Even terugblikken naar 2018: toenmalig minister van Financiën Johan Van Overtveldt (N-VA) en staatssecretaris van Asiel en Migratie Theo Francken (N-VA) bestelden een studie bij de Nationale Bank van België over de economische impact van migratie, een primeur in België. Het was de bedoeling om eindelijk een objectief debat over het economische aspect van migratie te kunnen voeren. De NBB werd ondersteund door een wetenschappelijk comité, waarin onder meer Stijn Baert, arbeidseconoom verbonden aan de Universiteit Gent, zetelden.

De langverwachte studie liet evenwel twee jaar op zich wachten en werd herhaaldelijk uitgesteld, maar zag vorige week eindelijk het daglicht. Er werd gespeculeerd dat de publicatie van het rapport over de verkiezingen werd getild uit electorale overwegingen. Dat werd evenwel ontkend door Pierre Wunsch, gouverneur van de NBB. “Voor zij die zich afvragen waarom het tot na de verkiezingen duurde, kan ik antwoorden dat het niet de gewoonte is van de Nationale Bank om informatie achter te houden”, zei de gouverneur.

Voor de studie baseerden de onderzoekers zich op de cijfers van de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid tot 2016. Hierdoor ontstaat meteen een belangrijke lacune, aangezien een significant deel van de migratiebevolking niet wordt opgenomen in het onderzoek. De KSZ bevat immers alle personen die in het Rijksregister zijn opgenomen, “waardoor buitenlanders zonder verblijfstitel, asielzoekers, gedetacheerde werknemers, tijdelijke werknemers of seizoenarbeiders buiten de analyse vallen”. Dit punt van kritiek wordt ook door voormalig staatssecretaris van Asiel en Migratie Theo Francken (N-VA) aangestipt. “Grote manco is dat de kostprijs van illegaliteit niet wordt berekend”, merkt Francken op. Volgens hem gaat het zonder meer om een “miljardenfactuur”.

Volgens de gebruikte gegevens was 69,8 procent van de volledige Belgische bevolking autochtoon, 16,5 procent tot de ‘eerste-generatie-immigrant’ en 13,7 procent ‘tweedegeneratie-immigrant’.

  1. Impact op de overheidsfinanciën

Een eerste vaststelling van de studie is dat de nettobijdrage aan de overheidsfinanciën – dus het aantal belastingen min het aantal ontvangsten, zoals pensioenen of uitkeringen – van de categorie ‘eerste-generatie-migranten’ lager is dan het nationaal gemiddelde. Een tweede, op het eerste zicht mogelijk opmerkelijke, vaststelling is dat ‘tweede-generatie-migranten’ gemiddeld meer netto bijdragen dan zowel het nationaal gemiddelde als dat van de autochtone bevolking.

Volgens de NBB ligt de verklaring voor de cijfers in de “positie op de arbeidsmarkt en de leeftijd”. Aangezien minder mensen in de eerste generatie werk hebben, of omdat het werk dat ze doen lagere lonen uitbetaalt, betalen ze minder belastingen. Anderzijds draagt de tweede generatie meer bij omdat tweede generatiemigranten op dit moment een groter aandeel jongeren en mensen op arbeidsleeftijd tellen, terwijl de autochtone bevolking gemiddeld ouder is en dus meer gepensioneerden telt.

Deze vaststellingen leidden tot optimistische krantenkoppen van het genre “Tweede generatie migranten draagt bovengemiddeld bij aan overheidsfinanciën”, maar bij zowel N-VA als Vlaams Belang is te horen dat de besluiten misleidend zijn. “Men vergelijkt appelen met peren”, merkte Francken op. De critici krijgen bijval van de Nederlandse statisticus Jan van de Beek, die de presentatie en berekening van de resultaten “onprofessioneel en misleidend positief” noemt.

De resultaten zijn immers slechts een momentopname van het heden, terwijl de NBB nalaat om een zogenaamde ‘generatierekening’ te maken. Het is volgens van de Beek nochtans “een internationale wetenschappelijke standaard om de totale nettobijdrage voor groepen te berekenen over de hele levensloop”. De Nederlandse statisticus deed wél zo’n generatierekening – op basis van gegevens die gewoon in de NBB-studie staan – en kwam tot de conclusie dat een allochtoon van de tweede generatie de Belgische schatkist doorheen zijn levensloop héél wat meer kost dan een autochtoon (217.360 euro meer, of 146.447 euro meer wanneer contant gemaakt tegenover rekenrente van 1%).

  1. Integratie op de arbeidsmarkt

Verwijzend naar het eerste luik, merkt de NBB in het tweede deel van de studie op dat “de bevindingen in het deel over de overheidsfinanciën sterk afhangen van de mate waarin immigranten op de arbeidsmarkt zijn geïntegreerd”. Hier scoren allochtonen in heel de EU slechter dan autochtonen, maar ons land doet het nog slechter dan de meeste landen. Zo had slechts 61 procent van de immigranten in 2019 werk, bijna 12 procentpunt lager dan voor wie in België geboren is.

Hier tekent zich verder een gigantische kloof af tussen migranten afkomstig van buiten de Europese Unie en diegenen die afkomstig zijn uit andere EU-landen, en een nog grotere kloof tussen de verschillende generaties (eerste en tweede). In andere woorden: immigranten uit andere EU-landen vinden over het algemeen makkelijker werk dan niet-EU-migranten en de tweede generatie immigranten vindt op zijn beurt véél gemakkelijker werk dan de eerste generatie.

