Hongarije, Polen en Slovenië blokkeren de goedkeuring van de EU-begroting. Ook het herstelplan rond de coronacrisis wordt daardoor uitgesteld. Deze landen hebben overschot van gelijk. Hen wordt gevraagd een ideologisch sanctiemechanisme goed te keuren waarvan ze zelf de eerste slachtoffers zouden zijn. De Hongaarse premier Viktor Orban schreef een brief naar EU-president Michel met de boodschap dat hij zijn veto pas zou opheffen wanneer de begroting niet meer gekoppeld wordt aan het systeem om rechtse regeringen in Centraal-Europa te bestraffen.

“Hier sta ik, ik kan niet anders”, schreef Orban in die brief. Het waren de woorden van Maarten Luther, toen die in 1521 voor de Rijksdag van Worms weigerde zijn geloofsopvattingen af te zweren. De analogie is gepast. De Europese links-liberale orthodoxie behandelt de conservatieve regeringen van Polen en Hongarije als afvalligen die moeten gedwongen worden tot een keuze tussen bekering en bestraffing.

Kolonialisme

Wie de West-Europese pers leest of de traditionele politici bezig hoort, krijg de indruk dat zij de staten die vroeger achter het IJzeren Gordijn lagen nog altijd als een beetje ‘achter’ beschouwen. Er schuilt zelfs wat kolonialisme in het idee dat de blanke wilden daar de ‘beschaving’ van het westelijk gedeelte nog moeten overnemen.

De blootstelling aan politieke en culturele ideeën uit het Westen is er nochtans overvloedig geweest. Het lijkt er steeds meer op dat Centraal-Europa die opvattingen wetens en willens verwerpt. De Polen en Hongaren willen geen islamitische immigratie, staan sceptisch tegenover een Europese superstaat en blijven gehecht aan traditionele waarden. Hun keuze is bewust, niet het gevolg van achterlijkheid. Ook in de buurlanden groeit het verzet tegen het politieke kolonialisme van de westelijke EU-leden.

Het mechanisme dat de EU hen nu wil opdringen bestaat uit een systeem van financiële sancties voor landen die ‘de rechtstaat niet respecteren’. Iedereen weet dat daarmee Polen en Hongarije bedoeld worden, samen met andere Centraal-Europese staten die de neiging vertonen hun voorbeeld te volgen. Beide landen hebben inderdaad een aantal justitiële hervormingen doorgevoerd, maar die zijn voor de critici in het Westen alleen maar een stok om de hond te slaan. De echte vijandigheid gaat veel dieper.

De EU is een onverdraagzaam ideologisch project geworden

Je mag gerust lachen met een EU die in alle ernst beweert zich zorgen te maken over de rechtsstaat in Hongarije en Polen. We hebben het hier over een organisatie die doof en stom bleef bij de Spaanse repressie tegen het democratisch gesteunde autonomiestreven van Catalonië. Verschillende Catalaanse ministers en parlementsleden zuchten al drie jaar in een Spaanse gevangenis om zuiver politieke redenen, zonder enig teken van Europese interesse in hun lot.

Je mag nog harder lachen als België hoogdravende verklaringen aflegt over het gevaar voor de rechtsstaat in andere EU-landen. In ons land zijn de helft van de leden van de hoogste rechtbank, het Grondwettelijk Hof, niet zomaar politiek benoemd, maar zijn het gebuisde politici die over geen enkele juridische opleiding of ervaring dienen te beschikken. Ook de aanstellingen in de Raad van State verlopen via een politieke verdeelsleutel. Deze verdeling gebeurt trouwens niet proportioneel en democratisch: het Vlaams Belang wordt uitgesloten van benoemingen in het Grondwettelijk Hof en de Raad van State, een praktijk waaraan de N-VA helaas haar medewerking verleent. En dan hebben we het nog niet over de manier waarop hier in 2004 met het Vlaamse Blok werd omgegaan. Orban heeft nog geen oppositiepartijen buiten de wet gesteld.

