Het is geen geheim dat de Belgische politiek, zeker het Franstalige segment, zich graag laat inspireren door het beleid van onze zuiderburen. De aanpak van covid-19 is een goed voorbeeld. Recent was er een opvallende uitzondering op die regel. Toen Macron zijn oorlog aankondigde tegen het islamisme, bleef het muisstil in België. Integendeel, in plaats van het islamisme aan te pakken, kondigt minister Van Quickenborne nu aan dat hij een justitieprioriteit wil maken van het bestrijden van “islamofobie”.

De term islamofobie werd destijds gepopulariseerd door Ayatollah Khomeini om westerse kritiek op zijn fundamentalistische staat af te wimpelen. Ook vandaag is het nog steeds een codewoord van degenen die kritiek op de islam willen verbieden. Dat bleek nog maar eens in de zaak Samuel Paty, de Franse leraar die werd onthoofd omdat hij een Mohammed-cartoon had getoond. De hetze die tot de dood van Paty leidde, werd onder andere gevoerd door het CCIF, het “Collectief tegen de Islamofobie”.

“Fobie”

De Franse minister van Binnenlandse Zaken Gérald Darmanin heeft aangekondigd dat hij tegen deze organisatie zal optreden. Frankrijk wordt wakker en durft de godsdienst die het probleem vormt al bij naam te noemen. België vindt de recente golf van islamitisch terrorisme blijkbaar een goed moment om toe te geven aan een oude eis van radicale moslims dat kritiek op de islam een misdrijf moet worden.

Het woord islamofobie is een manipulatie op zich. ‘Fobie’ is een term uit de psychiatrie voor een onredelijke angst. Wie het woord gebruikt, zegt dus dat mensen de ongerust zijn over de groei van deze godsdienst in het westen, eigenlijk een psychisch probleem hebben.

Vrees voor de islam is een nochtans uiterst redelijke bezigheid. Het Pew Research Center schat dat het aantal moslims in Europa tegen 2050 zal verdubbelen of zelfs verdriedubbelen. Aan dit tempo maken ze een meerderheid uit tegen het einde van de eeuw. Wie dat beseft kan niet om de prangende vraag heen hoe onze vrije, seculiere en democratisch samenleving kan overleven.

Vrees voor islam is niet onredelijk

Er zijn geen tekenen van secularisering bij de moslims in het Westen. Er zijn wel veel symptomen van een diep conflict tussen hun waarden en die van hun gast-samenleving. Macron is nu een strijd begonnen tegen het “communautaire separatisme”, het gegeven dat moslims van Frankrijk in een parallelle samenleving wonen. Hij wil hen het echte Frankrijk binnensleuren en hen onderdompelen in de “republikeinse waarden”. Macron houdt geen rekening met de mogelijkheid dat die gescheiden werelden spontaan zijn ontstaan omdat de twee groepen gewoon niet kunnen samenleven.

De grote illusie van degenen die optimistisch blijven over de mogelijkheden om de islam te integreren in een samenleving beheerst door westerse waarden, is het idee dat die godsdienst vergelijkbaar is met dat andere grote monotheïsme, het christendom, en vroeg of laat dezelfde evolutie zal doormaken. In de praktijk is daar niets van te merken. De twee godsdiensten zijn ook onvergelijkbaar. De Koran is niet vatbaar voor interpretatie en zal altijd letterlijk van toepassing blijven. Er bestaat trouwens geen islamitische kerkorganisatie die het gezag heeft om een moderne interpretatie op te leggen. De gedragsvoorbeelden voor de belijders, Christus en Mohammed, zijn in bijna alles elkaars tegengestelde.

De islam blijkt in het westen niet gematigder (of onderhevig aan ontkerkelijking), maar gemiddeld zelfs radicaler dan de thuisvarianten.

In een notendop zijn dat een aantal fundamentele redenen waarom vrees voor de islam gerechtvaardigd is, en niet alleen omwille van de zogenaamde “excessen” (die trouwens meestal niet zo ver losstaan van de godsdienst als de pers en progressieve intellectuelen ons willen laten geloven). Macron beschouwt bijvoorbeeld de politieke islam (het “islamisme”) als een te genezen bijwerking van de religieuze islam, maar deze godsdienst, die geen scheiding van kerk en staat kent, is in essentie altijd politiek. De wetten van Allah, de sharia, zijn ook de wetten van de wereld.

Wat als de waarheid islamofoob is?