Een van de hoofdverklaringen voor de slechte Belgische cijfers is het scholingsniveau. Zo zijn migranten in België gemiddeld lager geschoold dan in andere EU-landen. De verklaringen voor de verschillen zijn volgens de NBB echter complex en niet “alleen te herleiden tot persoonlijke kenmerken zoals leeftijd, geslacht, scholingsniveau, gezinssamenstelling en verblijfplaats”.

Een van de meest opvallende vaststellingen is dat het migratiekanaal een belangrijke verklarende factor kan spelen. Zo blijkt dat migranten die via gezinshereniging – het belangrijkste migratiekanaal, goed voor 41 procent van de migranten – naar België zijn gekomen “30 procentpunten minder vaak werk hebben dan arbeidsmigranten en 34 procentpunten minder vaak toetreden tot de arbeidsmarkt”. Ook asielzoekers scoren over het algemeen slecht op de arbeidsmarkt.

“De werkgelegenheidsgraad van immigranten (en hun kinderen) opkrikken is van essentieel belang om hun bijdrage aan de overheidsfinanciën te vergroten”, besluiten de onderzoekers van de NBB. Dit deel van de studie en de bijhorende conclusies zijn, zoals te verwachten valt, een stuk minder controversieel dan het eerste deel. Zowel N-VA’er Francken als Vlaams Belang-Kamerlid Dries Van Langenhove zien hierin een bevestiging van wat zij al langer beamen. “De tewerkstellingskloof tussen autochtonen en migranten is in weinig Europese landen groter”, merkt Van Langenhove op.

  1. Globale impact op de economie

De NBB vergeleek tot slot twee scenario’s: een waarin in de vijf jaar voor 2017 geen immigratie plaatsvond en een ander waarbij dit wel gebeurde. Uit dit model blijkt volgens de NBB dat immigratie het Bruto Binnenlands Product (BBP) met 3,5 procent deed stijgen. Zowel de immigratie vanuit de EU-landen en niet-EU-landen had hierop een positief effect, met een stijging van respectievelijk 2 procent en 1,5 procent. In eerste instantie is dit een gevolg van de groei van de bevolking door immigratie – een grote bevolking betekent een grotere economie. Zo leidde de immigratie in de laatste jaren tot een bevolkingsgroei van 2,7 procent, gelijkmatig verdeeld over EU- en niet-EU-migranten. Toch is de BBP-groei ook per hoofd van de bevolking positief: namelijk 0,7 procent.

De werkloosheidscijfers stegen wel licht, met 0,2 procentpunt, als gevolg van de immigratie. Ook hier is een verschil waar te nemen tussen EU- en niet-EU-migranten. De stijging is vooral op het conto van deze laatste categorie toe te schrijven.

Volgens de studie werden “geen schadelijke gevolgen van de immigratie voor de autochtonen in termen van loon, werkloosheid, participatie, netto-inkomen of welvaart vastgesteld”. Andere migranten worden vaker negatief beïnvloed dan autochtonen. Opnieuw benadrukt de NBB dat de “globale positieve impact van immigratie afhangt van de integratie van immigranten op de arbeidsmarkt”.

Ook deze besluiten moeten volgens Francken kritisch bekeken worden. “Ik stoor me aan het feit dat de NBB spreekt over een positieve invloed van migratie op het BBP. Dat is natuurlijk macro-economisch. Tijdens de grote Europese asielcrisis van 2015-2016 steeg het BBP van Duitsland fors wegens extra miljardenuitgaven voor asielopvang, bed, bad, brood en begeleiding. maar zagen we wel een daling van het BBP per capita en dus een individuele verarming van de Duitser”, zegt de N-VA’er.

Staatssecretaris van Asiel en Migratie Sammy Mahdi (CD&V): “Inzetten op integratie, onderwijs en bestrijden van discriminatie op de arbeidsmarkt”

Zowel Vlaams Belang als N-VA blijven dus grotendeels op hun honger zitten. Vlaams Belang-Kamerleden Wouter Vermeersch en Van Langehove noemen de studie zelfs “drastisch onvolledig”. “De kostprijs van onder andere de migratie inzake onderwijs, veiligheid, justitie en huisvesting werd niet eens meegerekend”, klinkt het.

“Deze studie toont in elk geval aan dat het essentieel is om in te blijven zetten op een hogere werkzaamheidsgraad en betere opleiding voor de migranten die hier al zijn, en op strengere migratiewetgeving en een Australisch asielmodel tegen illegale migratie voor zij die in de toekomst wensen te komen”, besluit Francken.

Kersvers staatssecretaris van Asiel en Migratie Sammy Mahdi (CD&V) merkt op dat de studie enkele positieve conclusies heeft. “Maar we moeten opletten dat we mensen niet enkel bekijken als bbp-producten. Migratie gaat naast economie ook over samenleven”, zegt de CD&V’er. Hij erkent tegelijkertijd dat het luik over de arbeidsmarkt een aantal pijnpunten bloot legt. “Er zijn nog te weinig migranten aan het werk in vergelijking met Belgen”, aldus Mahdi. Hij noemt als uitdagingen “het versterken van integratie, het bestrijden van discriminatie en onderwijs dat voldoende gelijk maakt”.

“Het is een goeie zaak dat Vlaanderen al langer inzet op verplichte integratie, het is goed dat Brussel en Wallonië recent beslist hebben om dit ook te doen. Wie Frans of Nederlands kent, heeft 19 procent meer kans op een job. Alleen zo maken we van migratie een geslaagd verhaal”, zegt de staatssecretaris.