Cultuuroorlog

De echte reden voor de strafexpeditie tegen Polen en Hongarije heeft dan ook geen sikkepit te maken met een oprechte bezorgdheid over democratie en rechtsstaat. In deze landen worden waarden verdedigd waarvoor de culturele en politieke elites in het Westen allergisch zijn geworden. Daar gaat het over. De Polen en Hongaren hebben gezien wat immigratie heeft aangericht in onze landen en bedanken ervoor. Ze verdedigen het traditionele gezin en vinden niet dat tolerantie voor homo’s en transgenders moet ontaarden in een virulente, onverdraagzame ideologie die bijvoorbeeld het bestaan van geslachten ontkent. Ze zien hun geschiedenis als iets om fier op te zijn, niet als iets om je obsessief over te schamen of te verontschuldigen.

Wie wat verder kijkt, ziet die tegenstelling ook in het financieringsmechanisme duidelijk aanwezig. Journalisten en politici hebben het steeds over een systeem dat ‘de rechtsstaat’ moet beschermen. “Voor het eerst wordt het respect voor de rechtsstaat een beslissend criterium voor het toekennen van Europese middelen”, zei Charles Michel fier. Ze lezen echter de kleine lettertjes niet. Op 5 november spraken de Europese Raad en het Europese Parlement af dat het mechanisme ook zal toegepast worden op ‘inbreuken tegen fundamentele waarden zoals, vrijheid, democratie, gelijkheid en respect voor mensenrechten, met inbegrip van de rechten van minderheden’. De ervaring leert dat dit zeer vage begrippen zijn die door handige politici naar eigen believen kunnen worden ingevuld.

Venijn in de staart

Het echte venijn zit in de staart. Het begrip ‘rechten van minderheden’ levert een passe-partout om op te treden tegen elke staat die niet precies doet wat de EU verlangt inzake om het even welk ‘woke’ thema. Niet genoeg gedaan voor transgenderrechten? Te weinig asielzoekers opgevangen? Geen geld meer van de EU. Dit mechanisme is een algemeen instrument voor het afdwingen van ideologische conformiteit. Omdat de sanctie kan opgelegd worden met een gekwalificeerde meerderheid, zullen de conservatieve Midden-Europese staten telkens in de minderheid worden gesteld door de progressief-liberale club van West-Europa.

Strijd om de ziel van Europa

Het is bizar dat Orbans Fidesz-partij nog steeds in de EVP zit, de fractie van het Europese Parlement waartoe ook de Belgische en Duitse christendemocraten behoren, allen vijanden van de Hongaarse premier. Uiteraard hoort die partij (intussen geschorst) daar niet thuis. Dat ze er wel in terechtgekomen is, is het gevolg van de verouderde opdeling van de Europese partijpolitiek. Toen de grote fracties van het Europese parlement werden gevormd, waren die een vertolking van wat toen nog de belangrijke stromingen leken van de partijpolitiek in West-Europa. De nieuwe leden poogden zich daar zo goed en zo kwaad mogelijk in te passen, ook wanneer achter gelijkaardig klinkende etiketten een heel andere politieke mentaliteit schuil ging. Deze verschillen kunnen niet langer met de mantel der liefde bedekt blijven.

Vandaag betekenen christendemocratie, socialisme en liberalisme nog weinig en ook de partijen die er zich op baseren verschrompelen, zoals de ooit zo machtige CVP in Vlaanderen of de Parti Socialiste in Frankrijk. Het is dan ook niet Orbans partij die een anomalie is die zal verdwijnen, maar de rest van de fractie. Christendemocratische partijen ontstonden uit politieke breuklijnen die vandaag niet meer bestaan, terwijl Fidesz’ identiteit is gebaseerd op hedendaagse twistpunten als immigratie, traditionele waarden en de macht van de EU.

Zoals de meeste buitenlandse oorlogen, heeft de kruistocht tegen Orban en de conservatieve regering van Polen ook binnenlandse motieven. Ongeveer alle regeringen in West-Europa krijgen af te rekenen met een groeiende rechtse oppositie, waarvan de ideeën niet ver verwijderd zijn van wat Polen en Hongaren denken. Ook tegen West-Europese staten die rechtse partijen aan de macht brengen, kan het excommunicatiemechanisme gebruikt worden. Er is een cultuuroorlog bezig over de ziel van Europa waarvan het front niet geografisch is.

Laat u niet wijsmaken dat er een systeem komt om de rechtsstaat en de democratie in Europa te beschermen: dit is een daad van naakte, brutale onverdraagzaamheid vanwege een instelling die steeds minder een samenwerking van vrije volkeren en steeds meer een radicaal ideologisch project is.