Netflix pakte vorige week uit met een unieke vierdelige reeks: het oorlogsdrama “The Liberator”. De reeks vertelt het waargebeurde verhaal van een diverse groep Amerikaanse soldaten in de Tweede Wereldoorlog en levert prachtige (animatie)beelden op. De vraag rest of de serie kan tippen aan andere oorlogsreeksen, zoals “Band of Brothers”.

De vierdelige reeks is gebaseerd op het ware verhaal van het Thunderbirds-bataljon, neergeschreven in het boek “The Liberator: One World War II Soldier’s 500-Day Odyssey from the Beaches of Sicily to the Gates of Dachau” door Alex Kershaw. “The Liberator” volgt de exploten van de Amerikaanse officier Felix Sparks en het 157ste Infanterieregiment vanaf hun landing op het Italiaanse schiereiland in de Tweede Wereldoorlog. Zijn eenheid was verwikkeld in 500 dagen onophoudelijke strijd langsheen Italië, Frankrijk en Duitsland, culminerend in de bevrijding van het concentratiekamp Dachau. Deze Thunderbirds waren een bont gezelschap van onder meer cowboys, Mexicaanse Amerikanen en indianen.

Unieke animatietechniek

Uniek aan de reeks is dat deze gefilmd werd in “trioscope”, een combinatie van echt acteerwerk, echte opnames en animatie. Een soort van hedendaagse versie van ‘rotoscoping’ dus, gekend van jaren ’80-films als “Heavy Metal” en “Tron”. De makers opteerden niet uit een weloverwogen artistieke keuze voor trioscope, maar om te besparen op de productiekosten. Aanvankelijk was “The Liberator” immers gepland als een tiendelige ‘live action’-serie, maar men werd gedwongen om een kortere en goedkopere reeks te maken.

De vraag is of deze animatietechniek bijdraagt aan de reeks, of dat het om niet meer dan louter een ‘gimmick’ gaat. Helaas lijkt vooral het laatste het geval te zijn. De techniek levert wel degelijk prachtige beelden op, maar is minder functioneel dan bijvoorbeeld de ‘ene take’ die gebruikt werd in de Wereldoorlog I-film “1917”. Tijdens de actiescenes doet de animatie zelfs af aan de intensiteit van het strijdgewoel en ontstaat er nodeloos een afstand tussen de kijker en de personages.

Geen “Band of Brothers”

Dit wil niet zeggen dat de reeks in zijn geheel een misser is. De dialogen en verhaallijnen die de achtergrond van dit groepje ‘misfits’ verkennen zijn zeker geslaagd en bij momenten erg ontroerend of zelfs grappig. Daarom zou de serie gebaat zijn geweest bij een aantal extra afleveringen, het oorspronkelijk geplande aantal tien indachtig, om meer tijd te hebben om de achtergrondverhalen van deze soldaten te verkennen.

De laatste decennia kenden, in vlagen, een wildgroei aan films die gaan over één van beide wereldoorlogen. Sommige zijn sterk of origineel genoeg om memorabel te zijn. Denk aan “1917”, “Saving Private Ryan”, “Dunkirk”, “Band of Brothers”, “The Pacific” of “Hacksaw Ridge”. Andere waren dan weer minder herinneringswaardig. “The Liberator” valt ergens tussen die twee categorieën in. Het is duidelijk dat de reeks ambieerde om in de voetsporen van “Band of Brothers” te treden, maar daar niet geheel in slaagt.