdrijving te stellen dat de Koerden de voorbije jaren hun afspraak met de geschiedenis niet gemist hebben. In de chaos van het Midden-Oosten zagen ze alvast opportuniteiten om vormen van bestuurlijke autonomie tot stand te brengen. Een onverhoopte kans?

“Ik denk dat we als Koerden de voorbije jaren wel wat bewezen hebben”, aldus Ferho. “Ondanks de chaos waarin Irak terecht kwam, slaagden we erin een vorm van zelfbestuur in het Noorden van het land uit te bouwen. Daar leverden we het bewijs dat je ook in de regio in een vorm van democratie kan leven. Misschien niet zoals dat in het Westen bestaat, maar een model dat toch haaks staat op de terreurregimes die schering en inslag zijn in dit deel van de wereld. Maar we bewezen ook dat we bereid zijn te strijden voor onze vrijheid en autonomie. Vriend en vijand erkennen de belangrijke rol die wij als Koerden gespeeld hebben in het verslaan van IS. Meer dan 12.000 slachtoffers vielen er aan onze kant. Het is een zware prijs die we betaald hebben, zij het voor een hoger doel.”

Hoe duurzaam is hetgeen bereikt werd? Per slot van rekening wordt de Syrische wespennest gekenmerkt door betrokken partijen die elk hun agenda nastreven. Waar de Koerdische strijders erg nuttig waren in de militaire confrontatie met IS, zijn ze dat in de realiteit van vandaag misschien veel minder. “Het klopt dat we erg alert moeten blijven, ook naar IS toe. Want maak u geen illusies: militair werden ze verslagen, hun ideologie bestaat nog altijd en ooit komen ze terug. Waar? Ik heb er het raden naar, maar het zou een grote vergissing zijn te denken dat dit probleem helemaal van de baan is.”

Ondertussen heb je een Amerikaanse terugtrekking én een agressiever Turkije. “En dat kan erg gevaarlijk voor ons Koerden zijn. Zo hebben we de regio Afrin verloren nadat die door de Turken militair ingenomen werd. Het was nochtans een gebied dat door onze ‘volksbeschermingseenheden’ van de YPG bevrijd werd. Dat niemand tussenkwam tijdens de Turkse operatie is de beste illustratie dat als puntje bij paaltje komt we op onszelf aangewezen zijn.”

Garanties voor de Christenen

In dit blad gaat wel wat aandacht naar de Christenen uit het Midden-Oosten. Zo verschenen tijdens de vakantiemaanden onder meer interviews met Johny Meso (voorzitter van de Wereldraad der Arameërs), Jakob Kürüm (lid van de Chaldeeuws-Katholieke gemeenschap in Mechelen) en de Assyriër Kado Athra. Ze wijzen de Koerdische autoriteiten met de vinger. De Christenen, zo luidt de essentie van hun kritiek, worden op sommige vlakken zelf regelrecht gedwarsboomd door de Koerden die het vooral voor zichzelf opnemen. Onterecht? “Inderdaad, om de eenvoudige redenen dat die bewering gewoonweg niet correct is”, antwoordt Derwich Ferho licht gepikeerd. “Met kritiek heb ik geen probleem, maar die moet dan wel gefundeerd zijn, wat hier niet het geval is. Kijk, ik heb alle begrip voor de pijnlijke geschiedenis van deze christelijke volkeren de voorbije eeuw. De fysieke maar ook aanhoudende culturele genocide waaraan ze blootgesteld zijn heeft hen bijna volledig van de kaart geveegd. Hoeveel gingen niet in de diaspora, of lieten er het leven bij? Wij als Koerden zijn met zoveel meer, waardoor we hun grootste waarborg zijn. Onze regio is rijk aan godsdiensten die zelfs de verschillende etnische groepen doorkruisen. Er zijn Koerden die Soennieten zijn, sommige Sjiieten en ook Alawieten, zoals staatssecretaris Zuhal Demir. En om het ingewikkeld te maken: er zijn verschillende soorten Alawieten. Turkse Alawieten zijn Moslim, de Koerdische zijn dat niet – volgt u nog (lacht)? Het punt dat ik wil maken is dat omgaan met zo’n diversiteit een evidentie is voor ons. Het is op een ander echelon dat men die verdeeldheid wil zaaien. Binnen de gebieden die door de Koerden bestuurd worden bestaat net een grote tolerantie en wordt alles in het werk gesteld om zelf de kleinste minderheid onderwijs in eigen taal te verschaffen, net het omgekeerde van wat Turkije dus doet.”


“De Vlaamse taalstrijd is een inspiratiebron voor mij”

“Het grote voordeel van in Vlaanderen te wonen is dat een erg unieke geschiedenis voor je opengaat”, vertelt Derwich Ferho. “Wat me snel aansprak was de taalstrijd die jullie gevoerd hebben. Nu besef ik ook dat je met vergelijkingen erg voorzichtig moet zijn. De Vlaamse realiteit is anders dan de Koerdische, al was het maar omdat jullie een numerieke meerderheid zijn. Het ging natuurlijk tergend traag, maar de resultaten zijn er wel. De taalstrijd is een voorbeeld dat ik graag aanhaal bij mijn volksgenoten, al was het maar om te illustreren dat er andere paden dan die van het gewapend verzet mogelijk zijn. Te veel Koerden zien het opnemen van de wapens als het enige mogelijke antwoord op de repressie waarvan we een slachtoffer zijn. Jammer genoeg is er vaak geen andere weg mogelijk, maar er doen zich ook andere omstandigheden voor. En in die zin kan de historiek van de Vlaamse Beweging inspireren.”


“Vermoord door verraders”

Een kleine vijftien jaar geleden werd zijn familie door het noodlot getroffen. De bejaarde ouders van Derwich Ferro bleken in hun dorp in Turks Koerdistan te zijn mishandeld en vermoord – het voorval haalde toen de nationale en internationale pers. Naar verluidt kregen ze al een tijdje bedreigingen, een direct gevolg van de – en we citeren – “anti-Turkse activiteiten van hun beide zonen in ons land”. “Naar alle waarschijnlijkheid werden ze vermoord door een moordcommando”, legt hij uit. “Alles wijst erop, niet in het minst de brutaliteit waarmee ze tewerk gingen. Aanvankelijk heeft men getracht het voorval als een uit de hand gelopen burenruzie voor te stellen. Daarna werd het roofmoord. Maar wij weten wel beter. Wellicht was het commando         begeleid door zogenaamde Koerdische ‘dorpswachters’, collaborateurs zeg maar. Mijn moeder opende immers enkel de deur wanneer Koerdisch gesproken werd en er was geen enkele aanwijzing van inbraak. Het zegt wel wat over de complexiteit van de Koerdische strijd. Mijn ouders werden vermoord door verraders van ons volk.”