De grote mediagroepen van de VS hebben Joe Biden dus uitgeroepen tot volgende president. Dat is de traditie, en zo gaat het ook bij ons: nog voor de laatste stem geteld is, wordt in televisiestudio’s al gediscussieerd over winnaars en verliezers. Toch is dat riskant, zeker als de verschillen klein zijn. In 2000 riepen mediagroepen de Democraat Al Gore uit tot de winnaar in de staat Florida, en daardoor zou hij president worden. Maar het Republikeinse Bush-kamp vroeg en verkreeg een hertelling, en won de staat en het presidentschap op basis daarvan.

Wat weinig bekend is, is dat Bush uiteindelijk in Florida won, niet omdat het Hooggerechtshof van Florida op 8 december 2000 een volledige hertelling bevolen had, maar integendeel omdat het Amerikaanse federale Hooggerechtshof in Washington daarna met het arrest Bush versus Gore van 12 december 2000 de hertelling liet… stilleggen. De Amerikaanse federale wet bepaalt immers dat 12 december een absolute deadline is: dan móet de uitslag bekend zijn. In Florida kon de volledige hertelling onmogelijk afgerond worden voor 12 december, en dus werd ze door het federale Hooggerechtshof beëindigd. Bush won Florida zo met 537 stemmen op basis van een gedeeltelijke hertelling. De deadline van 12 december is dus gegoten in beton. Alle procedures van Trump zullen voor 12 december tot resultaat moeten leiden, anders is de strijd definitief beslecht.

Stevig dossier?

Als de gewone mens ‘kiesfraude’ hoort, dan denkt hij aan snoodaards die stembrieven wegstoppen of vals zelf invullen. En dus werden sociale media overspoeld met videoclipjes van een luie postbode die een pak stembrieven in een container kapt, of een telgetuige die iets verdachts doet met een balpen… De advocaat haalt dan zijn schouders eens op. Niet alles is wat het lijkt, en niet alles wat verboden is, kan voor een rechter bewezen worden. Een advocaat die ‘kiesfraude’ wil hard maken voor een rechter, zal grootschalige fouten of bedrog moeten bewijzen die een mogelijk effect kunnen hebben op het resultaat van een ganse staat, en zo misschien op het ganse presidentschap. Dat is een hoge horde om te nemen.

Heeft het Trump-kamp vandaag zoiets in handen? Volgens de verenigde mainstream-pers niet. Maar uit wat de voorbije dagen uitlekte, blijkt dat we een handvol plekken de volgende weken toch bijzonder in het oog moeten houden: Nevada, Pennsylvania, de stad Philadelphia en de stad Detroit. Laten we vandaag even stilstaan bij de eerste twee.

Nevada

Verschillende Amerikaanse staten hadden al wetgeving waarbij kiezers, die daarom verzoeken, een stembiljet toegestuurd krijgen waarmee ze per brief kunnen stemmen. In het verleden diende dat vooral om een relatief beperkt aantal mensen een verre verplaatsing naar een stembureau te besparen. Nevada besliste echter om bijna 1,8 miljoen stembrieven per post toe te sturen aan álle geregistreerde kiezers, ook als ze daar niet om gevraagd hadden. Trump had gewaarschuwd voor chaos, en dat werd het ook. Nevada kent geen betrouwbaar bevolkingsregister, want Amerikanen zouden zo’n inbreuk op hun privacy nooit aanvaarden. Op de lijst van geregistreerde kiezers staan dus duizenden kiezers die verhuisd zijn (binnen de staat), de staat verlaten hebben of zelfs overleden zijn.

Een Vlaming die in Nevada woont, bevestigde in het VTM-Nieuws dat hij op zijn adres drie (3) kiesbrieven kreeg toegestuurd van mensen die daar al lang niet meer wonen. “Als ik gewild had, had ik die kunnen terugsturen en drie keer voor Biden stemmen”, zo bevestigde hij. De Trump-juristen maakten bekend: we kunnen zo tienduizenden gevallen bewijzen, en meteen werden ook stembiljetten van overledenen getoond. Een keiharde zaak, zo lijkt het mij. Dit wordt absoluut te volgen.

Pennsylvania

Een andere interessante plek wordt Pennsylvania, omdat de juridische vijandelijkheden daar al voor de verkiezingen geopend werden. De mogelijkheid om massaal per post te stemmen werd hier door de Democraten pas een jaar voor de verkiezingen ingevoerd. Waarschuwingen door Trump voor een vloedgolf aan stembiljetten werden genegeerd. Al gauw barstte een juridische strijd los over de uiterste datum waarop die stembiljetten per post mogen ontvangen worden.

De zaak werd uitgevochten voor het Hooggerechtshof van Pennsylvania, waar de Democraten een meerderheid hebben bij de rechters. De kieswet zegt dat stembiljetten moeten ingediend zijn voor acht uur ‘s avonds op de dag van de verkiezingen. Maar het Hooggerechtshof, met zicht op de vloedgolf die op komst was, besliste dat stembiljetten ook zouden geteld worden als ze arriveerden tot de vrijdag na de verkiezingen. Die stembiljetten moesten ofwel een poststempel hebben van 3 november, ofwel géén poststempel. Ook in dat laatste geval zouden ze moeten geteld worden.

Slaagkansen?

Wat voorspeld was, kwam uit: Trump won Pennsylvania op verkiezingsdag, maar de nadien toestromende stembiljetten per post beslisten voor Biden. Trump trok nu naar het federale Hooggerechtshof in Washington. Dat besliste nog niet ten gronde, maar nam wel een voorlopige maatregel: alle stembiljetten die gearriveerd zijn na verkiezingsdag, moeten apart bewaard worden. Lees: zodat het Hooggerechtshof die eventueel nadien allemaal ongeldig kan verklaren.

Er hangt dus een donkere schaduw voor de Democraten boven Pennsylvania. Als het federale Hooggerechtshof in Washington beslist dat de kieswet van Pennsylvania strikt moet toegepast worden, en dat het Hooggerechtshof van Pennsylvania zijn boekje te buiten ging door de wettelijke deadline met dagen te verlengen, dan verdwijnen honderdduizenden late poststemmen voor Biden in de vuilnisbak. Dan kan voor Trump alles in één klap veranderen.

Hoeveel kans van slagen heeft zo’n procedure? 50 procent. De juridische argumenten van het Trump-kamp lijken sterk: de wet is de wet. Maar zijn Amerikaanse rechters bereid de enorme politieke gevolgen te trotseren als ze Joe Biden, die al door het halve land gevierd is als ‘nieuwe president’, zo mogelijk uit het zadel te lichten? Dat wordt de grote vraag.

Toga