Mag je al die dingen nog wel zeggen? Mag je erop wijzen dat met de islamitische asielzoekers terroristen meereizen (zoals ook bleek bij de recente aanslagen in Frankrijk)? Mag je nog zeggen dat moord in naam van het geloof wel degelijk ruime steun vindt in de heilige teksten van de islam? Mag je erop wijzen dat heel wat moslims die geen terreur plegen er wel sympathie voor hebben? Niet als je de definitie van islamofobie hanteert die vorig jaar werd uitgewerkt door een Britse parlementscommissie. Letterlijk wordt daarin verboden om nog te zeggen dat deze godsdienst veel terroristen voortbrengt, dat er in het Westen een demografische verschuiving in hun voordeel bezig is of dat moslims loyaler zijn aan hun geloofsovertuiging dan aan hun land. Ook uitdrukkelijk verboden in die definitie van islamofobie, in een merkwaardige cirkelredenering, is zeggen dat de moslims overdrijven met hun geklaag over islamofobie.

Het probleem is dat al die ongeoorloofde uitspraken eigenlijk correct zijn. Wat als de waarheid islamofoob klinkt? Het is een meer dan theoretische vraag. Toen het Vlaams Blok werd veroordeeld wegens racisme (en de facto verboden), gebeurde dat niet zozeer op grond van racistische daden of standpunten van die partij, maar op basis van partijteksten over de problemen rond immigratie, waarvan de rechters van Gent vonden dat ze de lezers “aanzetten tot haat of discriminatie”. Of wat in de teksten stond waar was of niet, werd niet onderzocht. Evenmin vond men het nodig aan te tonen dat het ook de bedoeling was van de auteurs om aan te zetten tot haat of discriminatie. De mogelijkheid dat de lezers van de teksten, waar of onwaar, negatieve gevoelens over de betrokken zouden gaan koesteren, was genoeg voor een veroordeling.

Politiek misbruik opnieuw mogelijk

Er is vandaag nog een andere gelijkenis, waar de opvolger van het Vlaams Blok zich best zorgen over mag maken. Om de veroordeling mogelijk te maken, hadden de andere partijen eerst speciaal de grondwet gewijzigd. Politiek foute meningen zijn immers bijna altijd “drukpersmisdrijven” en die behoren tot de bevoegdheid van het hof van assisen, waar een volksjury oordeelt. Dat was een bewuste keuze van de oorspronkelijke grondwetgever om de vrije meningsuiting beter te beschermen tegen ingrijpen door de overheid. Van een volksjury werd verwacht dat die niet zou optreden tegen meningen die leven onder het volk. Om het Vlaams Blok te kunnen veroordelen werd een uitzondering gemaakt voor “racisme en xenofobie”. De speciaal aangeduide rechters van het Hof van Gent wisten in 2004 dan ook perfect wat van hen werd verlangd.

Dit is ook de operatie die Van Quickenborne nu wil uitvoeren. Hij wil deze keer alle opiniemisdrijven weghalen bij assisen. Hij vermeldde in de Kamer expliciet zijn motivatie : om islamofobie te kunnen bestraffen. Het Vlaams Belang heeft zijn focus op migratie (in het algemeen) al een tijd verlegd naar het probleem van de islamisering. Het parket zal misschien niet snel geneigd zijn om een politiek proces te starten, maar de fanatici van UNIA, die rechtstreeks voor de strafrechter kunnen dagvaarden, heb je niet onder controle. Het is trouwens UNIA dat al jaren campagne voert om islamofobie gemakkelijker strafbaar te maken.

Van Quikenborne zegt dat hij vooral wil optreden tegen islamofobie op sociale media, maar er is geen reden waarom de grondwetswijziging de politiek niet kan treffen. Er is ook geen enkele reden waarom de plannen van Van Quickenborne niet zullen leiden tot een censuur van elke vorm van vermeende “haatspraak” op die sociale media. De antidiscriminatiewet is algemeen van strekking. Het Netzwerkdurchsetzungsgezetz van Duitsland levert een afschrikwekkend voorbeeld van wat internetcensuur door de overheid kan aanrichten.

De beleidsplannen van deze linkse regering hebben vertraging opgelopen door de coronacrisis, maar stilaan begint de ideologisch geïnspireerde waanzin (geen nucleair onderzoek meer, koolstoftaks, internetcensuur, …)  toch van alle kanten op ons af te komen.